A-Ha :: Analogue

Vijftien jaar nadat ze uit de gratie van pubermeisjes aller landen vielen, hebben de Noren van A-Ha het bijltje er nog niet bij neergelegd. Drie jaar na Lifelines leveren ze met Analogue opnieuw een fijne poprockplaat af. En ook live blijft dat materiaal staan, zo bewezen ze enkele weken geleden in Brussel.

We kregen nogal wat onbegrijpende blikken te verduren toen we laatst enthousiast begonnen te vertellen over dat concert in Vorst. A-Ha, dat waren toch die foute eightiesjongens? Bestonden die dan nog? Jawel, en ze maken nog steeds platen, die trouwens (en vooral!) een stuk tijdlozer klinken dan hun hitsingles met hun beperkt houdbare productie van weleer. We wezen u drie jaar geleden toch al op het melancholische Lifelines?

Inmiddels hebben Morten Harkett (46 jaar oud maar nog steeds geweldig neukbaar, zo wordt opgemerkt door mensen die op zo’n dingen letten) en de zijnen alweer een nieuw album te promoten, wat hun passage in ’s lands mottigste concertbunker verklaart. En dat het goed was, zo bezweren wij u. Berg op die vooroordelen, laat af die oogkleppen: voor wie eventjes breed denkt, is het geluid van deze Noren niet zóveel gladder dan dat van pakweg Arid of Novastar. Ook hier scheurt een gitaar wel eens in de handen van Paul Waaktar-Savoy, maar ligt de nadruk toch vooral op de nog altijd kristalheldere en erg wendbare stem van Harkett.

Op dat nieuwe Analogue zijn feestneuzen nog steeds niet aan de orde, de zwaarmoedige deken die over Lifelines hing is niet weggetrokken. Toch komt eerste single "Celice" al in een stevig dansbare remix die zelfs het jaren tachtigmateriaal in de schaduw zet wat betreft discogehalte. De albumversie is eerder een broeierige popsong en een ideale binnenkomer.

In Vorst viel het al op, ook de plaatversie is ijzersterk: titelsong "Analogue" past zonder blikken of blozen tussen het beste dat de groep er in meer dan twintig jaar carrière uitperste. Dit is perfecte poprock, gezegend met een refrein dat tot weidevol meezingen noopt. Wij hebben een ideetje in gedachten met de woorden "Classic" "T" en "W" dat we graag aan een Herman zouden willen verkopen. Want ook "Don’t Do Me Any Favours" danst lekker weg.

Ook nog leuk: de sixtiespastiche "Over The Treetops" (wij horen een vleugje Everly Brothersmeerstemmigheid en een zweempje The Byrds) of het epische "Halfway Through The Tour" dat een lang uitgesponnen outro meekrijgt. Jammer dus dat in de tweede helft het overwicht aan slepende synthetische strijkers en trage plakkers het album een vermoeid gevoel geeft: "Keeper Of The Flame ", "Fine Blue Line" en afsluiter "The Summers Of Our Youth" houden zich op aan die grens tussen song en filler.

Nu ook Chris Martin en de mannen van Keane — watjes, maar wel met meer credibiliteit dan deze Noren — de verdiensten van A-Ha luidkeels erkennen, is het misschien tijd dat het hoongelach verstomt. Naar de eighties wil niemand terug, maar dit overblijfsel is verdomd goed geconserveerd en mag er nog altijd zijn. Doe uzelf een plezier en geef die eerste helft minstens één luisterbeurt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 20 =