Tigers Of Doom :: Tigers Of Doom

Als er in Europa al eens pogingen worden ondernomen goede garage te maken, blijft het meestal bij die goede bedoelingen. Veel groepen missen gewoon het talent of teren te veel op de gedachte popmuziek te moeten maken. Als wij zo nu en dan toch eens een plaatje als dat van de Tigers Of Doom binnen krijgen, is het hoog tijd om de superlatieven uit de kast te halen.

Tigers Of Doom leveren met hun zelfgetitelde album een plaat af van het soort waarvan we er uit Europa zelden op ons bord krijgen. Het Berlijnse tweetal is in het Europese muzieklandschap — waarin je van de éne kunstmatige hype naar de andere wordt gesleurd — al een even grote rariteit als de Belgische Seatsniffers. De Tigers Of Doom hebben het voor legendarische Amerikaanse garagebands als The Gories en de Oblivians, maar weten ook het recentere werk van collega’s als BBQ naar waarde te schatten.

De groep is zoals veel Amerikaanse garagebands een groep die er geen seconde bij stilstaat of zijn muziek nu eigenlijk wel in het kader van de huidige popmuziek past, maar gewoon rechtstreeks op zijn doel afgaat: fijne muziek no matter what te maken. De muziek klinkt oud en stoffig en past in de geest van de tweepersoons bluespunkcombo’s van het type King Khan & BBQ Show, waardoor de groep zo uit de playlist van een of andere foute Amerikaanse radiozender met een overdreven voorkeur voor de fifties en de sixties lijkt geplukt. Aan de zang hoor je zelfs niet dat de Tigers Of Doom Duits zijn, wat voor groepen uit Duitsland en Oostenrijk toch eerder uitzonderlijk is.

Zelf hebben de Tigers de mond ook vol over een veel minder bekend duo. Dat van Eugene Chadbourne en Paul Lovens, een duo dat uitsluitend covers bracht, maar dat wel op een zeer eigenzinnige, doch lawaaierige manier deed, en er daarmee zelfs in slaagde de originele versies van de songs te overstijgen. Met die link maken de Tigers duidelijk waar de prioriteiten liggen: de groep vindt het zelfs beter op een intensieve en originele manier covers te brengen, dan de utopie van de originaliteit achterna te lopen.

Ofschoon de Tigers hun carrière met covers van de Ramones, Spencer Davis Group, The Gories, de Oblivians, de Zeros en Motörhead begonnen, bevat de debuutplaat haast uitsluitend eigen songs, wat de revelatie nog net iets groter maakt. De songs die de groep zelf heeft geschreven steken bovendien zo goed in elkaar dat ze de paar covers op de plaat ("It’s Cold Outside" van The Choir en "Don’t Push Me Around van The Zeros) gemakkelijk evenaren en zelfs overstijgen. De eigen songs lijken zelfs covers, wat nog meer zegt over de kwaliteit ervan.

Dat de Tigers niets meer dan een gitarist en een zingende drummer in de rangen hebben, speelt de groep alleen maar in het voordeel. Van bij de openingstrack "Cheat On Me" is het duidelijk dat de oerformule van de Tigers werkt. Door de zingende drummer is de stem perfect op de rollende drums afgestemd, wat de muziek nog stomender, intenser en interessanter maakt.

Het is dan ook ongepast spaarzaam te zijn op onze complimentjes. Met de Tigers Of Doom heeft de Europese garage er ineens een nieuwe standaard bij, en dat is een prestatie waar een hoop continentale wannabe garagebandjes alleen maar van kunnen dromen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + drie =