Verlengd Weekend




Heel de Vlaamse filmindustrie zit nog steeds stilletjes te hopen op
een waardige opvolger voor ‘De Zaak
Alzheimer’
– op nog eens een film van bij ons die én volk op de
been brengt, én kwalitatief iets te bieden heeft. ‘De Indringer’ kwam er dicht bij, maar wist
het nét niet helemaal te maken. En nu is er ‘Verlengd Weekend’, een
komedie die zich hoofdzakelijk richt op dat eerste aspect, het
commerciële, zonder dat iemand zich echt veel illusies lijkt te
maken over enige artistieke pretenties. ‘Verlengd Weekend’ is een
op Amerikaanse leest geschoeide crowdpleaser, die zich in duizend
bochten wringt om z’n publiek toch maar te behagen: een lach, een
traan, een mooie monoloog op het einde enzovoort. Ik kan me niet
voorstellen dat regisseur Hans Herbots of scenarist Pierre De
Clercq denken dat ze hier iets origineels of memorabels hebben
voortgebracht, maar het is wél honderd procent publieksvriendelijk.
En bijgevolg zal de kassa vast wel rinkelen.

Koen De Bouw speelt Christian Van den Heuvel, de eigenaar van een
fabriek in het Antwerpse. Vroeg op een zaterdagochtend vertrekt
zijn vrouw met de kinderen naar Knokke (waar anders aan zee zouden
rijkelui kruipen?), wat vader de gelegenheid geeft om ongestoord
een weekendje met z’n vriendin Lisa (Veerle Baetens) te kunnen
rollebollen. Die plannen worden echter bruusk verstoord wanneer er
twee gemaskerde en gewapende mannen zijn luxueuze huis binnenvallen
en hem gijzelen. Jos (Jan Decleir) en Nico (Wouter Hendrickx) zijn
twee werknemers van Christian, die samen met hun collega’s aan de
deur zijn gezet omdat de grote baas zijn bedrijf moedwillig
failliet heeft laten gaan. Het plan van Jos en Nico is simpel en
eigenlijk best wel slim bedacht: ze dwingen Christian om een aantal
documenten te ondertekenen waarmee hij zijn eigen zwart geld
overschrijft op de rekeningen van zijn afgedankte werknemers. Door
omstandigheden kan die transactie echter niet worden afgerond tot
de banken weer opengaan op maandagochtend. De gijzeling sleept
aan.

‘Verlengd Weekend’ verschijnt in het kielzog van een aantal recente
Vlaamse films die ongegeneerd het commerciële circuit op gaan. In
essentie is daar natuurlijk niets mis mee – de tijd dat elke
Vlaamse film per definitie een loodzwaar sociaal drama moest zijn,
liefst nog met een paar vloekende boeren erin, is onderhand al lang
voorbij. Waarom géén Vlaamse policier (‘De Zaak Alzheimer’), psychologische
thriller (‘De Indringer’) of, zoals
hier, een buddy movie? Als die Amerikanen dat mogen, dan
mogen wij dat ook. Voorwaarde is dan wel dat je binnen de opzet van
dat genre dat je kiest, toch probeert om minstens een paar
originele, frisse dingen te doen. Dat je probeert om er meer van te
maken dan enkel een doorslagje van wat we al duizend maal van over
de oceaan hebben zien komen. En dat heb ik hier niet
teruggevonden.

Begrijp me vooral niet verkeerd: ‘Verlengd Weekend’ is absoluut een
degelijke productie, waar af en toe best mee te lachen valt. Wouter
Hendrickx als Nico wordt opgevoerd als comedy sidekick voor Jan
Decleir en weet die rol vrij efficiënt in te vullen. Voorbeeld:
tijdens een bepaalde scène maakt Decleir zich kwaad en schiet hij
de speelgoedautootjes van Koen De Bouw aan grut – Hendrickx levert
vervolgens de clou voor die scène en doet dat op zo’n nonchalante,
maar perfect getimede manier dat het onmogelijk wordt om niét te
lachen. Er is niets zo moeilijk voor een acteur als een komische
rol. Probeer maar eens om grappig te zijn, zonder dat het lijkt
alsof je probeert om grappig te zijn. Maar Hendrickx slaagt er wel
in, en voor zover ‘Verlengd Weekend’ succesvol is als komedie, is
dat aan hem te danken. Dat is dan nog buiten acteerkanon Jan
Decleir gerekend, een man van wie ik begin te geloven dat hij
simpelweg niet in staat is om slecht te acteren, en Veerle Baetens,
die hier een verrassend optreden maakt. De actrice zat eerder al in
films als ‘Alias’ en ‘De Kus’, zonder dat ze me echt was
opgevallen, maar hier komt ze voor het eerst uit haar hoekje
gekropen, met een erg sympathieke vertolking.

Bovendien was de fotografie in handen van Danny Elsen, de cameraman
die ook ‘De Zaak Alzheimer’ filmde,
en als chef camera traditioneel het soort crewlid dat veel te
weinig erkenning krijgt. Maar hij is het wel die verantwoordelijk
is voor de knappe, blauw-grijze look van de film en voor de vele
prachtige close-ups die ‘Verlengd Weekend’ rijk is.

Dat zit dus wel goed – op technisch vlak valt er maar weinig op
Herbots’ film af te dingen. Het probleem schuilt ‘m in het
scenario. Ten eerste zou Pierre De Clercq voor de duvel niet weten
wat hij met het personage van Koen De Bouw moet aanvangen eens die
wordt gegijzeld door Decleir en Hendrickx. Ongeveer halverwege de
film wordt er een halfslachtige poging ondernomen om zijn personage
enigszins te humaniseren, maar die poging is enorm clichématig
(“Mijn vader had nooit aandacht voor mij!”), en wordt vervolgens
verbazingwekkend snel weer opgegeven (“Ik ben precies hetzelfde als
mijn vader!”). Alsof de scenarist eerst had besloten dat hij voor
de vorm toch een minimum aan sympathie voor De Bouw moest oproepen,
om daarna te besluiten dat het uiteindelijk toch niet nodig was.
Het gevolg van dat alles is dat Koen De Bouw voor meer dan de helft
van de film vastgebonden in een stoel zit, met een tape over z’n
mond. Dat is alvast één manier waarop je om kunt gaan met een
personage waar je geen weg mee weet.

En ten tweede schikken de makers zich veel te gedwee naar de
clichés van het genre: natùùrlijk moet Decleir een persoonlijke
crisis doormaken tijdens de gijzeling, natùùrlijk valt Hendrickx
voor Veerle Baetens, en natùùrlijk moeten we een sentimenteel einde
krijgen waarin de gefrustreerde, tot wanhoop gedreven werkmens z’n
zegje mag doen. Dat zijn allemaal obligate scènes, scènes die je
blijkbaar in je film moét steken omdat de conventies dat nu eenmaal
voorschrijven. Een moedig regisseur zou tegen die conventies in
gaan, een slim regisseur zou proberen om ze op een vindingrijke,
originele manier in te vullen. Hans Herbots doet hier geen van
beide. Het laatste half uur van z’n film is dan ook een
aaneenschakeling van verplichte nummertjes, van scènes waarvan je
de dialogen haast mee kunt opzeggen omdat ze zo voor de hand
liggend zijn.

‘Verlengd Weekend’ is eigenlijk een ondermaats scenario dat
vervolgens met zeer veel vakmanschap en met goeie acteurs werd
verfilmd. Ik kan niemand echt afraden om ernaar te gaan kijken,
aangezien je tenslotte precies krijgt wat je kan verwachten, maar
om ‘m nu aan te raden… Daarvoor weegt dit niemendalletje véél te
licht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − vijf =