The Divine Comedy :: Victory For The Comic Muse

Humor, in de betekenis die we er nu aan geven, was volgens verschillende Franse grote geesten als Diderot, d’Alembert, Victor Hugo en André Breton een Engelse "uitvinding" (alleen Voltaire zag er een Franse origine in) waarvan de Ier Jonathan Swift als de grondlegger gezien werd.

Swift is een meester van de (zwarte) humor, maar een Engelsman kan hij bezwaarlijk genoemd worden. Het is dan ook ironisch dat net een Ier de eer te beurt viel om als grondlegger van de Engelse humor binnengehaald te worden. Maar goed, onder de grootste Franse generaals en keizers dook zowaar een Corsicaan op, dus zo nauw stak het voor onze Franse vrienden sowieso niet: Engelsman of Ier, Corsicaan of Fransman, cela était égal.

Het is evenwel de vraag of Swift zelf daar geen problemen mee had, de Ierse nationaliteit blijft immers een gevoelige kwestie, zelfs al spreken we heden ten dage gemakshalve van Britse humor wanneer we de flegmatieke en onderkoelde vorm bedoelen, eentje die zich bij voorkeur bedient van understatements, ironie en fijnzinnige dubbele bodems. Mag het overigens toeval heten dat de groep die dit ideaal momenteel het meest benadert niet Engels is maar Iers?

Geen enkele andere groep weet in zulke treffende lijnen een tragisch leven te schetsen als The Divine Comedy. De groep brak in 1996 door met zijn vierde album Casanova, waarop de typerende stijlkenmerken (doordachte popsongs, vaak in weelderige arrangementen, verpakt en gedragen door Neil Hannons zoete bariton) al ruimschoots aanwezig waren. Die stijl is vier albums later al voldoende bekend, het is niet nodig er nog langer tot in den treure bij stil te blijven staan.

Op Absent Friends bewees Hannon al dat het vaderschap noch het echte soloslim spelen (Hannon is The Divine Comedy) een bepalende invloed had op het groepsgeluid en Victory For The Comic Muse bevestigt dat alleen maar. Pure popsongs, overgoten met suiker en venijn, worden op een gouden schaaltje gepresenteerd door de immer cynisch grijnzende Hannon. Op een kleine twee weken werd het merendeel van dit negende album opgenomen, maar productioneel blijft het geheel tot in de details verzorgd.

"To Die A Virgin" is de hartenkreet van elke puber wiens hormonen door het lichaam razen aan lichtsnelheid, en die bijgevolg oog heeft voor slechts één obsessie: ontmaagd worden. Maar de dandy Hannon spot verfijnd, met de mondhoeken slechts lichtjes gekruld. In "Lady Of A Certain Age" wordt de dame van onbestemde leeftijd uit de betere klasse dan ook met de nodige egards behandeld. Een verfijnde kwinkslag in de vorm van een nauwelijks hoorbare oprisping.

Tussen het opgewekte "To Die A Virgin" en het door weemoed gedragen "Lady Of A Certain Age" ligt een hele wereld. De blazers geven aan "Arthur C. Clarke’s Mysterious World" een Latijns tintje, "Snowball In Negative" daarentegen hult zich liever in een kleed van droefheid. De grandeur in "Diva Lady" is het nummer dan weer op het lijf geschreven en contrasteert mooi met het pastorale "Count Grassi’s Passage Over Piedmont" en de weelderige ballad "The Light Of Day". Of het nu om het barokke, Oudtestamentische "The Plough" (één van de hoogtepunten) gaat of om het semivrolijke "Mother Dear", dan wel het niemendalletje "Threesome", Hannon weet er steevast zijn stempel op te drukken.

The Divine Comedy blijft zelfs na negen albums een kleine parel die zich schuilhoudt binnen de oesterbank van Britse bands die vooral dof schijnen of al te opzichtig hun divastreken tentoon willen spreiden. De eeuwig behoedzame flaneur en dandy Hannon heeft niets van zijn streken verloren, zijn monkellachje speelt nog steeds om de lippen. Victory For The Comic Muse is geen album voor elke dag, maar wel een uitstekend middel tegen een teveel aan zwaarmoedigheid of ernst. Misschien hadden die Fransen het toch bij het juiste einde toen ze aan de Ieren verfijnde spot toeschreven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − elf =