Miho Hatori :: Ecdysis

Wie ooit op het internet de zoektermen ’Nirvana’ en ’cover’ gecombineerd heeft, zal terloops vast ook op "About A Girl" van Cibo Matto gestoten zijn. Het Japans-New Yorkse duo injecteerde de eerste Nirvana-classic met een resem Japanse elementen, om zo ergens bij oosterse indie te belanden, en zette zich daarmee prompt op de muzikale kaart in ons geheugen.

Intussen is Cibo Matto allang dood en begraven, maar voormalig zangeres Miho Hatori heeft haar muzikale ambities nog lang niet opgeborgen. De afgelopen jaren werkte ze ondermeer samen met de Beastie Boys en verzorgde ze gastvocalen op enkele nummers van het Gorillaz-debuut. Maar nu is de tijd dus rijp voor de eigen debuutplaat, een waarop de Japanse teruggrijpt naar haar jeugdjaren, en zo de grootstad weer inwisselt voor de natuur van haar geboortestreek. Een mens wordt ook een dagje ouder.

Het groene gras voor de stadsstraten, dus, want Hatori heeft haar plekje tussen de klaprozen weer ingenomen, vanwaar ze de natuur rondom zich observeert. Bijgevolg gaat het op dit ’debuut’ nogal eens over de organismen die je daar zoal te zien krijgt, met name de ’insects’, ’trees’ en ’butterflies’. In de triphop van "Walking City" komt dat nog het meest tot uiting: "Insects have important roles between humans and trees", en wie zijn wij om ons dan een licht verstoord "qué?" te laten ontvallen.

Nu en dan doet Hatori aan Joanna Newsom denken: er is de thematiek, maar ook dat schattige, puberale meisjesachtige. Hatori lijkt van elk nummer een sprookje te willen maken, maar waar Newsom nogal eens de grenzen van haar stembereik overschrijdt, zingt Hatori beter en moet ze het iets minder van de gimmick hebben. Want Hatori staat wel degelijk in functie van de songs, iets waar bij Newsom weleens aan getwijfeld kan worden, en die songs zijn veelal goed te pruimen. Zo raakt u meteen verkocht aan het in het gehoor springende "Barracuda", met zijn Turkse ritmes en Roisin Murphy-feel, en aan "Walking City" dat, ondanks zijn dromerige tekst, toch de straten van NY nog eens oproept.

Ook voor het tweeluik "Sweet Samsara part I" en "Sweet Samsara part II" mag best de schuif met superlatieven nog eens geopend worden. Dit zijn pieces van atmosferische Japanse electro, die wat aan een uptempo Lamb doen herinneren. Maar terwijl Lamb meestal opteert voor kale muzikale landschappen, kiest Hatori resoluut voor het warmere, sfeervolle.

Kleine minpuntjes zijn "A Song For Kids", iets te licht verteerbare j-pop die zijn titel op die manier helemaal waar maakt, en "The Spirit of Juliet", zuivere Hanne Hukkelberg, een referentie waarvan wij doorgaans al op papier kippenvel krijgen, maar waar wij op deze plaat geen nood aan hebben. Wij willen Hatori-nummers, geen Hukkelberg-pastiches.

Op haar best klinkt Hatori als een Japanse halfzus van Roisin Murphy of Dani Siciliano, maar wanneer ze ook maar een beetje gas terugneemt en haar songs aan strakheid inboeten, dreigen de nummers als losse zeepbellen de lucht in te vliegen, en zo de gehoorgangen uit. Maar dat is detailkritiek, die maar op een drietal nummers van toepassing is. En om met een wijze raad uit "A Song For Kids" te besluiten: "I think nature tells something, adults can not teach". Waarvan akte, Miho, om het met Siegfried Bracke te zeggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 1 =