Back to the Future Part III

Eén van de leuke dingen aan ‘Back to the Future’ is dat de drie
delen van de trilogie wel bij elkaar horen als één lang verhaal,
maar dat ze ook alledrie een eigen toon aanslaan. Het zijn drie
verschillende films, die elk iets anders te bieden hebben. Deel één
ging in essentie over Marty’s ouders en hoe belangrijk het kan zijn
om, zelfs op je 47ste, nog een beetje een tiener van 17 te blijven.
De tweede film ging over Marty zelf en hoe hij leerde dat één
beslissing de rest van je leven kan beïnvloeden. Deel drie nu, gaat
over Doc en zijn romance in het Wilde Westen – een wetenschapper
die inziet dat je sommige dingen niet wetenschappelijk moet
bekijken.

In de praktijk vertaalt zich dat in drie verschillende filmische
benaderingen – een nostalgisch soortement komedie in ’85, een
hysterische avonturenfilm in ’89 en slechts een jaar later, een
western als sluitstuk. In m’n bespreking van de eerste film zei ik
dat het opmerkelijk was hoe verschillende genres werden
samengesmolten in één prent, zelfs in één scène, maar hetzelfde kan
gezegd worden van de hele trilogie. De drie films verschillen
radicaal van elkaar, maar toch behoren ze tot dezelfde
eenheid.

Doc Brown heeft zichzelf aan het einde van de tweede film per
ongeluk naar 1885 laten terugflitsen, waar hij aanvankelijk een
gelukkig leventje leidt. In 1955 ontdekt Marty echter per ongeluk
Docs graf, en blijkt dat zijn vriend nog in hetzelfde jaar van zijn
aankomst werd neergeschoten door ‘Mad Dog’ Tannen, de
overgrootvader van Biff Tannen. Marty besluit Doc achterna te
reizen om zijn leven te redden, maar terugkeren uit de negentiende
eeuw blijkt – alweer – niet makkelijk te zijn.

Robert Zemeckis had in de vorige twee delen van zijn trilogie al
zowat alle grote Amerikaanse filmgenres afgehandeld, maar ditmaal
kiest hij resoluut voor de western. Waar deel twee nog het verwijt
kreeg dat het teveel een schizofrene film was, die van de hak op de
tak sprong, zal niemand kunnen beweren dat deel drie samenhang
mist. Zemeckis amuseert zich met liefdevolle hommages aan de
spaghettiwesterns van Sergio Leone – Marty neemt voor de inwoners
van Hill Valley anno 1885 de naam Clint Eastwood aan, we krijgen
een shoot-out in de Main Street en zelfs een (poging tot een)
lynchpartij aan het gerechtsgebouw. De conventies van het genre
worden vrolijk geplunderd in een film die het zich, dankzij z’n
plot, kan permitteren om er met heel wat ironie naar te kijken.
(Clint Eastwood? What kind of a sissy name is that?) Dat soort
spelletjes zijn best wel plezierig, en de romance die er ontstaat
tussen Doc en schoollerares Clara (Mary Steenburgen) is op een erg
lieve manier uitgewerkt, zonder daarom in goedkoop sentiment te
vervallen.

So far, so good, maar je kunt er toch moeilijk buiten dat
‘Back to the Future Part III’ ergens halverwege buiten adem begint
te raken. Het begint allemaal erg leuk, met de introductie van een
aantal nieuwe personages en natuurlijk de obligate echo’s van de
vorige films die steeds terugkeren (de chagrijnige directeur van de
plaatselijke middelbare school is hier een strenge sheriff
geworden). Maar daarna duurt het te lang voordat Zemeckis nog eens
wat suspense in z’n film kan leggen. Misschien lijkt de film wel
trager dan hij werkelijk is, omdat hij volgt op een tweede deel dat
er op een waanzinnige manier de pas in hield, maar in ieder geval,
het middenstuk van deel drie mist spankracht. Nochtans leent
Zemeckis opnieuw de structuur die hij met zoveel succes in deel één
gebruikte: Marty en Doc hebben één week om terug naar de toekomst
te vluchten voordat Mad Dog de professor zal neerschieten. We
krijgen opnieuw een tikkende klok, maar ditmaal tikt die klok
gewoon niet luid genoeg, we zijn ons als publiek niet voldoende
bewust van de doemende deadline – allicht omdat Doc zelf er geen
graten in ziet om onderweg nog snel even een lief op te
scharrelen.

Tijdens het laatste half uur voert de regisseur het tempo weer op
en krijgen we weer de ‘Back to the Future’ waar we allemaal van
houden. Marty en Doc kapen een trein om de DeLorean naar de
gewenste snelheid van 88 mijl per uur te brengen, en dat resulteert
in één van die uitgebreide actiestukken waar Zemeckis zo goed in
is. De personages hangen van de rand van de wagons, ze moeten op
het laatste momentje nog teruggaan om elkaar te helpen enzovoort.
Je ziet wel in dat hier een regisseur aan het werk is die z’n
trukendoos wagenwijd opentrekt, maar flagrante publieksmanipulatie
wérkt. Anders zouden zoveel filmmakers het zo dikwijls niet
gebruiken. Je ziet hoe Christopher Lloyd nog nét de hand van Mary
Steenburgen kan vastgrijpen en je denkt bij jezelf: ‘Oké, Zemeckis,
dat doe je met opzet.’ Natuurlijk, maar hij slaagt er wel in om je
vast te grijpen.

Op die manier weet de regisseur een waardig sluitstuk aan z’n
trilogie te breien – oké, het duurt allemaal wat te lang, de
energie van de vorige delen is stilaan uitgeput, maar dit blijft
superieur entertainment, slim in elkaar gestoken en – heel
belangrijk – alweer voorzien van een fantastische score van Alan
Silvestri. ‘Back to the Future’ behoort nog steeds tot een select
clubje van grote publieksfilms uit de jaren tachtig, heel vaak
afkomstig uit de Spielberg-entourage, die erin slaagden om enorm
vermakelijk te zijn, zonder daarom alle intelligentie te moeten
achterlaten. Films als deze, de ‘Indiana Jones’-films,
‘Innerspace’, ‘Gremlins’ en nog veel andere, lijken de eenvoud
zelve wanneer je ernaar kijkt, maar zijn gemaakt met een
professionaliteit en doordachtheid die je in geen enkele Michael
Bay zult aantreffen. Het is belangrijk om naar al die zware kost te
gaan kijken die filmcritici je gewoonlijk in de maag willen
splitsen – Tarkovsky, Kubrick, Bergman, dat soort kerels. Die films
zijn goed voor je verstand en je ziel. Maar als het om het
amusement gaat… ‘Back to the Future’ all the way, baby!
Dat is dan weer goed voor het humeur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =