Free Zone





Met : Natalie Portman, Hana Laszlo, Hiam Abbass, Carmen Maura
e.a.

Er zijn twee bijzonder ergerlijke vormen die een arthousefilm kan
aannemen: ten eerste heb je van die werkstukjes waarin er twee uur
lang geen bal gebeurt, maar waarin dat totale gebrek aan actie wel
ongelooflijk betekenisvol heet te zijn (zie ‘Last Days’). En ten tweede heb je dan nog
van die films waarin er vanalles gebeurt, alleen zou je voor de
duvel niet weten wàt, omdat het allemaal zo onbegrijpelijk wordt
opgebouwd (hallo ‘Reconstruction’).
Experimenteren, de grenzen aftasten van wat je met een film kunt
doen, allemaal goed en wel, maar wanneer dat leidt tot hermetisme,
tot pretentieuze navelstaarderij, haak ik toch weer af. ‘Free
Zone’, van Israëlische regisseur Amos Gitai, begint met een tien
minuten durend shot van Natalie Portman die uit het raampje van een
auto zit te turen en begint te huilen. Op de radio speelt een
liedje. En dat is alles. Dames en heren, we hebben hier een arty
farty
geval van categorie één, roept het heden van de
daken.

Van een echt verhaal is nauwelijks sprake. Portman speelt Rebecca,
een Amerikaanse die samen met haar vriend in Israël is gaan wonen.
Wanneer haar relatie aan diggelen valt, komt ze terecht bij Hanna
(Hana Laszlo), een potige joodse vrouw die samen met haar man een
autoverhuurbedrijf runt. Hanna en Rebecca springen samen in een
auto en gaan op weg naar de “free zone”, een gebied tussen Syrië,
Irak en Saudi-Arabië waar vrije handel mogelijk is tussen joden en
moslims. Hanna moet daar nog geld krijgen van Leila (Hiam Abbass),
en Rebecca heeft toch niets beters te doen dan mee te gaan.

Gitai zal het allemaal wel goed bedoeld hebben, daar niet van: we
zien twee joodse vrouwen, de één Israëlisch, de ander Amerikaans,
de grens tussen Israël en Jordanië oversteken en we merken op dat
de joodse veiligheidsdiensten moeilijk doen, terwijl de Jordaniërs
hen met de glimlach laten doorrijden. Later in de film blijkt Leila
een moslim te zijn, en we zien de drie vrouwen naast elkaar in de
auto zitten, tijdelijke bondgenoten tegen wil en dank. Wanneer
blijkt dat Leila Hebreeuws spreekt, zegt ze: ‘Je moet de taal van
je vijand kennen. Het is jammer dat de Israëlieten geen Arabisch
spreken. Anders zouden de dingen kunnen veranderen.’ Zeg het vooral
niet hardop, maar Amos Gitai wil hier zowaar een lans breken voor
verdraagzaamheid. Voor wederzijds begrip.

Dat soort positieve boodschap dient natuurlijk aangemoedigd te
worden met op z’n minst een bosje bloemen en een doos Mon Chérie’s,
maar is nog niet voldoende om ook een boeiende film te produceren.
Een filmmaker mag best een zedenpreek afsteken, maar hij moet in de
eerste plaats ook gewoon een goede verhalenverteller zijn – dan mag
je onderwerp nog zo betekenisvol zijn, het is geen excuus voor een
vervelende film. In het voorbije jaar hebben ‘Paradise Now’ en
‘Walk on Water’ al bewezen dat drama’s rond deze problematiek best
intrigerend kùnnen zijn. Als iemand dat maar eens aan Amos Gitai
had verteld.

De regisseur maakt hier gebruik van ellendig lange shots (het
openingsbeeld van tien minuten is geen uitzondering) waarin maar al
te vaak helemaal niets gebeurt. Hanna en Rebecca zitten naast
elkaar en kijken uit het raam. Hanna vertelt een grap. Rebecca
reageert weemoedig. Het is in deze film al een opmerkelijke
plotwending wanneer ze zonder benzine dreigen te vallen en pas op
het laatste moment een tankstation vinden.

Ondertussen krijgen we flash-backs naar het achtergrondverhaal van
Rebecca, die voornamelijk bestaan uit dialogen tussen haar en haar
ex-vriend. We krijgen daarbij geen context aangeboden en moeten dus
zelf maar uitzoeken hoe het allemaal zit, maar dat nog tot daar aan
toe. Wat erger is, is de manier waarop Gitai deze flash-backs
letterlijk overheen de autoreis in het heden monteert. We zien vaag
de autowegen en straten waar de dames zich doorheen bewegen, en
ondertussen zien we daarover – al even vaag – de flash-back, als
een fade-over die nooit vervolledigd wordt. Zelden zo’n ergerlijke
visuele truc gezien, zeker ook omdat al deze sequensen vijf minuten
of langer duren.

Eens de vrouwen zijn aangekomen in de “free zone”, wordt de film
iets interessanter – we krijgen zowaar een dialoog die bijdraagt
tot de plot (such as it is). Er ontwikkelt zich iets dat op
een dramatische situatie lijkt. Niet dat dat lang duurt – we zijn
op dat punt al een uur bezig en na een tamelijk interessant
intermezzo van een minuutje of tien zijn we voor het laatste half
uur weer vertrokken voor totale inertie. Het lijkt wel alsof Gitai,
vanuit het besef dat hij een prent voor een cinefiel publiek aan
het maken was, zichzelf de vrijheid heeft toegedicht om alles
overboord te gooien dat van een film een film maakt: een
samenhangend verhaal, geloofwaardige personages of een dramatische
lijn die op z’n minst de aandacht van het publiek weet vast te
houden – dat alles vliegt er zonder pardon uit, om plaats te maken
voor… tja, voor niet veel eigenlijk. Voor wat opzichtige
symboliek en een handvol pretentieuze stilistische tics, ja, maar
verder…

Natalie Portman kreeg heel wat krediet omdat ze het “aandurfde” om
na haar rol in de ‘Star Wars’-serie in een kleinschalig drama als
dit op te treden. Blijft daar wel het feit dat la Portman een
bijzonder passieve rol te spelen krijgt, waarin ze weinig anders
doet dan voor zich uitstaren en toekijken hoe andere mensen hun
zaakjes regelen. ‘t Is dat ze af en toe nog eens iets mag zeggen,
of je zou nog gaan denken dat ze bij de rekwisieten behoort. Hana
Laszlo heeft de meer opvallende rol, als matrone met haar op haar
tanden die indien nodig fameus van haar tak maakt om gedaan te
krijgen wat ze hebben wil. Zij is de enige die af en toe nog een
sprankeltje leven in dit comateuze project weet binnen te
smokkelen.

‘Free Zone’ is pretentious art wank zoals u het nog niet
dikwijls zult zijn tegengekomen. Ik word altijd erg nerveus van
films die schermen met het uiterlijk vertoon van diepzinnigheid
(het trage tempo, de visuele dikdoenerigheid, het absurde einde),
maar die met al dat eigenlijk niets te zeggen hebben. Op die manier
proberen ze dan hun publiek te overbluffen, door vooral maar zoveel
mogelijk naar hen te knipogen: ‘Kijk eens hoe artistiek wij hier
bezig zijn! Knap hè?’ Nog een geluk dat ù dat soort pretentie
moeiteloos kunt doorzien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =