Jenny Lewis & The Watson Twins :: Rabbit Fur Coat

Het kan verkeren, zei Bredero ooit. Voor sommigen ligt het verdere
levensverloop al vroeg vast of is het verleden uiterst bepalend
voor de toekomst. Als je weet dat Kane ooit een U2-covergroep was,
is de verderfelijke boysband-rock waarmee ze nu de radio teisteren
al niet zo verwonderlijk meer. Hetzelfde geldt voor Britney Spears
en Christina Aguilera, die als kleutertjes elkaar al aan het
bekampen waren in idooleske wedstrijden.

Voor anderen zou zelfs Nostradamus in een begenadigde dag niet
voorspeld kunnen hebben wat de komende jaren zouden brengen. Jenny
Lewis is een uitstekend voorbeeld van deze laatste categorie. Eind
jaren ’80 en begin jaren ’90 acteerde ze nog als kindsterretje aan
de zijde van Shelley Long in ‘Troop Beverly Hills’ en andere
armoedige tv-films waarmee Eén zo graag uitpakt op vrijdagavond. Ze
leek dan ook een carrière tegemoet te gaan in ofwel romantische
komedies (een genre waarbij we de kreet “the horror, the
horror
” nog steeds moeilijk kunnen onderdrukken) ofwel
inhoudsloze Britney-pop. Dat was echter buiten Jenny’s zangtalent
en goede smaak gerekend, want ze heeft voor een juiste derde route
gekozen door het niet onaardige countryrockbandje Rilo Kiley uit de
grond te stampen. Het duurde dan ook niet lang voor de indiewereld
haar met liefde had omarmd. Ondertussen heeft ze al getourd met
The Postal Service en is ze goede
maatjes met troubadours als M.
Ward
en Conor Oberst. Het was deze laatste die Jenny Lewis had
aangeraden om een solodebuut te schrijven en dat is een verdomd
goede keuze geweest. Net als I’m Wide
Awake It’s Morning
van Bright Eyes is ‘Rabbit Fur Coat’
namelijk een prachtig, klassiek countryalbum dat een frisse wind
laat waaien door een stokoud genre dat wel behoefte heeft aan een
nieuwe lading jong en vrouwelijk talent.

Het wordt onmiddellijk duidelijk dat Jenny Lewis met ‘Rabbit Fur
Coat’ teruggrijpt naar haar eerste liefde. De plaat blinkt uit in
traditionele country en klassieke, southern soul die herinneringen
oproept aan grandes dames als Emyllou Harris, Tammy Wynette,
Loretta Lynn en Joni Mitchell. De indierockgitaren en drums van
Rilo Kiley hebben plaats geruimd voor een verstild, desolaat geluid
dat alle ruimte laat aan het vocale werk. De grote kracht van
‘Rabbit Fur Coat’ schuilt dan ook in de melancholische
stemmenpracht, die slechts ondersteund wordt door spaarzame
akoestische gitaren en zachte percussie. Meer nog dan bij Rilo
Kiley mag de troostende, tedere stem van Lewis triomferen terwijl
de wat bevreemdende, bijna androgyne Watson Twins als de gedroomde
katalysator fungeren. Hun backing vocals laten de nummers nog
intenser en doorleefder klinken. Het moet van Damien Rice en Lisa
Hannigan geleden zijn dat we zo ontroerd waren door vocale
interactie. ‘Melt Your Heart’ doet zijn titel bijvoorbeeld alle eer
aan: wie onbewogen kan blijven bij de zachte fluisterstem van Lewis
terwijl magnifieke ooh ooh’s uit de luidsprekers zweven, verdenken
we ervan te veel interviews met Yves Leterme of Herman Van Rompuy
bekeken te hebben.

Alles mag dan wel mooi en zielsverheffend klinken op deze plaat,
maar de uiterlijke schijn bedriegt. Net als in Loch Ness schuilen
er lelijke monsters onder het schijnbaar rustige wateroppervlak. De
spaarzame instrumentatie laat alle vrijheid aan de drie dames om
verhalen te vertellen en het hartzeer druipt dan ook van de teksten
als dieprode bloeddruppels. In ‘It Wasn’t Me’ pleit Lewis zich,
tegen beter weten in, vrij van al haar zonden, maar op het eind
overwint de eerlijkheid: “But I use a popsong to clear my name /
Under the bridges of fame it’s always nighttime / I’ll end with
closure and say goodnight
“. In songs als ‘Melt Your Heart’ en
‘You Are What You Love’ boort Lewis dan weer het onvermijdelijke
thema van het liefdesverdriet aan. Twijfel en schuldgevoelens
hangen als een Londense smog boven de nummers. Het valt op dat
Lewis’ intense lyriek nergens geforceerd of pathetisch klinkt, ze
zingt alles met een naturel en elegantie die beroert en
ontroert.
Minpunten vallen naar onze bescheiden mening niet te vermelden,
alleen over ‘Handle With Care’ van The Traveling Wilburys zijn we
nog niet uit. Aan de ene kant is het een wat voorspelbare
coverkeuze maar aan de andere kant is het een verademing om zowel
M. Ward als Conor Oberst en Ben Gibbard samen met Lewis in één song
aan het werk te horen.

Met ‘Rabbit Fur Coat’ bewijst Jenny Lewis dat ze alle kwaliteiten
in huis heeft om het te maken in het door mannen gedomineerde
indiewereldje. Ze bezit het lef en de branie om een uiterst
persoonlijk, emotionele plaat op deze aardkloot los te laten en de
stem om die gevoelswereld te vertalen in prachtige, intense
countrysongs. Dat ze daarnaast ook nog een aantrekkelijke madam is,
is mooi meegenomen. Laat Lewis u de hand reiken en u zal ze, geloof
ons, niet weigeren. Wij zijn alvast zodanig onder de indruk dat we
zelfs haar gastrolletje in ‘Growing Pains’ met de mantel der
bewondering bedekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 9 =