Justine Electra :: Soft Rock

Every once in a while bereikt er ons zo’n stem waarvan we meteen helemaal ondersteboven zijn, met een plaat vol nummers waarop we, indien nodig, ons hele leven zouden wachten. Maar dergelijke platen zijn zeldzaam en de stemmen die ze moeten volzingen nog veel zeldzamer. Zo zal ook Soft Rock van Justine Electra niet als een geboekstaafd voorbeeld de geschiedenis ingaan.

Opgegroeid in Melbourne en met een singer-songwritersdiploma op zak (geslaagd voor zang, piano, studio- en live-recording aan de muziekschool van Lismore) besloot Justine Electra na haar studies haar geluk in het verre Europa te gaan zoeken. Aldaar belandde ze in Berlijn, hét Mekka van progressieve elektronische muziek heden ten dage, en ontdekte ze logischerwijze de drumcomputer. Ze werd er vriendjes met het Jazzanova-collectief en belandde er al snel zelf achter de mengpanelen. Samenwerkingen met Berlins finest Tarwater en Static konden niet uitblijven en Electra maakte haar jeugddroom waar: ze leefde van de muziek.

Maar zoals dat in mooie verhaaltjes wel eens vaker gaat, begon de eigen voorliefde voor piano en gitaar na een tijdje weer op te spelen en sloot Electra zich op in haar studiootje om aan eigen nummers te werken. Met piano en gitaar, inderdaad, maar ook met een prominente rol voor de drumcomputer, die dit plaatje een bijwijlen nogal matte klank verschaft. Hoe hard we er ook aan trekken en sleuren, wij blijven zitten met een gevoel van ongeïnteresseerde gelatenheid tijdens het beluisteren van deze aan het Rode Duivels-syndroom lijdende schijf: de eerste helft is nog schappelijk, maar in de tweede zijn de opflakkeringen schaars.

"Fancy Robots" trekt ons nog vastberaden mee in de plaat, met zijn futuristische bleeps en organisch gitaarspel, maar het nummer wiegt ons vervolgens in slaap met onbeduidende triphop. Pas tijdens "Mom + Dad + Me + Mom" — vergeef ons de stijlloze plusjes, het cd-boekje wil het zo — zijn we weer bij de les, net op tijd om misschien wel het enige echt mooie liedje van deze cd mee te pikken. Naar eigen zeggen geschreven toen ze acht was en met een Ben Folds Five-piano als enige begeleiding, is dit een fris niemendalletje op een plaat die lijdt aan een overvloed aan ideeën, maar een tekort aan degelijke songs. Het laid back "Killalady" en "My Best Friend", waarbij we met een beetje goede wil nog aan Cat Power mogen denken, kunnen er ook nog mee door, maar vanaf het geweldig zeurderig gezongen "Motorhome" gaat het steil bergaf.

Voor de geïnteresseerden willen we nog meegeven dat Electra ook een verwoed instrumentenverzamelaarster is en er passeert op dit debuut ook effectief heel wat van haar exotische speelgoed de revue. Zo kan u hier en daar een Russische balalaika horen pingelen en willen we u vooral ook de pacemaker (jawel) in de intro van "President", met Schneider TM op gitaar, niet onthouden. Welke klank die nu precies produceert zoekt u zelf maar uit.

"Niet laaiend enthousiast", heet dat dan, maar we geven Electra voorlopig nog wat respijt: haar "gloednieuwe, zelfgecreëerde softrock" staat natuurlijk nog in zijn kinderschoenen. Wees dus niet al te bevooroordeeld en geef het een kans. Of check haar live: op drie december in de Botanique, bijvoorbeeld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 18 =