Apparat Organ Quartet :: Apparat Organ Quartet

Wie bij het woord IJsland nog steeds spontaan denkt aan "pinnenmutsen die in een onverstaanbaar brabbeltaaltje zingen" of aan "overjaarse elfjes die de middelbare leeftijd al enige tijd overschreden hebben", heeft duidelijk nog nooit van Apparat Organ Quartet gehoord.

De groep, opgericht in 1999, bestaat uit vier keyboard/orgelspelers (Jóhann Jóhannsson, Hordur Bragason, Ulfur Eldjarn en Musikvatur) en één drummer (Arnar Geir Omarsson) en had oorspronkelijk als doel minimalistische elektro (Steve Reich is een invloed) te maken. Maar in de drie jaren die nodig waren om het debuut Apparat Organ Quartet te creëren, werd daar steeds verder van afgeweken.

Apparat Organ Quartet maakt naar eigen zeggen "Machine Rock and Roll" en "Organ Quartet Music" en gebruikt hiervoor oude en vaak afgedankte analoge keyboards en orgels (o.a. Hammonds en Farsifa’s). De bewuste keuze voor deze analoge modellen maakt niet alleen de link met Kraftwerk voor de hand liggend — de hoes kan als een knipoog naar "The Robots" gezien worden — maar ook die met Add N To (X) en de vele goedkope horrorsoundtracks uit de jaren zeventig (John Carpenter, iemand?).

"Romantika" vermengt stevige drumslagen met dromerige klanken die zo uit een van de vele foute jaren zeventig Hammondorgel-lp’s geplukt lijken. Zorgvuldig wordt echter laag op laag gebouwd, tot het geheel in een wel heel bijzonder psychedelisch SF-sfeertje baadt. Ook in "The Anguish Of Space Time" worden spacy geluiden en vervormde stemmetjes bovengehaald. De jaren zeventig naderen met rasse schreden terwijl de lsd-dampen uit de boxen walmen en een bad trip immanent lijkt: "The Anguish Of Space Time" neemt in de laatste minuten dan ook een kwalijke en harde wending.

Heel anders gaat het eraan toe in het lieflijke "Sofdu Litla Vel" dat maar geen melodie lijkt te willen kiezen en rustig verder borduurt aan klanktapijten, steeds verder uitdijend zonder einde. In "Ondula Nova" wordt echter een veel onheilspellender sfeer opgeroepen. Haast onmerkbaar sijpelt de dreiging naar binnen. Onhoorbaar bij aanvang, openbaart het gevaar zich dan toch. De vervormde stem tracht tevergeefs de aan "Tubular Bells" (The Exorcist) verwante sfeer te verdoezelen.

"Seremonia" manipuleert handig de primaire angsten door bezwerende klanken als drones naar voren te schuiven. Opnieuw neemt een door vocoders gejaagde stem de rol van exorcist op zich, maar deze maal lijkt het geloof in eigen kunnen wel heel zwak te zijn. "Charlie Tango # 2 " is zonder meer een apart verhaal: militaire drums en zacht klinkende verstoorde geluiden ruimen na een volle twee minuten baan voor een dreunende drum die slepende klanken en een vervormde klaagzang ondersteunt, de keyboards en orgels roepen langzaam maar zeker een tranceachtige dimensie op.

De eerste elektrofunkpassen worden in "Global Capitol" onzeker uitgevoerd door enkele blanke, bebrilde jongens. Het klinkt verbazingwekkend open en eerlijk maar allesbehalve funky, al is duidelijk te horen hoe brotha’s hieruit inspiratie kunnen putten. Voor Apparat Organ Quartet is rock een natuurlijker biotoop: "Cruise Control" zet het volume op elf en laat Omarsson loos gaan op de ezelsvellen. De knipoog naar Kraftwerk is evenwel "Stereo Rock & Roll": de ritmeopbouw, klanken en robotstemmetjes…duidelijker, maar ook geslaagder kan een hommage niet zijn.

Het is haast onbegrijpelijk dat het zo lang duurde (het album is uit 2002) vooraleer Apparat Organ Quartet ook buiten IJsland te verkrijgen was. Nu elektropioniers Kraftwerk steeds meer in de kijker komen te staan, is het niet verwonderlijk dat een discipel als Apparat Organ Quartet ook het respect krijgt dat hij verdient. Apparat Organ Quartet is een heerlijk analoog elektroplaatje dat zo gegrond is in de jaren zeventig dat het haast tijdloos klinkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + negen =