Van Belle :: Wow & Flutter

Wanneer een groep alle lof toegegooid krijgt om zijn muziek, wordt een factor maar al te vaak over het hoofd gezien: de producer. In vele gevallen is het groepsgeluid immers even bepalend als de songs zelf en daar speelt de "knoppenman" soms een beduidende rol in.

Wanneer de sound van een album benedenmaats is, wordt al snel met de vinger naar de producer gewezen, maar lof valt hem weinig ten dele. Steve Albini is één van de weinigen die naam verworven heeft als producer (o.a. Pixies, Nirvana en Mogwai), net als George Martin die de erenaam "The Fifth Beatle" kreeg (ook manager Brian Epstein werd zo genoemd). De meeste onder hen laten het niet aan hun hart komen, want binnen het wereldje zijn ze sowieso gerespecteerd maar bij een enkeling blijft het kriebelen. Zo ook bij Wouter Van Belle.

Van Belle zal bij de meeste mensen vooral gekend zijn als keyboardspeler bij Dead Man Ray, maar hij is ook de man die voor de piano in "Mia" zorgde, achter de knoppen zat bij "Wrong" en "The Best Is Yet To Come" van Novastar, de arrangementen bij "Sensualité" (Axelle Red) en "Vive Ma Liberté (Arno) schreef en verantwoordelijk is voor de strijkers in "Daar Gaat Ze" (Clouseau). Kortom: Van Belle kent zijn vak.

Dat is ook te horen op de dubbel-cd Wow & Flutter, een samenvatting van "veertig jaar muziek luisteren en maken" en van tweeëntwintig cd’s vol opnames waaruit de basis voor het huidige album geplukt werd. Perfectionist Van Belle weet duidelijk waar hij heen wil en trok dan ook naar Londen waar hij met het Londen Chamber Orchestra samenwerkte. Bovendien wist hij niemand minder dan Andrew Powell (voor de arrangementen) en Jon Kelly (als geluidsmixer) te strikken. Het verhaal eindigt tenslotte in, hoe kan het ook anders, de legendarische Abbey Road Studios.

De manier waarop Van Belle een kleine vijftig jaar rockgeschiedenis weet te verwerken, is zondermeer indrukwekkend, maar enkele kanttekeningen zijn toch op zijn plaats. Wow & Flutter is immers niet het meesterwerk dat een aantal mensen erin willen zien, want daarvoor zijn Van Belles kwaliteiten als songschrijver gewoon te beperkt. Zondermeer tenenkrullend zijn bijvoorbeeld de teksten die vaak het niveau van de amateur-dichter niet overstijgen: "Al wat ik doe, kan ik 1 keer en dan niet meer / Nee meneer / vraag het geen tweede keer" klinkt het in "1 keer". Het mag dan wel van lef getuigen om in de eigen taal te zingen, maar als dit werkelijk alles is dat uit de pen vloeit, hoeft het niet, vooral omdat Van Belle niet die begenadigde zanger is die het banale als poëzie kan laten klinken.

Ook op muzikaal vlak durft het al eens scheef te lopen: verschillende muziekstijlen wisselen elkaar af en die diversiteit wil wel eens te irriteren, niet alleen omdat een sfeer verbroken wordt, maar vooral omdat een aantal songs te veel klinken als geslaagde genreoefeningen en dus zonder eigen smoel. Van Belle verstaat evenwel zijn vak als geen ander: op het gebied van productie en arrangementen alleen al is dit een album om duimen en vingers bij af te likken. Ook muzikaal zitten er enkele parels tussen, zoals "Koningin Walz" en "SM Koningin" (beide met Nele Taminau) of "Kieslowski", en zelfs in de mindere nummers vallen er verschillende prachtige elementen en stukken op te merken. Maar als geheel klinkt het te sterk als het visitekaartje van een getalenteerde producer.

De lof voor Wow & Flutter is — hoewel niet geheel terecht — zeker en vast te begrijpen, maar Van Belle is geen kunstenaar, ook al overstijgt hij dan het loutere vakmanschap. Hij heeft in de eerste plaats nood aan twee rechterhanden op zijn niveau, die hem kunnen bijsturen in woord en muziek. In vroegere tijden noemde men iemand als Van Belle met de nodige eerbied een ambachtsman. Laat dat woord dan ook terug de égards krijgen die het ooit had, want daar heeft hij zonder meer recht op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + een =