Barzin :: My Life In Rooms

In de beslotenheid van de eigen geest kan men gedachten koesteren die elders verboden zijn of op zijn minst afkeurenswaardig volgens de heersende sociale normen. De geest wordt dan ook vaak beschouwd als een metafysische variant van het huis met vele kamers waarin men ongestoord ronddwaalt.

Een leven op kamers was in het verleden een vast gegeven voor kunstenaars en schrijvers allerhande, die binnen de beslotenheid van de eigen leefwereld de gedachten de vrije loop konden laten. Het enige wat de routine mogelijk kon verbreken en het beeld van de wereld wijzigen, was een likje verf of een ander behang dat nauwelijks verschilde van het vorige.

Het Canadese Barzin startte in 1995 als het soloproject van Mike Findlay, maar breidde zich al snel uit tot een trio met Suzanne Hancock en Tony Dekker (Great Lake Swimmers), naast een rits gastmuzikanten. Het gelijknamige debuut grossierde voornamelijk in breekbare, lichtjes op countryleest geschoeide songs. Menig hart werd weer gebroken, terwijl de zachte songs hun kwetsbaarheid schaamteloos uitspeelden.

Barzin tapte echter een album lang uit eenzelfde vaatje waardoor de slepende songs eens ze achter elkaar geplaatst werden zich iets te zeer naar het einde dienden te — euh — slepen om een album lang te boeien. In de beste karikaturale Britse traditie hadden we na het aanhoren van het album bijna zelfmoord gepleegd, niet zozeer door verdriet overmand, maar eerder uit het soort verveling die ons elke dag bij het opstaan overvalt.

Het fraai vormgegeven My Life In Rooms heeft ons de laatste dagen binnengehouden, terwijl buiten een aanlokkelijk schijnende zon ons — vijanden van haar —diets maakte dat wij daar niets te zoeken hadden. Het gaf ons uitgebreid de kans om het tweede album van Barzin, touw nog steeds binnen handbereik, te beluisteren: het trio grossiert nog steeds in spleen en melancholie.

"Let’s Go Driving" mag dan wel uitnodigen tot het cruisen door de hood, terwijl schaars geklede hoes hun waar uitstallen, het is wel een mooie opener. De melodie sleept zich verder en Findlays stem komt uit onpeilbare diepten naar boven. De licht psychedelische ondertoon wordt verder gezet in "So Much Time To call My Own", dat slechts een lichte accentverschuiving toelaat in het klankenpalet.

"Leaving Time" forceert een poging tot uitbreken maar raakt opnieuw verstrikt in een kluwen van teder aangeslagen drums, nauwelijks hoorbare gitaren en van weemoed doordrenkte strijkers. De vrolijkheid van "Just More drugs" klinkt binnen de muffe beslotenheid van het huis dan wel als een nieuwe en frisse ademtocht, in se doet zij niet meer dan hier en daar een kleine verfraaiing aanbrengen, waarna de andere songs hierop voortborduren.

Net zomin als Barzin veel variaties op een vast thema toeliet, kleurt My Life In Rooms buiten de vooraf uitgestippelde lijntjes. Breekbaar en nu en dan licht psychedelisch zijn de songs grotendeels inwisselbaar met elkaar en eigenlijk ook met Barzin. De weemoed die zich zacht fluisterend een weg naar het hart baant, kan de verveling dan wel niet verdrijven, het biedt een aangename verpozing aan hen die er zich gelaten aan overgeven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − drie =