She’s the Man




‘t Is een eigenaardig toeval, maar een tweetal weken geleden zag ik
op tv de film ’10 Things I Hate About You’, een pluizig
tienerkomedietje dat losjes gebaseerd was op ‘The Taming of the
Shrew’ van Shakespeare. Ik verwachtte er niets van, maar de prent
bleek zowaar nog een frisse, geinige komedie te zijn met
sympathieke acteurs. Een verrassend aardig tussendoortje. Nu ik
‘She’s the Man’ gezien heb, een zeer gelijkaardig project, vind ik
‘m in vergelijking plots gewéldig. Een tienerfilm maken die niét
geheel hersendood en tenenkrullend clichématig is, is schijnbaar
moeilijker dan je zou denken, of het verhaal ervan nu op
Shakespeare gebaseerd is of niet. ‘She’s the Man’ vertrekt vanuit
‘Twelfth Night’, verwijdert vervolgens àlles wat dat toneelstuk ook
maar een klein beetje interessant maakte, en vervangt het met
grensverleggend flauwe grappen, geleverd door een cast voor wie het
woordje “onbekwaam” nog een compliment zou zijn.

Amanda Bynes (veteraan van klassiekers als ‘What a Girl Wants’)
speelt Viola, een halve kwajongen die door haar moeder (Julie
‘Airplane!’ Hagerty) wordt klaargestoomd om een dame te worden,
maar eigenlijk liever voetbalt. Die dromen vallen echter aan duigen
wanneer het meisjesteam van haar school wordt ontbonden.
Ondertussen besluit Amanda’s tweelingbroer Sebastian om de eerste
twee weken op zijn nieuwe, elitaire kostschool te spijbelen zodat
hij in Londen op kan treden met zijn bandje. Die kostschool heeft
een geweldig voetbalteam, en dus besluit Amanda om de heren van
deze wereld een poepie te laten ruiken. Ze verkleedt zich als een
jongen, gaat naar de school, geeft zich uit voor Sebastian en wordt
lid van het voetbalteam. Onderweg wordt ze verliefd op de hunk
waarmee ze haar kamer deelt (Channing Tatum) en blijkt dat ze in
haar jongensgedaante zowaar aantrek heeft bij één van de knapste
meisjes van de school (Laura Ramsey).

Er bestaan genoeg films die bewijzen dat het theoretisch mogelijk
is om Shakespeare over te zetten naar een hedendaagse setting,
zelfs een high school, en tóch een deel van de intelligentie
en snedigheid te bewaren van het toneelstuk. Op z’n eigen,
bescheiden manier was dat wat ’10 Things’ deed, en op een
ambitieuzer niveau zagen we hetzelfde in de film ‘O’, gebaseerd op ‘Othello’: de thematiek,
de structuur en op z’n minst een paar van de dubbele lagen van het
verhaal kregen een subtiele update, zodat je eindigde met
een moderne film die toch de betekenis van het origineel wist te
handhaven. Voor ‘She’s the Man’ lijken de makers in niks daarvan
geïntreresseerd te zijn. Ze willen geen update maken, ze
willen zelfs geen moment nadenken over dat stuk cultureel erfgoed
dat ze nonchalant aan het verkrachten zijn – ze nemen enkel de
basisplot over en stoppen dat vol met mislukte grappen die dienen
te appeleren aan het MTV-publiek. (De echte Sebastian die aan het
einde moet bewijzen dat hij wel degelijk een jongen is en dan maar
zijn broek afsteekt – lacheuh!)

Het scenario is op zich al een aanzienlijk probleem. Er valt maar
zeer sporadisch te lachen, en de acteurs zijn er nu niet bepaald de
mensen naar om meer van hun rollen te maken dan het is. Wel in
tegendeel, ‘She’s the Man’ bevat enkele van de slechtste
acteerprestaties van het jaar. Amanda Bynes trippelt kirrend door
haar rol als Viola, en brengt daarbij continu geluiden voort die
het beeld oproepen van een botergeile Minnie Mouse die goede
vooruitzichten heeft op een triootje met Mickey én Goofy. Maar dat
kan ook aan mij liggen, ik heb een vreemde fantasie. Feit blijft
dat ze stuurloos maar fotogeniek door dat deel van de film
paradeert – ze trekt hondenoogjes, showt haar zorgvuldig
geshampoode haar keer op keer opnieuw, maar toont ondertussen
ongeveer evenveel dramatisch bereik als Paul D’Hoore wanneer hij de
beursberichten leest. Wanneer Bynes dan in haar gedaante als
Sebastian moet rondlopen, wordt van haar verwacht dat ze alle
clichés van het genre tot op de letter naleeft – ze loopt alsof ze
een onheilspellend branderig gevoel aan haar kruis heeft (benen
veel te ver uit elkaar), spreekt alsof ze enkele weken in coma
heeft gelegen en daar permanente hersenschade aan het overgehouden,
en leert rochelen. Dat is dan de mannenwereld, schijnbaar. Bynes is
niet verantwoordelijk voor de onnozele situaties in het script,
maar wél voor de voorspelbare, compleet ongeïnspireerde manier
waarop ze ze speelt. Haar jongensimitatie lijkt niet zozeer
gebaseerd te zijn op eender welke jongen uit de echte wereld, maar
op de één of andere mentaal gehandicapte gangster.

In de bijrollen is het al weinig beter gesteld: Channing Tatum
heeft een afgetraind lichaam (de lucky bastard), maar
ongeveer evenveel charisma als een goudvis. En we krijgen David
Cross als een eigenaardige schooldirecteur wiens babbeltjes met
zijn leerlingen in dit land waarschijnlijk voldoende zouden zijn om
hem gearresteerd te krijgen.

De situaties zijn vrijwel unaniem afkomstig uit het grote boek der
drag comedy-clichés, en omvatten prangende momenten waarop
Viola met de jongens onder de douche moet, en uiteraard een scène
waarin ze in haar beide gedaanten tegelijk ergens aanwezig moet
zijn (denk maar aan de finale van ‘Mrs Doubtfire’). Het is een
teken van de inspiratie waarmee de makers gezegend waren dat Viola
zich tijdens deze scène zelfs een keer omkleedt van meisje naar
jongen zonder dat het nodig is. Voor de rest mag iedereen die
vermoedt dat de film eindigt op een stroperige monoloog en een slow
motion goal tijdens een belangrijke voetbalwedstrijd, nù z’n hand
opsteken.

Kijk, dàt is nu het verschil met ’10 Things I Hate About You’ – in
principe was die film net zo conventioneel als deze, maar hij had
tenminste een paar geslaagde grappen, een paar leuke personages en
degelijke acteurs. De prent had spirit en hij was voorbij
voor je het wist. Geen meesterwerk, maar beter dan hij naar
traditie hoorde te zijn. Niets van dat alles is terug te vinden in
‘She’s the Man’ – dit is een pseudo-hippe poging om meisjes van
veertien jaar en jonger van hun zakgeld te scheiden. Wat ooit
Shakespeare was, is nu veranderd in het soort van filmische
eenheidsworst dat z’n eigen onnozelheid gebruikt als
verkoopsargument. Over het algemeen probeer ik een beetje tolerant
te blijven tegenover dit genre meidencinema (voor hetzelfde geld
had ik plukjes pluis als ‘The Prince and
Me’
helemaal kunnen slopen), maar er zijn grenzen. Eens je je
actief zit te ergeren, tot op het punt van waarneembaar stijgende
moordlust, is er toch ergens een grens doorbroken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =