Dirty Three :: Cinder

Dirty Three: een naam die slaat als een tang op een varken. Waren wij niet vertrouwd geweest met dit instrumentale folk- en postrocktrio, we hadden al lang duistere fantasieën gekoesterd over een pornografisch threesome. Vergeet echter alle associaties met Dirty Ol’ Bastard van de Wu-Tang Klan, schreeuwlelijke nummers van Christina Aguillera en andere perversiteiten; bij de sprookjesachtige instrumentals van Dirty Three is het fijnzinnigheid en melancholie troef.

Warren Ellis, in een ander leven violist van Nick Caves Bad Seeds, laat bij Dirty Three zijn viool de vorm van de songs afbakenen, en tekent de lijnen waarbinnen gekleurd mag worden. Het inkleuren is aan Mick Turner met diens gitaar en Jim White op de drums. Veelzijdige muzikanten als ze zijn, laten ze hier en daar ook wel eens doedelzakken, mandolines en zelfs een bouzouki verschijnen. Dat de drie heren op verschillende continenten wonen, heeft zich tot nu toe nooit gewroken op hun productiviteit: Cinder is sinds hun debuut in 1994 reeds hun zevende langspeler.

Met negentien nummers op een cd van zeventig minuten, komt Cinder aan een gemiddelde van drieëneenhalve minuut per song. Waar is de tijd dat postrockartiesten met vijf uitgesponnen symfonieën complete albums wisten te vullen? Geen tragisch lange opbouwen of eindeloos uitgesponnen eindes meer, maar wel songs die meteen to the point komen. Het pleit voor het muzikaal talent van Ellis en co dat ondanks deze ferme ingreep de muziek doorgaans toch stevig overeind blijft, en de pure emotie er van af blijft vonken. Doorgaans, maar niet altijd. De individuele songs mogen dan wel gezuiverd zijn van overbodig materiaal, het album in zijn geheel is dat zeker niet.

Dirty Three laat op Cinder heel wat ballonnetjes op, maar niet allemaal halen ze ook effectief hoogte. Songs als "Rain On" storten al snel Icarusgewijs terug het water in om door te luchtig bevonden zweverigheid te worden verzwolgen. Andere ballonnetjes stijgen dan weer moeiteloos de hemel in, maar missen hun landing compleet. Toch schiet het merendeel van het materiaal op Cinder wel degelijk raak, zelfs met een dergelijke verkorting. Ondanks de kortere nummers blijft het werk van Dirty Three fragiele luistermuziek. Bij momenten mag het dan wel eens stevig rocken, zoals op "Doris"; wie niet intensief aandacht besteedt aan deze muziek zal er nooit door meegesleurd worden. De weemoedige stem van Warrens viool zet wel moeiteloos de toon voor een ultieme melancholische atmosfeer, wie de kleine schakeringen mist, zal in Dirty Three nooit meer dan derderangsmuzak herkennen.

Helemaal atypisch voor Dirty Three zijn de twee vocale nummers die deze keer van de partij zijn. "Great Waves", ingezongen en mee geschreven door Chan Marshall van Cat Power, vormt zeker geen hoogtepunt van het album, maar het nummer bewijst wel de veelzijdigheid van het trio. Toch blijft het album verder behoorlijk traditioneel. Melancholie, maar ook georganiseerde chaos en dreiging zoals op "Flutter" domineren het klankenspectrum. Een absoluut summum wordt bereikt in de zachtere nummers die elkaar opeenvolgen met "Dream Evie" en "Too Soon, Too Late". De enige cover waar het trio zich aan waagde, "The Zither Player", gaat resoluut de tour van de folkrock op en werd een waar pareltje van levenslust — dat het ietwat uit de toon valt bij de rest van de plaat, nemen we er met graagte bij.

Tot een onbevlekte ontvangenis hebben de vluggertjes van Cinder geen aanleiding gegeven, maar dat neemt niet weg dat het liefdesspel van Dirty Three vaak orgasmisch hoge toppen scheert. Elke zichzelf respecterende postrockliefhebber die verder kijkt dan GY!BE en Explosions in the Sky kan zich voor uren verliezen in het vernieuwde, maar nog steeds even fascinerende universum van deze drie topartiesten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =