The Charlatans :: Simpatico

De elfde van The Charlatans is nu al een tijdje uitgebracht. De Britse band — die het in eigen land moet afleggen tegen ander en jonger geweld — zal met dit wisselvallige album geen nieuwe standaarden scheppen, maar borduurt desondanks fier verder op het eigen oeuvre.

Simpatico wil meteen scoren met "Blackened Blue Eyes". De combinatie van de repetitieve eenhandige keyboardaanslagen, de zwiepende gitaar en de zware rechttoe, rechtaan drum vormt een unieke verleidingsact. Deze intro perforeert de stapel witte onbeschreven bladen in een mum van tijd, strijkt wilde Pollock-nevellijnen over de witte horizon, en belooft vooral veel voor de rest van het album.

Nadat deze windvlaag het benauwende stadszicht deed opentrekken, valt het evenwel wat stil en is het zoeken geblazen naar nieuwe ijkpunten. Simpatico heeft geen duidelijk kleurenpalet en is daardoor een wat grijze plaat zodat de luisteraar de neiging heeft om dezelfde songs anders te gaan beoordelen dan bij de vorige luisterbeurt. Dat kan interessant zijn, maar hier wijst het op een gebrek aan vonken en verrassingen. Simpatico blijft sympathiek tot het eind, maar spijtig genoeg is sympathie vaak niet genoeg om verliefd te worden.

Gelukkig zijn er nog kleppers zoals "Dead Man’s Eye" en "Muddy Ground". Deze songs volgen elkaar direct op en behoeden Simpatico van de ondergang. De bombast van "Dead Man’s Eye" komt op volle toeren met door conga’s aangedreven helikopterwieken die alle onhebbelijke, omliggende stofdeeltjes in ritmische bewegingen doen opwaaien. Het inzetten van de snedige, no-nonsense gitaarriff en de daaropvolgende militaire drums zorgen voor een ideale spanningsboog. "Muddy Ground" is geboren om je bij je lurven te pakken en je op een luchtmatras in het lege wateroppervlak te droppen. Je neuriet de melancholieke song met luide dreunen mee tot de geil gemaakte dolfijnen je veilige bootmatras doen kantelen.

Ergerlijk bijna zijn de kwakkelsongs "NYC (There’s No Need To Stop)", "When The Lights Go Out In London" en "Glory Glory". Op afstand klinken die songs behoorlijk, en ook muzikaal kan je dit allemaal niet bijzonder slecht noemen. Een door een trauma geteisterde wereldstad aansporen om de moed niet op te geven is nobel en wijs. Toch komt dit anno 2006 wat geforceerd, gedateerd en gratuit over. Over de hele lijn is dit album qua songteksten een wat mager beestje zonder veel armslag. The Charlatans vinden zichzelf niet opnieuw uit, wat niet wegneemt dat je kan horen dat ze er (spel)plezier in hebben. Wellicht is dit een album dat pas op zijn ware merites kan geschat worden wanneer het live wordt gebracht.

Weinig bloedstollende, stereotiepe songs, zoals "Road To Paradise" and "For Your Entertainment", kunnen juist omwille van de heldere structuur en vaak ook de fijne herkenbaarheid het kopje boven water houden. "Road To Paradise" blijft wel hangen wanneer je het vaker hoort en is dus zowaar een potentieel radiohitje. Voor een album dat heel sterk aan de jaren tachtig doet denken, is het geen verrassing dat er geflirt wordt met ska- en reggae-invloeden. "City Of The Dead" draagt daarvan de duidelijkste stempel. Maar ook op weg naar het paradijs zijn er staccatostoten, die in het refrein evenwel vervloeien in een aanstekelijk gestroomlijnd "I don’t want to blame this on each other, but everywhere I go, I watch the river flow".

Twee songs brengen een gunstige afwisseling. "The Architect" is een kruising van dub, reggae en pop, en doet de oren anders spitsen en kabbelt goed. Heel verzorgde fraseringen maken het stadslandschap opnieuw weidser (de orgelklanken) en scheppen ruimte voor een tweede adem naar het einde van het album toe. De laatste song, "Sunset & Vine", is een Adrian Sherwood-achtige instrumental waarmee het verdienstelijk afsluiten is zonder meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =