Domino




Niet dat ik gewoonlijk erg bijgelovig ben, maar tijdens de laatste
Sinksenfoor in Antwerpen, heb ik me toch gewaagd aan een bezoekje
aan de waarzegster die daar elk jaar weer zit. In een versleten
caravan waar dan door verborgen speakertjes de soundtrack van
‘Dracula’ weerklinkt om de sfeer
erin te houden, leest een Oost-Europese oma met zo’n hoedje met
belletjes op je hand, ze checkt haar glazen bol (waarmee ze allicht
Google kan raadplegen) en ze zegt je wat je te wachten staat. ‘Ik
zie pijn,’ kakelde ze. ‘Erge, erge pijn.’ Lange tijd wist ik niet
wat ze daarmee bedoelde, tot ik ‘Domino’ zag, een film waar ik
kreunend van de migraine weer buiten strompelde. Nu, zeven
Dafalgans en een bakster met vloeibare morfine later, kan ik het
net weer aan om het schijnsel van mijn computerscherm te trotseren
en u verslag uit te brengen van mijn lijden. Deze nieuwe van Tony
Scott is geen film, het is een collectie willekeurig aan elkaar
geplakte beelden die maar twee dingen echt met elkaar gemeen
hebben: al die beelden zijn even spuuglelijk en ze gaan allemaal
vergezeld van de grootste teringherrie die u ooit hebt
gehoord.

Het verhaal zou min of meer waargebeurd zijn: Domino Harvey was de
dochter van acteur Laurence Harvey, voornamelijk bekend uit de
originele ‘Manchurian Candidate’. Ze
groeide op tussen de rijkeluiskinderen van Beverly Hills, maar
verveelde zich steendood en besloot dan maar om een premiejager te
worden (een mens moet toch iéts doen). Domino, hier gespeeld door
Keira Knightley, gaat werken bij ervaren rotten Ed Mosbey (Mickey
Rourke, na ‘Sin City’ volop bezig
aan een come-back) en Choco (Edgar Ramirez). En op die manier raakt
ze natuurlijk al snel betrokken bij allerhande waanzinnige
situaties: een geldtransport wordt overvallen door criminelen die
zich vermommen als de “first ladies”, armen worden afgehakt om de
code die erop getatoeëerd staat, de verkeerde mensen worden
neergeschoten maar dan toch weer niet, en ondertussen loopt er ook
nog eens een ploeg van een reality tv-show achteraan. Enfin,
het wordt chaotisch.

“Chaos” is overigens een sleutelwoord voor de hele film. Niet
alleen door de visuele stijl, maar ook door de quasi-hippe manier
waarop het verhaal wordt gestructureerd. We vertrekken vanuit het
heden, waarin Domino is opgepakt door de FBI en haar verhaal doet
aan agente Lucy Liu. Aanvankelijk praat ze een vijf minuutjes lang
over de overval op het geldtransport, waar we als kijker natuurlijk
nog niets van afweten en dat dus ook zeer moeilijk te volgen valt.
Vervolgens gaan we een eind verder terug in de tijd, en krijgen we
een schijnbaar willekeurig gekozen scène uit het midden van de film
te zien, die op dat moment nergens op slaat. Pas daarna krijgen we
de begingeneriek, om vervolgens vanaf het begin te beginnen.
Goeiedag, zeg.

Niet dat het na die twee valse starts zo’n pretje is om de plot van
‘Domino’ te ontwarren. Scenarist Richard Kelly (nochtans de
regisseur van ‘Donnie Darko’) sleurt
er continu vanalles bij dat eigenlijk geen ene moer met het verhaal
te maken heeft. Middenin de film besluit één van de personages
plotseling om op Jerry Springer te verschijnen, en krijgen we dus
een komisch bedoelde scène van zo’n vijf minuten waarin ze keet
gaat schoppen in een tv-studio. Allemaal zeer geinig bedoeld,
ongetwijfeld, maar in deze film slaat het nergens op. Ook de hele
nevenplot rond de reality tv-show hadden ze makkelijk kunnen
laten vallen: die show wordt geproduceerd door Christopher Walken
die hier op ergerlijke wijze over de top gaat, bijna alsof hij een
slechte imitatie van zichzelf doet. Hij wordt gepresenteerd door
Ian Ziering en Brian Austin Green, ex-sterren van de jongerensoap
‘Beverly Hills 90210’, die hun eigen gekelderde carrière
parodiëren. En ergens tussenin huppelt ook nog Mena Suvari rond
(zij van ‘American Beauty’), maar
knipper vooral niet met je ogen, of je ziet haar niet eens. Waarom
worden al die mensen erbij gehaald? Niet omdat ze iets toevoegen
aan het verhaal, want eens dat naar z’n climax toegaat, worden al
die personages zonder al te veel boe of ba weer afgevoerd. Nee, ze
worden toegevoegd omdat Kelly en Scott het wel een leuk ideetje
vonden om een paar gevallen goden uit de vroege jaren negentig weer
vanonder het stof te halen. Een uit de hand gelopen inside
joke
, die wel pakweg twintig minuten wegvreet van een film die
toch al overbeladen is.

En voor zover we na al die rampzalige scenario-ingrepen nog kunnen
praten van een samenhangend verhaal, zorgt Tony Scott er wel voor
dat hij met z’n bombastische visuele tics het laatste restje
coherentie eruit stampt. Het valt nauwelijks te beschrijven hoe
enerverend die stijl van Scott wel is. De camera staat nooit stil
en geen enkel shot duurt langer dan twee of hooguit drie seconden.
Geen énkel, twee uur lang. De kleuren zijn continu vunzig geel en
om het allemaal nog wat hyperkinetischer te maken, filmt Scott
regelmatig met een te lage sluitertijd, zodat je een soort van
stroboscopisch effect krijgt telkens wanneer de camera beweegt. Wat
dus altijd is. Op die manier is het, zeker tijdens de actiescènes,
haast onmogelijk om te zien wat er gaande is – de kans is reëel dat
je belangrijke plotpunten mist, gewoon omdat Scott alles zo
chaotisch in beeld brengt dat je ‘t niet meer kunt bijhouden.

Nog een irritant trucje van Scott: regelmatig laat hij de
voice-over van Domino echoën op de soundtrack, terwijl er ook nog
eens een tekst in beeld komt die hetzelfde zegt. Voorbeeld: Keira
Knightley zegt: I was bored. Vlak daarna krijgen we een
echo, die het iets stiller herhaalt: I was bored. Komt daar
een tekst op het beeld: I was bored. Als je ‘t dàn nog niet
begrepen hebt. Ze hadden misschien hetzelfde kunnen doen met hun
verhaallijnen, dan zouden die wat makkelijker te volgen zijn
geweest. Ook de muziek voegt toe aan de waanzin: Scott gaat van
klassieke muziek naar ‘Mama Told Me Not To Come’, naar het geëmmer
van Xzibit, en gooit al die dingen er zomaar ergens tussen, alsof
het hem niet eens kan schelen waar ze terechtkomen.

Mickey Rourke is zowat de enige die zich staande kan houden in deze
wervelwind aan bullshit – hij is fel aangeknaagd door de tijd, maar
hij heeft nog steeds charisma. Keira Knightley is dan wel een goede
actrice, maar voor dit soort rollen heeft ze gewoon niet de fysiek
of de uitstraling. Ze poseert als een tough girl, en dat
valt eraan te zien.

‘Domino’ is geen style over substance. De style ís
hier gewoon de substance. Alleen jammer dan dat het zo’n
ongelooflijke klotestijl is. Mocht u toch gaan kijken: breng vooral
genoeg aspirine mee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + dertien =