Ice Age :: The Meltdown




Hoera, hoera, driewerf hoera! De eerste van het anderhalf dozijn
aanstormende CGI-animatiefilms van dit jaar is eindelijk in de
bioscopen te bewonderen. Jaja, het gaat vlug in die uit pixels
opgetrokken business. Tot een paar jaar geleden had je één, hooguit
twee van die computeranimatiefilms per jaar en dat waren dan ook
‘eventfilms’ waar de fans watertandend naar uitkeken. Naast
giganten Pixar en Dreamworks brak ook Blue Sky door als leverancier
van de nieuwe standaard in animatie. In 2002 kregen we met ‘Ice Age’ een leuke prent die amusant was
zolang hij duurde maar ook nergens in de buurt kwam van de
Pixar-grandeur. Vorig jaar was het al iets minder lachen met
‘Robots’, visueel creatief maar
inhoudelijk zo uitgeput als m’n bompa na z’n wekelijkse spelletje
kaart in het lokaal parochiezaaltje. Nu kijgen we het
onvermijdelijke vervolg, ‘Ice Age: The Meltdown’ op onze boterham.
En ik kan u al laten weten: als dit dan de concurrentie is, kunnen
de Pixarbonzen nog steeds op beide oren slapen.

Het verhaal heeft deze keer nog minder om het lijf dan bij het
vorige avontuur. Diego, de stoere sabeltandtijger, Manny, de
aandoenlijke mammoet en Sid, de lispelende luiaard vormen nog
steeds een kliekje en hebben zich gevestigd in een vruchtbare
vallei. De ijstijd is echter aan z’n laatste seizoentje vriezen toe
en de vallei dreigt overspoeld te worden door al het water dat zich
achter een enorme ijsdam bevindt. De kudde gaat op pad om de andere
kant van de vallei te bereiken.

En zo zijn we vertrokken voor alweer een dol avontuur vol gevaar,
humor en uiteraard de uitzinnige scene-stealing escapades
van Scrat, dat eekhoorngeval dat ook in de eerste ‘Ice Age’ met de leukste momenten ging
lopen. Het wordt zelfs een beetje romantisch wanneer Elly, een
lichtjes gestoorde mammoet die denkt dat ze een buidelrat is, het
pad kruist van Manny.

Computeranimatiefilms hebben op een kleine tien jaar tijd de gewone
tekenfilms volledig uit de markt gewipt en zijn zonder veel
tegenstand de nieuwe standaard in animatie geworden. De
revolutionaire sprongen in de computer graphics worden dan
ook steeds kleiner (wat ergens wel normaal is) en naarmate het
publiek steeds minder makkelijk visueel overdonderd kan worden,
komt de druk steeds meer op het verhaal en de amusementwaarde te
liggen. De Pixarfabriek is voorlopig de enige die zowel inhoudelijk
als visueel consequent kan blijven boeien. Het is dan ook spannend
wachten of ze die clean sweep ook na ‘Cars’ (die deze zomer
uitkomt) weten te bewaren.

Technisch valt hier weinig bewonderenswaardigs te vermelden.
Vergeleken met de Pixar magic die we te zien kregen in ‘The Incredibles’ en vooral ‘Finding Nemo’ valt ‘Ice Age 2’ nogal tegen.
De achtergronden zijn eentonig en missen fantasie en op de pluizige
staart van Scrat en de vacht van de mammoeten na krijgen we hier
geen visuele hoogstandjes te zien. Water speelt een cruciale rol in
deze film en blijkbaar is dat zowat de moeilijkste karwei om te
animeren. Vooral wanneer het water in contact komt met personages
(beesten in dit geval) zie je af en toe een minder geslaagd
resultaat.

Maar hoe zit het dan met de grappen en de personages? Want daar
draait het toch voornamelijk om in de ‘Ice Age’-films. Op die
manier zou je kunnen stellen dat de beide prenten het meest lijken
op een ‘Looney Tunes’-tekenfilm, zowel qua visuele stijl als
inhoud. ‘Ice Age: the Meltdown’ gebruikt zijn rode draad (de
trektocht door de vallei) om zoveel mogelijk leuke en grappige
set-pieces te bedenken. Zo hebben de Scrat-episodes zelfs
niks met het hoofdverhaal te maken, maar toch zijn het de
hoogtepunten van de film. Het musical-nummertje van de aasgieren is
nog zo’n grappige uitschieter die de ‘Tai Kwon-Dodo’-scène uit de
eerste ‘Ice Age’ bijna naar de kroon
steekt. Er zitten dus wel een paar leuke momenten in de film,
vooral na de nogal aarzelende eerste helft, maar het blijft
allemaal te fragmentarisch, net als een ‘Looney Tunes’-filmpje, en
de aandoenlijke en amusante relatie tussen de drie centrale beesten
miste ik toch net iets te vaak.

Manny (met de stem van Amerikaanse komiek Ray Romano) is duidelijk
het belangrijkste personage deze keer. Zijn zoektocht naar een
soortgenoot wordt het meest uitgespeeld en de introductie van Ellie
(Queen Latifah in goede doen) sluit daar mooi op aan. Jammer genoeg
zijn dat dan ook de enige twee personages die een minimum aan
diepgang meekrijgen, iets wat in dit soort films sowieso al weinig
voorstelt.

Diego (stem van Denis Leary) wordt schandelijk gedegradeerd tot
bijstaander en mag zich gedurende de hele film bezighouden met zijn
watervrees – uiterst flauw. Sid (stem van John Leguizamo) mag dan
weer de taak van irritante zenuwwerker op zich nemen (een beetje
zoals Donkey in ‘Shrek’ dus). Ook de
andere nieuwe beestjes stellen niets voor. De twee buidelratten
(eentje met de stem van Seann William Scott, stel u voor) lopen er
maar voor spek en bonen bij en gordeldier ‘Fast Tony’ (met de stem
van superkin Jay Leno) kan je ook niet bepaald een hilarische
aanwinst noemen.

‘Ice Age: The Meltdown’ is een typische sequel geworden. De leukste
dingen waren al aanwezig én beter uitgewerkt in de eerste film en
voor de rest zit je opgezadeld met een routineuze animatieprent.
Harmless family fun dat nergens echt verveelt, akkoord, maar
ook veel te braaf en te veilig binnen de lijntjes gekleurd om mij
te overtuigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − achttien =