The Divine Comedy :: Victory for the Comic Muse

De komische muze heeft nog eens toegeslagen ten hoofde van Neil
Hannon. Al 16 jaar staat Hannon aan het roer van The Divine Comedy.
Eerste wapenfeit was de ep ‘Fanfare for the Comic Muse’. The Divine
Comedy was toen nog een trio uit het Ierse Londonderry. Na een
split in 1992 ging Hannon solo verder onder dezelfde naam. Met
‘Casanova’ (1996) kreeg The Divine Comedy voor het eerst
uitgebreide waardering, waarna een internationale fanbase een feit
werd. Van een commercieel succes is nooit echt sprake geweest, maar
toch kan de groep zich vandaag de favoriete band van Bono en Robbie
Williams noemen. ‘Victory for the Comic Muse’ is Hannons negende
plaat en gaat zoals verwacht in dezelfde lijn als het vorige werk
verder: degelijk, professioneel en af en toe bijzonder leuk.

De muziek van The Divine Comedy laat zich omschrijven als
chamber pop en baroque pop. Barokke kamermuziek dus.
Denk aan Antony and the Johnsons
en Mercury Rev maar ook aan
Scott Walker en Lambchop. Wat bindt deze namen? Het
gebruik van klassieke instrumenten, veelal een heel aantal op
hetzelfde moment, pathos en melodieuze lijnen, alsook het ontbreken
van distortion, elektronica en andere modernere snufjes. The Divine
Comedy maakt dan ook nog eens van hun nummers gebruik om hele
verhalen te vertellen. Het genie van Hannon zit hem gedeeltelijk in
de teksten. Neem nu ‘A Lady of a Certain Age’. Geen poëtisch
gezwets of onsamenhangend gebral. Dit nummer op zich is een halve
novelle, zodat je het hele album als een serie kortverhalen kan
beschouwen. Kortverhalen met stijlvol georkestreerde melodieën op
de achtergrond.

Het leuke aan Hannon is, en hier komt de comic muse boven,
dat hij van zijn kortverhalen gebruik maakt om eens goed met andere
mensen te lachen. Om de haverklap wordt een ironische sneer
gelanceerd. Ook zijn de teksten op zich grappig, want Hannon houdt
ervan niet alledaagse, vaak anderstalige woorden in zijn zinnen te
stoppen en die bovendien te laten rijmen met gewone Engelse
woorden. Omdat de arrangementen op alle momenten even stijlvol
blijven, contrasteren ze vaak met de inhoud, wat het komische
effect ten goede komt. ‘Diva Lady’, de eerste single van deze
plaat, veegt de vloer aan met een jonge diva: “She’s a diva lady
/ she’s a hopeless case / she needs extra make up / for her extra
face
“. Dat de dame zich iets te nadrukkelijk bewust is van
zichzelf blijkt ook nog uit: “She’s got thirty people in her
entourage / Just in case her ego needs a big massage.
Great
fun indeed.

Opener ‘To Die a Virgin’ begint met een oud (lijkend) filmfragment
waarin een dame met de woorden “If there’s a war, I’ll sleep
with you before you get killed
” paniek oproept bij de jongeheer
in haar gezelschap. Het hele nummer, een van de betere van dit
album, draait rond een puber met vriendin die er alles aan doet om
toch maar van zijn maagdelijkheid af te geraken. Om je te
bescheuren van het lachen is toch wel: “With all the bombs and
the bird flue / we’ll probably gonna be dead soon / and here we are
in the bedroom / oh did I tell you I love you?
” Dat hij niet
zolang geleden een ‘magazine’ van zijn broer heeft ontdekt, is het
zaakje niet ten goede gekomen.

‘A Lady of a Certain Age’ haalt op een erg aardige manier een wat
oudere klassedame door het slijk en ‘The Plough’ vertelt het
verhaal van een jongen die het platteland verlaat, met goede
bedoelingen de stad intrekt maar er ontzet terug wegtrekt en zich
aansluit bij een guerrillabeweging. Dat allemaal in een aantal
minuten. Weinigen doen het Hannon na.
Een van de sterkste nummers is ‘Mother Dear’. Ditmaal wordt niemand
te lachen gezet maar blijft deze ode aan de vrouwelijke verwekker
overeind als een extra ondersteunde zijgevel, met de nodige humor
uiteraard. Puur technisch kan ‘Count Grassi’s Passage over
Piedmont’ ons het meest bekoren. Doorheen het gehele nummer zingt
Hannon een duet met een pratende versie van zichzelf. Het zijn twee
stemmen die op elkaar inpraten, van elkaar oppikken. Deze
intelligente en intrigerende song bouwt zich langzaam op om uit te
monden in een (bescheiden) climax. Klasse.

Natuurlijk staan er een aantal middelmatige nummers op ‘Victory for
the Comic Muse’, wat ons ervan weerhoudt om het begrip
‘meesterwerk’ over onze lippen te brengen. Toch komt dit album
aardig in de buurt van deze zwaargeladen term en zullen deze songs
veel meer mensen opgewekt dan teleurgesteld achterlaten. Lach
gerust mee met The Divine Comedy op 16 oktober in Botanique!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 14 =