Charlotte Gainsbourg :: 5:55

"Hij heeft het niet." "Het is niet zoals zijn pa hé." "Zijn vader, dat was pas een grote mijnheer." Kinderen van beroemde ouders hebben het niet gemakkelijk. Te allen tijde vergeleken worden met een succesvolle(re) ouder in wiens voetsporen men geacht wordt te treden, in het volle besef dat daar vooral een vernietigend oordeel wacht.

Charlotte Gainsbourg is niet de dochter van één, maar van twee succesvolle ouders. Het societykoppel van weleer, Serge Gainsbourg en Jane Birkin, zijn immers de ouders van Charlotte, en de erfenis van vader Gainsbourg is loodzwaar om te dragen. Charlotte heeft er alvast verstandig aan gedaan om geen tweede Charlotte For Ever te brengen. Dat album, geschreven door een trotse vader, droeg alle typische Gainsbourg-arrangementen in zich, maar liet ook een nogal toononvaste Charlotte horen, net zoals op "Lemon Incest".

Opgroeien in een beroemde familie heeft echter ook zo zijn voordelen. Voor de teksten ging Gainsbourg te rade bij Jarvis Cocker (ex-Pulp), Neil Hannon (The Divine Comedy) en het duo Air, dat bovendien instond voor de muzikale omlijsting. Het geheel wasemt dan ook een bitterzoete sfeer uit, op een bedje van lichtpsychedelische en warme electronica die sterk refereert aan de jaren zeventig. Air featuring Charlotte Gainsbourg is het gelukkig niet geworden, al is de invloed van Air in verschillende songs hoe dan ook niet te onderschatten.

De single "The Songs That We Sing" zou u ondertussen al vanbuiten moeten kennen: de langoureuze strijkarrangementen, de donkere tekst ("I saw a little girl / I stopped and smiled at her / she screamed and ran away / it happens more and more these days) en de vele handig binnen gesmokkelde klankjes, gitaartjes en ander fraais die de song inkleden zonder dat het ooit te druk overkomt. Gainsbourgs hese stem vaart overigens wel bij dit soort songs, al tilt ook de sobere aanpak van bijvoorbeeld "Af607105" Gainsbourg naar hogere sferen.

"Het enige Franstalige nummer "Tel que tu es" smeekt haast om een vergelijking met vaders werk, maar de song staat zijn mannetje. Ook in de titeltrack zijn de echo’s van Serge Gainsbourg terug te horen. Gelukkig zijn, zoals in The Operation" waar gul geknipoogd wordt naar Rheingolds "Drieklangdimensionen", de verwijzigen handig verweven in de eigen song. "Little Monster" en "Beauty Mark" zijn in al hun fragiliteit iets te onzeker in hun tred om op zichzelf te staan, maar voelen zich door hun sterkere broers en zussen gesterkt. Binnen het geheel passen deze songs dan ook wonderwel, al is het geen singlemateriaal.

"Jamais" kent een wat ongemakkelijke start, maar vindt in de refreinen een tweede adem. Toch conflicteert de dominerende baslijn te veel met de pianomelodieën om echt te boeien. Dan weet het funky "Night Time Intermission" beter de verschillende stijlen te incorporeren. "Everything I Cannnot See" lijkt zo weggelopen uit een soundtrack en klinkt ook iets te opgefokt om tot de topfavorieten te behoren. Het zachte "Morning Song" sluit het geheel treffend af.

De naam Gainsbourg hangt ongetwijfeld ook Charlotte als een molensteen rond de nek. Opmerkingen als "ze kan het toch niet" mogen echter nog wel even in de schuif blijven liggen. 5:55 probeert immers op geen enkel moment het oeuvre van vader Gainsbourg naar de kroon te steken. Het is een dromerig en coherent geheel geworden dat toch divers genoeg is om te blijven boeien. Charlotte Gainsbourg hoeft niet in de schaduw van haar vader te staan, ze heeft namelijk haar eigen plekje onder de zon gevonden, zelfs al is dat dan gebeurd met de hulp van enkele vrienden..

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + acht =