Barzin :: My Life in Rooms

Toronto, 1995: de Canadese scene maakt kennis met Barzin, een jonge
songwriter die onder de vorm van melancholische slowcore en
alt.country de hand in eigen boezem steekt en voor een toen nog
zeer beperkt publiek te biecht ging. Pas in 2003 zette de man zijn
materiaal voor het eerst op plaat. Tegen die tijd was Barzin van
een artiestennaam uitgegroeid tot een project: hij verzamelde een
muzikaal collectief rond zich dat hem zowel op de plaat als bij de
shows bijstond.

is
ondertussen ook kunnen evolueren en bevat momenteel al enkele
klinkende namen. Voor deze plaat tekenden onder meer Suzanne
Hancock en Tony Dekker (deze laatste doet ongetwijfeld een belletje
rinkelen als ik er Great Lake
Swimmers
als referentie aan toevoeg). Op de plaat staat
sfeerschepping nog steeds centraal: dromerige songs drijven voort
op voornamelijk akoestische arrangementen. Elektronische elementen
worden toegevoegd ter ondersteuning, maar toch wordt een organische
klank behouden, die een warme uitstraling garandeert. Een mooi
voorbeeld hiervan is de instrumental ‘Sometimes the Night…’,
waarin de drummachine niet al te zeer geaccentueerd wordt en zo de
orkestratie van een bijna natuurlijke beat voorziet. Muzikaal
laveren we in de richting van Tindersticks en Sparklehorse heen,
maar de bijna gefluisterde stempartijen van Barzin zorgen ervoor
dat hij uiteindelijk dichter bij de broze Mark Linkous geklasseerd
kan worden dan bij het diepe timbre van Stuart Staples.

‘My Life in Rooms’ begint met een escapistische tendens door de
reisthematiek van ‘Let’s go Driving’, een nummer dat muzikaal
perfect een plaatsje op ‘The
Greatest’
van Cat Power had kunnen veroveren. Er wordt afstand
genomen van de wereld om plaats te maken voor introspectie:
“Taking notes for myself” zoals Barzin het zelf zegt. Het
basisbeginsel van de plaat was dan ook een hersenspinsel over
kunst, geënt op de vraag of het leven nog zin kan hebben wanneer
men zich volledig aan het artificiële wijdt. Het door strijkers
aangedreven ‘Leaving Time’ lijkt in dit kader wel een oproep om
terug te keren naar het alledaagse en deze gedachtegang wordt
voortgezet in ‘Just more Drugs’, een zoektocht naar een vluchtweg
en een verlangen om terug te keren naar de oppervlakkige wereld.
Uiteindelijk reduceert Barzin in het titelnummer de wereld net tot
kunst: “Everything is but a photgraph”. Zoals de titel van
het album al deed veronderstellen, eindigt de artiest dus in
isolement, zoals het de traditie van de poète maudit
betaamt.

‘My Life in Rooms’ is een knusse plaat geworden: geen grootse
anthems, maar de song in zijn puurste vorm. Barzin heeft niet de
sterkste stem, maar maakt dit euvel goed door de uitgekiende
muzikale begeleiding, die de onderkoelde vocals perfect animeert.
Hoogtepunten zijn de door strijkers aangedreven elegie ‘Leaving
Time’, ‘So Much Time to Call My Own’ en ‘Acoustic Guitar Phase’, de
prachtige cover van mede-Canadezen The Dears. Het album vormt een mooi
geheel met hier en daar ruimte voor variatie om een al te vlak
parcours tegen te gaan. De kleine stroomversnelling in ‘Just Like
Drugs’ en de genietbare country (lang geleden dat die woorden geen
contradictio in terminis vormen) van ‘Won’t you come’ zijn hiervan
mooie voorbeelden. Het is nog wat vroeg op het jaar, maar haal ‘My
Life in Rooms’ al in huis als perfecte begeleiding voor de komende
kille herfstdagen.

http://www.barzinh.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =