Diversen :: Blizkrieg Punk

Als het goed is, zeggen we het ook! Vandaar dan ook: driewerf hoera
voor Humo! Het alom geprezen/verguisde onafhankelijke weekblad voor
radio en televisie heeft net een dubbele verzamelaar uitgebracht,
met als niet mis te verstane titel ‘Blitzkrieg Punk – 30
klassiekers uit 30 jaar punk’. Over het hoe, het wanneer en het
waar de punkgolf echt losbarstte, wordt tot op vandaag hevig
gedebatteerd. Moeten we terugkeren naar de eerste helft van de
seventies met de scene rond de New Yorkse CBGB’s Club? Was het een
(artistieke) uitloper van mei ’68 in Parijs? Begon (en eindigde)
het met de Londense Sex Pistols? Moeten we nog dieper graven en
beginnen bij protopunkers The Sonics, The Seeds, MC5 en The
Stooges? Of bij oerrockers Gene Vincent, Eddie Cochrane en Jerry
Lee Lewis? Het ligt er een beetje aan hoe je punk bekijkt: als een
louter muzikaal, sociologisch, artistiek of ‘lifestyle’ fenomeen.
’30 klassiekers uit 30 jaar punk’: de ondertitel van deze
verzamelaar is dus vatbaar voor interpretatie en voor
discussie.
Ook al vinden we hier méér dan een paar dozijn parels uit de
periode 1976-1981 terug, niet alles kan of mag dus zomaar als punk
beschouwd worden. Er staan ook acts op die vlak vóór de echte
punkgolf moeten gesitueerd worden, bands die net in die periode
actief waren maar op één of andere manier voeling hadden met het
punkpubliek, én groepen en artiesten die hun eerste stappen zetten
als punk maar al gauw evoluereden naar postpunk of new wave. De
aanwezigheid van postpunk, art punk en zelfs vroege new wave op
deze verzamelaar maakt het geheel gevarieerder en vollediger en het
schetst de ruimere context waarin de stroming kon gedijen.

Voor Charlie Poel, de samensteller van deze compilatie, begon het
blijkbaar allemaal met ‘Blitzkrieg Bop’, de eerste single van de
Ramones, die 30 jaar verscheen. De cartooneske punkrockers krijgen
dan ook de eer de spits af te bijten. Andere speerpunten uit de
legendarische CBGB’s scene zijn Patti Smith met ‘Babelogue / Rock
‘n’ Roll Nigger’ (van de elpee ‘Easter uit ’78) en het Television
van Tom Verlaine, met de gekortwiekte singleversie van ‘Marquee
Moon’ uit de gelijknamige mijlpaal uit de gitaargeschiedenis.
Opvallend: beide acts lieten voor het eerst van zich spreken met
een eerste album respectievelijk single in 1975. Er ook bij: Johnny
Thunders, bij ‘leven’ het weinig stichtende voorbeeld van Sid
Vicious en Pete Doherty, met het getoondichte junkieverdriet ‘You
Can’t Put Your Arms Round a Memory’. Wat er voor ons ook gerust had
bij gemogen (in de plaats van ‘Ca Plane Pour Moi’ van Plastic
Bertrand) was iets uit ‘Blank Generation’ van Richard Hell &
the Voidoids of uit de titelloze eerste van The Modern
Lovers.

Over naar Londen. Als we de chronologie respecteren, komen we eerst
uit bij Eddie & the Hot Rods. Hoewel eerder een pubrockband
(een jongere en rauwere uitgave van Dr. Feelgood), mag het belang
van de band voor de ontwikkeling van de Londense scene niet
onderschat worden: een aantal punkbands, zoals de Pistols, zetten
hun eerste stappen als livegroep in hun voorprogramma. Bovendien
was het na een optreden van Eddie & the Hot Rods dat ‘onze’
Ludo Mariman zijn eigen fantastische Kids (‘Fascist Cops’) uit de
grond stampte.
De Sex Pistols zelf ontbreken op deze plaat, maar stads- en
generatiegenoten The Clash en The Damned (twee afsplitsingen van
London SS en opgestart om de Pistols te bekampen) zijn er wel bij
met ‘London Calling’ en ‘Smash it Up’. Ook afkomstig uit de
entourage van de Sex Pistols, maar van iets latere datum: The Slits
van Viv Albertine. Ooit de grootste klunzen van de punkscene, maar
eens ze behoorlijk een instrument konden hanteren wel
verantwoordelijk voor het fantastische ‘Cut’ (’79), waarop punk en
reggae innig verstrengeld zijn (hier met ‘Typical Girls’). Andere
vertegenwoordigers van de eerste, Londense golf zijn de
rudimentaire Adverts met ‘Gary Gilmore’s Eyes’ en X-Ray Spex, de
punkband-met-saxofoon van de half Somalische, half Engelse Poly
Styrene met ‘Oh Bondage, Up Yours!’ uit ’77 (een song die, voor
alle duidelijkheid, wil afrekenen met massaconsumptie).
Eveneens uit deze periode, maar nooit echt tot de inner punk
circle
gerekend: The Stranglers met ‘No More Heroes’, van hun
tweede plaat, en de mod/powerpop van The Jam (‘In the City’). Niet
uit Londen, maar wel actief van bij het begin: de immer geniale
Buzzcocks uit Manchester (‘Ever
Fallen in Love (With Someone You Shouldn’t’ve?)’) en de
Australische Saints ‘(I’m) Stranded’, die al actief waren in ’74
maar pas in het Londen van ’76-’77 hun publiek vonden.

Na de eerste punkgolf valt de scene uiteen: heel wat bands (oude en
nieuwe) gaan erg uitdrukkelijk de maatschappijkritische toer op (de
zogenaamde tweede golf) en belanden bijgevolg aan weerszijden van
het politieke spectrum. (Het was de periode waarin ene Margaret
Thatcher aan de macht kwam.) Andere bands of artiesten zoeken het
experiment op en worden voortaan onder de noemer postpunk of new
wave geplaatst.
Zo vinden we op ‘Blitzkrieg Punk’ The Members terug met hun
grootste hit ‘Sound of the Suburbs’ (pas wel op dat u niet meezingt
van ‘Ik was verliefd op Chris Lomme’). Zij verdienen alleen een
speciale vermelding omdat hun drummer de broer was van sterproducer
Steve Lillywhite. Ook present: de meebrul-oerpunk van Sham 69 (‘If
the Kids Are United’), aanvankelijk erg populair bij skinheads en
dus verdacht van rechtse sympathieën, iets wat pas werd rechtgezet
door veelvuldig op te treden voor Rock Against Racism. Een andere
naam die altijd gelinkt wordt aan R.A.R. is die van The Ruts, één
van de bands die in navolging van ondermeer The Clash punk
succesvol wist aan te lengen met pop en reggae (al is dat op
‘Babylon Burning’ nog niet te horen.) Als er één groep uit deze
tweede golf het in zich had om de punk te ontgroeien en te
overstijgen, dan waren zij het wel. Jammer genoeg betekende de
vroege dood van zanger Malcolm Owen ook het einde van The Ruts. Nog
niet dood (toch niet zover wij weten) maar ten onrechte allang
vergeten: The Only Ones. Nochtans hadden ook zij, mede dankzij een
ritmesectie die in de jaren ’60 nog in enkele happy hippie groepjes
speelde, ook duidelijk een eigen, apart geluid.

Twee one hit wonders uit de second wave zijn ‘Turning Japanese’ van
The Vapors (ontdekt en gemanaged door Bruce Foxton van The Jam) en
‘Where’s Captain Kirk?’ van Spizzenergi, een band die haast voor
elke plaat een andere groepsnaam koos (gelukkig wel steeds met
‘Spizz’ erin, de naam van de frontman). Uit dezelfde periode komen
ook het sociale realisme van Stiff Little Fingers uit Belfast
(‘Suspect Device’) en ‘Lookin’ After No. 1′, de eerste single van
The Boomtown Rats (de groep waarvan Bob Geldof achtereenvolgens
manager en zanger was). Leuk om nonkel Bob eens over iets andere te
horen praten, maar wij zouden hier eerder gekozen hebben voor
‘Jimmy Jimmy’ of ‘Teenage Kicks’ van The Undertones.

Om af te ronden: de buitenbeentjes. Twee artiesten die het al gauw
voor bekeken hielden bij hun groep om avontuurlijkere paden te
bewandelen zijn Johnny Lydon en Howard Devoto. Lydon vormde met
jeugdvriend Jah Wobble en Keith Levene (medeoprichter van The
Clash) Public Image Ltd.. Hun eerste single (‘Public Image’) mag
CD2 openen. Devoto verliet na één e.p. de Buzzcocks om samen met
Barry Adamson (zie ook Nick Cave) en (wijlen) John McGeoch (zie ook
Siouxsie & the Banshees, PiL, Armoury Show…) Magazine te
vormen. De riff van ‘Shot By Both Sides’ kreeg hij nog mee als
afscheidscadeau van Pete Shelley.
‘Warsaw’ is een track uit de elpee die Joy Division in 1978 opnam voor RCA,
maar die nooit officieel werd uitgebracht omdat de groep vond dat
de producers hun werk hadden verkracht. Nog een vreemde eend in de
bijt: Wire, dat er een erezaak van haar eigen songs af te kluiven
tot er weinig veel meer overbleef dan een skelet, het afgemeten,
strakke ‘1 2 X U’ uit debuutplaat ‘Pink Flag’ heeft model gestaan
voor de sound van heel wat groepen uit de jaren ’80, ’90 en ’00. De
recentste song op deze dubbelaar is ‘Too Drunk to Fuck’ van de
Amerikaanse Dead Kennedys, als single verschenen in 1981 (in ’87 op
een verzamelaar )en meteen in de ban geslagen door de BBC.

Wie de tel nog niet is kwijt geraakt, heeft gemerkt dat we nog maar
aan negenentwintig zitten. De dertigste naam op ’30 jaar punk’ is
die van The Cure. Goeie groep, daar niet van, en ’10:15 Saturday
Night’ is en blijft een sterke song, toch zou het iets logischer
zijn geweest indien in hun plaats Siouxsie and the Banshees hadden
gestaan. Beide groepen werden in de jaren ’80 natuurlijk vaak in
één adem genoemd, maar in tegenstelling tot The Cure is zijn
Siouxsie and the Banshees wel ontstaan en opgegroeid in en om SEX,
de boetiek van Malcolm McClaren op King’s Road.

Een (genre)compilatie als deze is altijd een kwestie van keuzes
maken en knopen doorhakken, een beetje zoals een voetbaltrainer
moet proberen een evenwichtige kern te selecteren. Wat ons betreft
heeft Charlie Poel uitstekend werk geleverd, niet in de laatste
plaats omdat hij naast de grote namen ook heel wat verborgen
schatten en vergeten parels weer onder de aandacht heeft gebracht.
Een verzamelaar als deze mag dan ook niet afgerekend worden op haar
volledigheid, maar moet eerder gezien worden als een soort
startpakket, een proevertje, om zelf op zoek te gaan naar het nog
verkrijgbare werk van de bij elkaar gebrachte artiesten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =