Dark Horse (Voksne mennesker)




Un hombre con mucha suerte, zo noemt een oud (duidelijk
helderziend) mannetje in Spanje hem. Daniel (Jakob Cedergren) is
inderdaad voor het geluk geboren. Hij is graffitikunstenaar en
spuit tegen betaling liefdesverklaringen op de muren. Hij heeft nog
nooit een echte job gehad, en vertoeft het liefst waar hij zich
goed voelt: aan de rand van de maatschappij, elke
verantwoordelijkheid ontwijkend. Belastingen betalen daar doet hij
niet aan mee, verkeersregels lapt hij aan zijn laars en hij is
dyslectisch wanneer het hem uitkomt. Steeds een stapje voor op de
autoriteiten, balanceert hij op de grens, maar krijgt hij toch
steeds alles in zijn schoot geworpen.

Daniels beste vriend Roger (Nicolas Bro), uiterlijk de Deense
versie van Benny uit ‘Het geslacht De Pauw’, moet zijn geluk zelf
maken. Hij werkt in een centrum voor slaapstoornissen en houdt in
tegenstelling tot Daniel wel van regels en wetten. Hij droomt van
een carrière als scheidsrechter (en mag de hele film in dat sexy
plunje rondlopen) en is hiervoor volop aan het trainen in rode
kaarten uitdelen. Roger is ook hopeloos verliefd op het mysterieuze
bakkersmeisje Franc (Tilly Scott Pedersen), maar als puntje bij
paaltje komt, zet hij het op een lopen. Daniel wil de brokken
lijmen, maar valt zelf als een blok voor haar charmes. De twee zijn
van hetzelfde kaliber en zweven zorgeloos verder, tot Daniel op een
dag bij het graffiti spuiten op heterdaad betrapt wordt.

De rechter van dienst spreekt zijn vonnis – enkele uren strafwerk-
uit en doet ongemerkt ook zijn intrede in het verhaal. Dit
melancholische figuur speelt blijkbaar liever met de gaatjes uit
een perforator dan rechtertje en wil uit zijn overmatig geplande
leventje stappen. Wat doet die man in de film, vraagt u zich af?
Hij is spookrijder van dienst – hij legt de tegenovergestelde weg
af van Daniel, van het rechte pad richting outsiderwereldje. De
twee kruisen elkaars pad en nemen uiteindelijk elkaars plaats in.
Een dark horse op de juiste plaats op het juiste
moment.

‘Voksne mennesker’ kreeg voor de distributie in het buitenland
gemakkelijkheidhalve de Engelse titel ‘Dark Horse’ mee, dat bekt
altijd iets beter. De IJslandse regisseur Dagur Kári kent u nog wel
van zijn eerste langspeelfilm ‘Nói
Albinói’
, een prettig gestoord verhaal over een vreemde jongen
die de isolatie van de IJslandse vlakte wil ontvluchten. Kári
verhuist met ‘Dark Horse’ de setting van de rurale stilte naar de
stadsdrukte van Kopenhagen en vertelt het verhaal van de jongen die
net iets dichter bij ieders leefwereld ligt. We zijn hem allemaal
al wel eens bij de slager tegengekomen: de nietsnut, de lucky
bastard.

De film valt vooral op omdat hij is opgenomen in zwart-wit op 16mm,
om vervolgens opgeblazen te worden tot 35mm, wat een korrelig
resultaat geeft. Met ‘Good Night, and
Good Luck’
lijkt zwart-wit weer terug van weggeweest en al
bemoeilijkt het het lezen van de ondertitels, zeker met een
onverstaanbare taal als Deens, en is het allemaal al eens eerder
gedaan, het heeft wel iets én het past bij de Kári’s stijl. (Het
geeft ook een aangename bezigheid tijdens de saaiere stukken: je
kan raden welke kleur bijvoorbeeld het psychedelische behangpapier
in Francs huis heeft of hoe Daniels auto eruit ziet – is die wel
echt wit?) Het enige gekleurde beeld in de film is een echt
rode-jasjes-moment (‘Schindler’s
List’
), het straalt zo hard dat het de hele sfeer doet kantelen
en voor straffe cinema zorgt. Andere fantasietjes missen echter hun
uitwerking. De olifanten die plots over de achtergrond komen
gewandeld, lieten me als kijker onverschillig, ze voegden niets
toe. Misschien als er meer van die momenten waren geweest, dat het
allemaal wat waardevoller was overgekomen.

De film is geen schot in de roos, daarvoor is het verhaal te slap
en ontbreekt het gevoel ‘meegesleept te worden’. Daniels apathie
dreigt soms de hele film te besmetten. Dit citaat van Dagur Kári
verklaart wel het één en het ander: I like movies that are more
like a catalogue of ideas rather than a plot-driven story. When we
wrote the script, we didn’t sit down to figure out a story; we
started by collecting lots of ideas and put them all on the same
account…The movie is about people who do not fit into the society
they belong to. Either they create an alternative reality of their
own, or strive to find it. All our references either came from
black and white photographs or movies.”

Dagur Kári heeft het duidelijk in zich en dat zal hij ongetwijfeld
in een volgende film beter bewijzen. Alleszins een vette pluim voor
zijn eigenzinnige kijk op de wereld, oog voor detail en grappige
dialogen (bacardi breezer is geen fruitsap!), die dit verhaal in 12
verzen tot een aangenaam tijdverdrijf maken. Vooral Nicolas Bro is
een dankbaar personage en zorgt voor een grappige noot,
bijvoorbeeld wanneer hij de politie haast om een boete smeekt of
zijn scheidsrechtersexamen nog voor de aanvang van zijn eerste
wedstrijd doet mislukken.

Nog altijd tien keer beter dan de gemiddelde Tinseltowner en de
film bewijst dat zwart-wit niet per sé kleurloze cinema hoeft
teweeg te brengen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een − 1 =