The Flaming Lips :: At War With the Mystics

Wie in 1983 durfde verkondigen dat het wel wat zou kunnen worden
met dat bandje van de broertjes Mark en Wayne Coyne had drie
opties: een opname in de dichtstbijzijnde instelling voor
geesteszieken, getooid met pek en veren doorheen Oklahoma City
stappen (ondertussen ‘Ik ben een dwaas! Ik ben een ongelooflijke
dwaas’ scanderend) of, het ergst van al: een uurtje doorbrengen in
het repetitielokaal, temidden van de teringherrie van de
zelfverklaarde fearless freaks. Maar kijk: intussen zijn we
drieëntwintig jaar verder en régent het loftuitingen aan het adres
van Oklahoma’s craziest sons. ‘The World’s Biggest and Best
Experimental Pop Band’ heet het nu. Sterker nog, The Flaming Lips
worden vandaag de dag aanzien als dé boegbeelden van de huidige
generatie Cosmic American’, een stroming waartoe door rockhistorici
ook grootheden als Gram Parsons en The Flying Burrito Brothers, The
Grateful Dead, Brian Wilson en recenter Mercury Rev, Grandaddy en My Morning Jacket worden gerekend.

Hoe is het allemaal ‘zover’ kunnen komen? Hoe komt het dat het
lelijke eendje een sierlijke zwaan is geworden? Door een
aaneenschakeling van toevalligheden, eigenlijk. Van de oerbezetting
van The Lips blijven sinds 1993 alleen nog Wayne Coyne en bassist
Michael Ivins over. Wanneer Mark Coyne trouwt en de groep verlaat,
wordt Wayne de nieuwe zanger. Het is het begin van een komen en
gaan van muzikanten die in mindere of meerdere mate hun steentje
bijdrage aan de muzikale ontbolstering van de band. Jonathan
Donahue van Mercury Rev was één van hen; hij speelt een tijdlang
gitaar bij The Flaming Lips en ligt samen met Rev-collega en
producer Dave Fridmann aan de basis van de muzikale koers die de
groep vandaag vaart en dat sinds het begin van de jaren ’90. Coyne
en Ivins – in ’92 aangevuld met multi-instrumentalist Steven Drozd
– zijn nog steeds freaks, maar ze kunnen intussen op een
fatsoenlijke wijze een instrument hanteren en een pakkende song
schrijven.

Tot zover dus de prehistorie. Met ‘At War With the Mystics’ zitten
The Flaming Lips aan hun elfde studioalbum, maar zelfs zij zullen
de laatsten zijn om het iemand kwalijk te nemen wanneer die pas
begint te tellen vanaf ‘Transmissions From the Satellite Heart’ uit
’93 (met hun eerste top 10 hit ‘She Don’t Use Jelly’) of zelfs
vanaf ‘The Soft Bulletin’ uit ’99. Het was met deze plaat (en de
fantastische single ‘Race Against the Price’) dat de Lips in het
zog van Mercury Rev ook bij ons voorgoed voet aan de grond kreeg.
Fascinerende liveshows met nepbloed, zingende handpoppen, Ivins die
confetti uitstrooit over Coyne, Coyne zelf die te pas en te onpas
een reuzengong mishandelt, filmpjes waarin beurtelings de
Teletubbies en de executie van een Vietnamees worden getoond, meer
ondvliegende confetti, en dat allemaal om de songs over dood,
drugs, waanzin, ruimteoorlogen en andere vrolijke onderwerpen een
beetje draaglijker te maken. Op ‘Yoshimi Battles the Pink Robots’
werd die lijn doorgetrokken, al miste deze plaat (uit 2002) de
constante (en hoge kwaliteit) van haar voorganger.

‘At War With the Mystics’ is, om even de Grote Woorden boven te
halen, de ultieme Flaming Lips-plaat geworden, een album waarmee de
band de lat voor zichzelf wel heel erg hoog legt. Wanneer de
opvolger over enkele jaren iets minder enthousiast zal onthaald
worden, heeft dat niks te maken met dié plaat, maar alles met deze.
Alles waarin ze zich de afgelopen decennia onderscheidden van de
rest van het pak komt op dit album aan bod: spacerock, kosmische
funk, psychedelische pop, glamrock, sprookjesfilmmuziek, A.O.R. en
nog veel meer waaien langs om ons te fascineren, te amuseren, te
agiteren en te verte(de)ren.

Van bij de eerste noten neemt Coyne ons mee in zijn Space Bubble,
voor een avontuurlijke trip. Die vangt aan bij ‘The Yeah Yeah Yeah
Song’, de single die fans van het eerste uur misschien zal doen
terugdenken aan de tijd van ‘She Don’t Use Jelly’. ‘Free Radicals’
is een uit de hand gelopen experiment met als ingrediënten iets van
Prince, ‘I Love Rock ‘n’ Roll’ van Joan Jett en ‘Numb’ van U2. Pas
vanaf het derde nummer schieten we echt doorheen de dampkring en
krijgen we met het onbeschrijflijk mooie ‘The Sound of Failure’,
‘My Cosmic Autumn Rebellion’ en ‘Vein of Stars’ drie heerlijke
lappen symfospacerock voorgeschoteld. Wanneer het niveau vervolgens
met ‘The Wizzard Turns On…’ een tikkeltje daalt, hoeft dat ook geen
reden tot paniek te zijn. Een mens mag toch af en toe nog eens de
kans krijgen om even naar adem te happen, niet? Met ‘It Overtakes
Me / The Stars Are So Big… I Am So Small… Do I Stand a Chance?’
schiet de plaat immers weer pijlsnel de hoogte in.

‘Mr. Ambulance Driver’ – een lied met een bespiegelende tekst over
leven en dood, zoals dat in sommige gastprogramma’s op Radio 1 heet
– kenden we al een tijdje van op een compilatie-cd, maar komt pas
in de context van dit album volledig tot zijn recht. U zult
trouwens nooit een ziekenwagensirene droeviger horen loeien als in
deze song.
Niet alleen de ‘mystics’ krijgen er van langs; ook lieden wier
hoofdbezigheid erin bestaat hun eigen mythes creëren (om vervolgens
de wereld gewapenderhand te dwingen in die mythes te geloven)
krijgen hier geregeld een klets. Zelfs voor wie het merendeel van
zijn tijd doorbrengt in andere sterrenstelsels, zal het tijdens
‘Haven’t Got a Clue’ en ‘The W.A.N.D.’ zonneklaar zijn dat het niet
zozeer gaat over één of andere intergalactische strijd, maar ook
over het pietluttige (maar jammer genoeg o zo machtige) cijfertje
achter de komma George W. Bush.
De prijs voor de beste songtitel gaat ongetwijfeld naar ‘Pompeii Am
Götterdämmerung’, ofte het Pink Floyd-moment van de plaat. Indien
The Flaming Lips er na deze song een punt hadden achter gezet
(achter deze cd, uiteraard) dan had we kunnen spreken van een
perfecte climax en de ideale afsluiter. Maar omdat niks leuker is
dan niét doen wat van je wordt verwacht, plakten ze er met het
opvallend kalme ‘Goin’ On’ bij wijze van geruststellend
nachtzoentje nog een veel betere, meer geschikte song achter…

Et voilà, alzo wordt het lijstje uitstekende platen van 2006 weer
aangevuld. We zijn benieuwd of The Flaming Lips later dit jaar ook
nog zullen scoren met hun langverwachte film ‘Christmas on Mars’.
We kijken er nu al naar uit als ons vierjarige neefje naar de komst
van de paashaas.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 3 =