COLUMN :: Codes

In al die jaren dat ik concertzalen heb afgestruind, heb ik de meest verschillende soorten publiek geobserveerd. Geen één is hetzelfde. Ze hebben elk hun eigen gebruiken, hun eigen codes. Waar metallers headbangen, houden die van de post-rock het bij een ingetogen staren naar de grond en staan folkies gebiologeerd maar ingetogen het podium te fixeren. En dan is er nog de popwereld, die hangt aan elkaar van de entertainmentwetten.

Dat viel me onlangs nog eens op toen een vlaag van jeugdnostalgie me naar het optreden van voormalig A-Hafrontman Morten Harket in Het Depot bracht. Harket, ondertussen een goed geconserveerde vijftigjarige, liet zo’n goeie drie jaar geleden zijn groep voor wat ie was, bouwde sindsdien langzamerhand een solocarrière uit, maar zat ook in Leuven nog altijd centimeters diep in de popwereld waarin A-Ha midden jaren tachtig reusachtig werd.

Het publiek wilde het ook niet anders. Daarom stond een deel ervan al van negen uur ‘s ochtends aan te schuiven aan de ingang van de zaal — terwijl later zou blijken dat het echt nergens voor nodig was — en kregen we bij aanvang dus een intro waarbij elk bandlid netjes om beurt het podium op mocht stappen, dankbaar het applaus in ontvangst nam en aan zijn taak begon. En dan, nadat de anticipatie voldoende was gerekt, de entree van Het Idool zelf. Flink in de vijftig maar nog steeds strak van vlees en huid, wuivend als was hij de Koningin van Denemarken zelve, liet hij zich de beate adoratie welgevallen.

Harket probeert zich dezer dagen in de markt te zetten als een soort van singer-songwriter, en dat benadrukte hij in Het Depot door om de twee nummers één in te leiden met een nergens heengaande, vaak op een bizarre non-sequitur afgebroken anekdote die vooral moet aantonen dat hij de nummers samen met gitarist Peter Kvint had geschreven. De manier waarop het publiek op zijn verhalen en songs reageerde, liet hem weten dat hij zich niets in het hoofd moest halen. Hij was een popster, en die moeten vooral handjes geven, reageren op uit het publiek toegeschreeuwde liefdesverklaringen of zelfs hele pogingen tot conversatie. Ik had een beetje met de zanger te doen, hoe hij het, de glimlach zoals dat wordt verwacht op de lippen gebeeldhouwd, allemaal over zich heen liet komen terwijl hij ook maar gewoon wat liedjes wilde zingen.

Maar zo willen de popwetten het nu eenmaal. Als een veelkoppige hydra die je niet laat gaan eist het publiek dat je blijft wie je in je mid-twenties was: een mooi snoetje, een kristalheldere stem die met octaven kan spelen, een pleasertje. En net daar had Harket eigenlijk geen zin in. Geen één A-Hasong zou de revue passeren, iets wat ongetwijfeld achteraf tot gemopper heeft geleid bij diehards. En toegegeven: de twaalfjarige in mij vond het stiekem óók een beetje jammer, maar ergens supporterde ik ook volmondig voor mijn jeugdheld. Toch één stukje van de code dat hij had durven schenden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 7 =