Electronic – Get the Message :: The Best of Electronic

1987 was een annus horribilis voor de fans van The Smiths. In dat
jaar, tussen de opnames en de release van ‘Strangeways Here We
Come’, stapte gitarist Johnny Marr op en was het over en uit voor
de band. Maar ook bij New
Order
, die andere belangrijke en invloedrijke band uit
Manchester, zat de klad er op dat moment in. De vrienden van weleer
waren intussen ook zakenpartners geworden en leken alleen nog
platen te maken om de financiële putten te dempen van The Hacienda
en van Factory, respectievelijk de roemruchte discotheek en het
platenlabel waarvan groepsleden mede-eigenaar waren. En al liet hun
drukke agenda het niet echt toe, ook de erfgenamen van Joy
Division
zaten te wachten tot de gelegenheid zich voordeed om
eens ‘iets anders’ te doen, met andere mensen.

Zo liep Bernard Sumner – zanger, gitarist en toetsenman bij New
Order – rond met plannen voor een soloproject dat Sell Your Body
moest heten, en waarvoor hij op zoek was naar enkele
‘gelijkgestemde zielen’. Eén van de eerste namen die hem te binnen
schoten was die van Johnny Marr. De twee kenden elkaar. Een paar
jaar eerder hadden ze al eens samen in de studio gezeten – Marr als
gastmuzikant, Sumner als producer – voor een single van danceband
Quando Quango. Meer zelfs: ‘Gangster’, het nummer dat de
ex-Smiths-gitarist ooit had geschreven voor New Order (maar niet
werd gebruikt door de band) gaf precies aan welke richting Sumner
uit wilde met zijn soloproject. Hij nam contact op met Marr, en die
was meteen gewonnen voor de idee van een nieuwe, los-vaste
band.
Aangezien zowel New Order als The The (de groep waar Marr dan
speelde) bezig waren met opnames voor een nieuwe plaat, duurde het
nog tot eind 1989 eer ze de eerste vrucht konden plukken van hun
muzikale kruisbestuiving met een eerste single, waaraan ook Pet
Shop Boys Neil Tennant en Chris Lowe en The The-drummer David
Palmer meewerkten. ‘Getting Away With It’ was meteen een schot in
de roos (en misschien wel het beste nummer dat de band ooit zou
maken): perfecte, subtiele en gesofisticeerde danspop met
sprankelende gitaren.

In totaal zouden Marr en Sumner drie studioalbums uitbrengen:
‘Electronic’ (’91), ‘Raise the Pressure’ (’96) en ‘Twisted
Tenderness’ (’99). De eerste, titelloze plaat werd ongetwijfeld hun
beste. De plaat leunde verrassend genoeg sterker aan bij de sound
van New Order, Human League en Pet Shop Boys dan bij die van The
Smiths en The The, omdat niemand minder dan ‘snarenwonder’ Johnny
Marr zelf (en naar eigen zeggen zonder medeweten van zijn kompaan)
heel wat gitaarpartijen verwijderde uit de songs. Voor ‘Raise the
Pressure’ werkte Electronic samen met niemand minder dan
ex-Kraftwerker Karl
Bartos
. Het eindresultaat was echter een erg wisselvallige en
middelmatige plaat, die een spagaat wilde uitvoeren tussen zuivere
popsongs en dancenummers (en daarbij niet alleen haar broek
scheurde). ‘Twisted Tenderness’, de laatste, was veel consistenter
en stukken beter, maar miste de lichtvoetigheid van ‘Electronic’
door de overvloed aan op elkaar gestapelde gitaarlagen.

Opvallend is dat uitgerekend hun beste plaat het zwakst
vertegenwoordigd is op deze verzamelaar. ‘Getting Away With It’
staat erop, net als de twee andere singles (‘Get the Message’ en
‘Feel Every Beat’), en dat is het dan. Van ‘Raise the Pressure’
staan er vier songs op, gelukkig zijn het wel die songs die ver
boven de rest uittorenen: ‘Forbidden City’, ‘Second Nature’, ‘For
You’ en ‘Out Of My League’. Ook met de selectie uit ‘Twisted
Tenderness’ kunnen we vrede nemen (‘Vivid’, ‘Prodigal Son’, ‘Like
No Other’, het titelnummer en ‘Late At Night’). Voor het overige
vinden we ook nog twee B-kantjes terug (‘All That I Need’ en
‘Imitation of Life’) en één nummer dat op de soundtrack stond van
‘Cool World’ (’92), namelijk ‘Disappointed’.

Voor wie nog niks heeft van Electronic is deze verzamelaar een
ideale introductie. Fans die doorgaans alleen compilatiealbums
kopen voor de extra’s blijven met ‘Get the Message’ wel op hun
honger zitten. Okee, drie studioplaten is niet echt een gigantisch
oeuvre, maar een bonus-cd met b-kantjes had het veel interessanter
kunnen maken. Maar goed, als puntje bij paaltje komt valt er op
elke verzamelaar van om het even welke artiest of band wel iets aan
te merken. Laten we dan ook het voornaamste niet vergeten, namelijk
dat dit een uitstekende plaat is met vijftien voorbeelden van hoe
uitstekende synthpop met een kloppend hart klonk in de jaren
’90.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =