Hey Willpower :: P.D.A.

Knapt u af op een overdaad aan bedenkelijke referenties in een recensie, of spreekt dat u net aan? Wat het ook moge zijn, u bent bij deze gewaarschuwd. Hey Willpower koestert de muzikale ambitie om te klinken als een indieversie van — slik — Justin Timberlake, en beangstigender nog: ze willen Michael Jackson weer hip maken. En toch, beste, argwanende lezer, en toch: wij gaan gewillig overstag.

En om er maar meteen vanaf te zijn, blijven we u nog even met foute namen om de oren slaan. Het idee voor Hey Willpower ontstond namelijk tijdens een nachtelijke autorit op de San Francisco-highway, terwijl "I Know What You Want" van Busta Rhymes & Mariah Carey op de radio speelde. Een vuurpijl knalde de nacht in, de auto ging aan het slippen en Will en Amy Schwartz, die met z’n tweeën op weg waren naar nog een party, keken elkaar aan en beseften: "damn right, dit is het soort muziek waar wij van houden, de muziek die we zelf willen maken!"

Als u nu dus naar het dichtstbijzijnde kleine kamertje loopt of even uw hoofd onder de kraan gaat steken, getuigt dat weliswaar van een gezonde geest en een goed reactievermogen, maar het zou ook voorbarig en jammerlijk onterecht zijn. Busta & Mariah zijn op deze plaat immers opvallend afwezig en we kunnen dat foute duo dan ook klasseren onder de noemer Loze Dreigementen en Slechte Grapjes van het Schwartz-koppel.

Nee, dan klinkt P.D.A. inderdaad toch veeleer als een plaat van Justin Timberlake, mocht die een scheut electro aan zijn geluid toevoegen, over een beter gevoel voor humor beschikken en iets minder berekend zijn. Want aan de minutieus op de markt afgestemde muziekjes van Timberlake veegt dit gezelschap uitgebreid zijn gat. De grens tussen juist en fout wordt op deze plaat duchtig afgetast en overschreden, maar zo lang het schaamteloos gebeurt halen wij gaarne de mantel der liefde uit de kast, iets wat we bij commerciële MTV-coryfeeën veel minder snel geneigd zijn te doen.

Het verrukkelijke, springerige "Hundredaire" grijpt ons meteen bij de keel en laat ons achter met het gevoel dat wij deze zomer weer bijlange niet gedaan hebben wat we hadden moeten doen: feestjes bouwen op zomerse stranden, nondedju! Ook het catchy "Double Fantasy II" kan op onze uitgebreide goedkeuring rekenen en de onbeschaamde r&b van "Not Trippin’" had gerust van Prince kunnen zijn, al schudde zijne Purperen Majesteit in zijn succesperiode, midden de jaren tachtig, wel gemakkelijk een dozijn genialere deuntjes uit zijn mouw.

Niet alle tien de tracks op P.D.A. zijn even geslaagd. Zo doen "Phenomenon" en "Silent Ring" ons net iets te hard aan tenenkrullende Usher-crap denken. En ook nummers als "Too Hot" en het voor zichzelf sprekende "Uh-uh-uh" zijn weliswaar geile lappen electropop, maar toch verkiezen wij ze in niet al te nuchtere toestand tot ons te nemen. Edoch, in de flow van de plaat en met de nodige party people rondom u zouden deze uitschuivertjes geen al te grote obstakels mogen vormen.

Deze plaat werd voor het grootste deel opgenomen in de kelder van Will Schwartz en als wij afsluiter "In The Basement" beluisteren — een nummer dat we overigens graag op de nieuwe plaat van onze eigenste Stijn hadden horen passeren — hebben wij het schalkse vermoeden dat er daar in die kelder ook nog andere zaakjes hebben plaatsgevonden dan enkel maar de kuise opname van een plaat. Gelukkig zijn wij geen al te grote curieuzeneuzen.

"I am okay with playing truth or dare/as long as you end up in your underwear" zingt Will Schwartz in "Double Fantasy II" en dat zinnetje vat het eigenlijk allemaal samen. Deze plaat heeft slechts de pretentie u te willen vermaken en nodigt u beleefd doch kordaat uit de kleren van uw lijf te shaken. Verlengen dus, die zomer, voor het te laat is!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + acht =