Razorlight :: Razorlight

Iedereen lijkt tegenwoordig van The Kooks te houden. Niet
onbegrijpelijk, want de jeugdige vier leverden begin dit jaar een
fijne debuutplaat af en bewezen intussen ook op het podium hun
mannetje te kunnen staan. Dat kan niet meer stuk, denk je dan, maar
schijn bedriegt: er lopen in Engeland namelijk een aantal
collega-muzikanten rond, die hun misprijzen voor de band niet onder
stoelen of banken steken. Zij worden aangevoerd door zelfverklaard
genie Johnny Borrell, ooit bassist bij The Libertines (tot hij een
koek op zijn oog kreeg van Pete Doherty) maar nu vooral zanger,
gitarist en songschrijver van Razorlight.

Kort samengevat komt Borrells mening over The Kooks hier op neer:
“Het zijn snotneuzen die muziek voor oude wijven maken, en als
ze per ongeluk eens een leuke vondst in hun songs moffelen dan
hebben ze die van mij gejat.”
Je zou haast durven zweren dat
Borrell bang is. Best mogelijk, want Razorlight en The Kooks azen
zo’n beetje op hetzelfde publiek: muziekliefhebbers die houden van
gerafelde rock à la The Libertines én van traditioneel
songschrijverschap, en dit liefst van al gebracht door een band die
wordt aangevoerd door een zanger met een aardig smoeltje. Het is
dus zonneklaar duidelijk dat na het aardige ‘Inside In/Inside Out’
Pritchard en co méér dan te duchten concurrenten zijn
geworden.

Tussen het schelden door hebben Johnny Borrell en Razorlight
gelukkig ook nog de tijd gevonden om bij wijze van tegenzet een
tweede plaat uit te brengen die de verloren fans weer naar de
vertrouwde stal moet lokken, de wereld verbazen (en vervolgens
veroveren) en tot slot The
Kooks
wegspoelen. Met andere woorden: jongelui, Ridders van de
Luke Pritchard Orde, vóór het te laat is, haal boven die zwarte
alcoholstiften, die zakmessen en die spuitbussen en sla jullie slag
in de ‘betere’ platenzaak!
Of toch niet? Nee, als ik jullie was dan zou ik dit schijfje toch
eerst maar even ‘out checken’! Want Razorlight doet het vandaag met
haar titelloze tweede véél beter dan op ‘Up All Night’, de
debuutplaat uit 2004. ‘Razorlight’ is over de hele lijn een
aangenaam en gevarieerd luisterstuk geworden, dat in tegenstelling
tot haar voorganger van begin tot einde kan boeien en een haast
constant niveau aanhoudt.

Ondanks de hete adem van de concurrentie in hun nek wisten Borrell
en zijn trawanten het hoofd koel te houden in de studio. Producer
Chris Thomas werkte in het verleden dan ook al met – alle respect
voor Razrolight, hoor – véél grotere namen: Sex Pistols, The
Pretenders, INXS en U2 (ook met Elton John, doch dit terzijde). Hij
weet dus als geen ander hoe je een van nature ‘ruwe’ band
radiovriendelijk kan laten klinken.
Opvallend is dat het eerder de liefhebbers van ambachtelijke,
aanstekelijke popsongs zijn die zich zullen aangesproken door dit
album. Razorlight is erin geslaagd enkele ogenschijnlijke
tegenstrijdigheden met elkaar te verzoenen. De tien songs zijn
tijdloos maar modieus, ze klinken vertrouwd in de oren (zonder dat
het een soort muziekquiz wordt), and last but not least,
het nieuwe materiaal is geknipt voor optredens in een intieme club
maar zal net zo goed – en in sommige gevallen zelfs beter- tot zijn
recht komen in tot de nok gevulde arena’s.

‘In the Morning’ (een snuifje ‘Heart of Glass’, een scheut Franz Ferdinand) als singlekeuze
was een verstandige zet: een simpele, catchy song die de essentie
van Razorlight in goed drie minuten veertig seconden weet te
vatten, en hopelijk heel mensen ertoe zal brengen het album op zijn
minst een keer te beluisteren. Andere lekkernijen die we tegen het
advies van de dokter in graag tot ons nemen zijn ‘Hold On’ (een
leuke interpretatie van de U2 van ‘Rattle and Hum’), de
kristalheldere gitaarpop van ‘Before I Fall To Pieces’, ‘Pop Song
2006’, het obligate reggae-doorslagje ‘Back to the Start’ en vooral
‘Kirby’s House’, een nummer dat ook al op de benefietplaat
‘Warchild – A Day in the Life’ stond maar hier veel beter tot zijn
recht komt.

Vóór deze plaat vonden we de balans tussen de output van Razorlight
en het ego van Johnny Borrell niet echt in evenwicht. Het was zelfs
eerder met tegenzin – alsof het een bord rode kool was – dat we dit
plaatje tot ons namen. Ten onrechte, want ‘Razorlight’ is een erg
leuke (‘pretentieloze’, hadden we bijna gezegd) plaat geworden. De
bal ligt nu in het kamp van The Kooks. Zij hebben in de pers het
tegenoffensief al ingezet, hopelijk smaakt hun muzikale weerwraak
even zoet als ‘Razorlight’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vier =