La Règle du Jeu





Met : Marcel Dalio, Nora Gregor, Paullette Dubost, Jean Renoir
e.a.

Tegenwoordig wordt ‘La Règle du Jeu’ haast routinematig op lijstjes
van de tien beste films aller tijden geplaatst, maar het had niet
veel gescheeld of de film was kort na z’n première definitief
verloren gegaan. Toen Renoirs film in 1939 werd uitgebracht, waren
de reacties op z’n zachtst gezegd vijandig – er werden stoelen naar
het scherm gesmeten en boze bezoekers probeerde de zaal in brand te
steken. Een maand later verbood de Franse regering vertoningen van
de film, omdat die een demoraliserend effect zou hebben op een land
dat toch al op het randje van een oorlog stond. Renoir hermonteerde
z’n prent, tot die nog maar 80 minuten duurde in plaats van z’n
oorspronkelijke 110, maar dat hielp weinig. Tijdens de Tweede
Wereldoorlog vernietigden de Duitsers alle kopijen die ze in handen
konden krijgen, en de originele negatieven werden per ongeluk
gebombardeerd door de gealliëerden. Het was pas in 1956 dat een
nieuwe, jonge garde filmmakers op zoek ging naar voldoende bronnen
om een volledige versie van ‘La Règle du Jeu’ te hermonteren.
Sindsdien is de prent niet meer weg te denken uit het werelderfgoed
van de cinema.

Dat soort dingen gebeurt nu eenmaal af en toe: films worden gemaakt
op precies het juiste of verkeerde moment (het hangt er maar van af
hoe je het bekijkt), en sturen een schokgolf door de filmindustrie
en de wereld. In het geval van ‘La Règle du Jeu’, bood Renoir een
blik op een maatschappij die aan het randje van de morele
uitputting stond. De regisseur hield zijn publiek een spiegel voor,
en de mensen hielden niet van wat ze zagen – een jaar later brak de
oorlog uit, en heel die corrupte maatschappij waar Renoir het over
had, werd aan gensters geslagen. ‘La Règle du Jeu’ werd nu plots
geherdefiniëerd als een tijdsdocument.

Het verhaal had eigenlijk uit de eerste de beste deurenkomedie
kunnen komen: André Jurieux is een vliegenier die net een non-stop
vlucht over de Atlantische oceaan achter de rug heeft. Bij zijn
aankomst in Frankrijk is hij enkel teleurgesteld dat de vrouw waar
hij van houdt, Christine, hem niet opwacht. Christine is echter
getrouwd met Robert de la Cheyniest, een stinkend rijk heerschap
dat er zelf een buitenechtelijke relatie op nahoudt met Geneviève,
een vriendin van de familie. Onder de bedienden vindt ondertussen
iets soortgelijks plaats: de dienstmeid van Christine, Lisette,
ziet haar man bijna nooit omdat die als chauffeur vrijwel dag en
nacht beschikbaar moet zijn, en legt het dan maar aan met de rest
van het mannelijke personeel. Tijdens een lang weekend waarin al
deze mensen te gast zijn bij Robert, komen die spanningen langzam
maar zeker bovendrijven.

Renoir was slim genoeg om aan het begin van zijn film een tekst toe
te voegen waarin hij z’n publiek verzekert dat het niet de
bedoeling was om “sociale commentaar” te leveren, maar dat was een
leugen waar niemand intrapte. Het ensemble dat in ‘La Règle du Jeu’
z’n opwachting maakt, wordt gebruikt als microkosmos voor het
Frankrijk van eind jaren dertig: een samenleving waarin wel van
liefde, trouw en eer gesproken wordt, maar waarin die begrippen
haast volledig zijn uitgehold. Iedereen bedriegt iedereen en
waarom? Omdat dat nu eenmaal de regels van het spel zijn – het
sociale spel waar zowel de hogere als de lagere klasse deel van
uitmaken.

Want dat is een belangrijk punt: Renoir doet hier niet zomaar een
uitval naar de verdorven rijken van de samenleving, om ons te
vertellen dat geld en macht corrumperen. Alle slechte eigenschappen
van de nobele dames en heren in ‘La Règle du Jeu’, krijgen een
duidelijke echo bij hun bedienden – mensen zónder geld of standing,
maar ze begaan dezelfde stommiteiten, omdat ze deel uitmaken van
hetzelfde spel. Geld corrumpeert niet in deze film – het leven
corrumpeert. Als dusdanig is het ook verkeerd om te denken dat de
regisseur zijn personages veroordeelt. Gezien het land en de tijd
waarin ze bestaan, kunnen ze haast niet anders dan zijn wie ze
zijn. De schuld ligt uiteindelijk (om het met een cliché uit de
jaren zestig te zeggen) bij het systeem. Meteen een verklaring van
de plotse populariteit die de film genoot in de VS tijdens de
sixties.

Renoir vertelt ons dat alles in een minutieus geconstrueerde film,
waarin hij op een zeer subtiele manier gebruik maakt van symboliek
om z’n punten duidelijk te maken. Eén van de belangrijkste momenten
in de film is een jachtscène, waarin een voorbode wordt gegeven van
het einde. Het laatste half uur speelt zich af terwijl de bezoekers
van Roberts château een toneelopvoering brengen – het gevolg is dat
wanneer de spanningen een hoogtepunt bereiken en de personages
elkaar letterlijk naar de keel vliegen, heel wat mensen denken dat
het deel uitmaakt van de opvoering. In de samenleving van ‘La Règle
du Jeu’, is àlles toneel, is niets echt. Op die manier weet Renoir
continu scènes in elkaar te steken die bijdragen leveren aan de
thematiek van de film, terwijl ze op zichzelf bekeken ook
dramatisch interessant blijven. ‘La Règle du Jeu’ is één van die
klassiekers die, afzonderlijk bekeken van historische waarde, ook
simpelweg onderhoudend amusement zijn gebleven. Niemand zal zich
hier hoeven te vervelen.

Het camerawerk was voor die tijd ook opmerkelijk: Renoir maakt
continu gebruik van deep focus-fotografie, die ons toestaat
om zowel de voorgrond als de achtergrond scherp te zien. Heel vaak
laat hij de gebeurtenissen op voor- en achtergrond met elkaar
contrasteren, om de twee niveau’s van z’n verhaal tegelijkertijd te
vertellen: de rijken staan op het voorplan, terwijl de bedienden
achter hen reageren op hun acties. Renoir houdt er trouwens ook van
om in één en dezelfde camerabeweging verschillende personages
gelijkaardige dingen te laten doen. Tijdens de toneelopvoering aan
het einde, zien we de camera van het éne koppel (André en
Christine) naar het andere (Robert en Geneviève) gaan, om
vervolgens weer terug te keren. Ondertussen loopt daar ook nog
Octave rond, een vriend van Christine, die zich voor het toneel in
een berenpak heeft gehesen en nu wanhopig op zoek is naar iemand
die hem kan helpen er weer uit te geraken. We zien een conflict
plaatsvinden tussen die twee koppels, terwijl Octave met zichzelf
bezig is, in één camerabeweging, die overigens niet eens zo bijster
ingewikkeld is. Dat is dan wat je noemt: op een economische,
visueel uitgepuurde manier een verhaal vertellen.

‘La Règle du Jeu’ laat zich op verschillende niveau’s analyseren:
er werden lange essays, boeken en eindwerken over de film
geschreven. Maar het mooie is, dat de prent ook gewoon op zichzelf
kan staan, meer dan 65 jaar na dato, als een onderhoudend stukje
werk, dat niemand hoeft af te schrikken als te ontoegankelijk of
cinefiel. Veel van de beste films verbergen hun diepgang onder een
aantrekkelijke oppervlakte. Zoals ook deze.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =