Back to the Future Part II

Toen Robert Zemeckis in 1989 eindelijk met een vervolg kwam op z’n
succesfilm van vier jaar eerder, waren de reacties absoluut niet
unaniem positief. Het verhaal was te complex, de plotwendingen te
uitzinnig, het ontbrak de film aan samenhang. Gedeeltelijk was dat
waar: Zemeckis had voor het tweede deel van zijn trilogie min of
meer hetzelfde probleem als Spielberg toen hij ‘The Temple of Doom’ maakte, de tweede
Indiana Jonesfilm. Hij wilde het origineel koste wat het kost
overtreffen, met meer spectaculaire visuele vondsten, meer special
effects, méér van alles, maar wat hij daarvoor opgaf, was een deel
van de eenvoudige charme en magie van de eerste film. Het tempo
ligt zo hoog dat de prent af en toe het risico loopt om zichzelf
voorbij te galopperen.

Het verhaal begint wanneer Doc Brown Marty McFly uit 1985 komt
wegpikken om hem mee te nemen naar 2015. Er is een probleem met
Marty’s kinderen, dat wordt rechtgezet, maar terwijl hij dan toch
in de toekomst rondloopt, koopt Marty een sportalmanak, waarin de
uitslagen staan van alle grote sportevenementen van de laatste 50
jaar. Dat boek komt in handen van eeuwige vijand Biff, die het
misbruikt om van zichzelf de rijkste en machtigste man van Hill
Valley te maken.


Het verwijt dat het verhaal van de film onsamenhangend zou zijn, is
gedeeltelijk een resultaat van het feit dat het oorspronkelijk niet
de bedoeling was om ooit een vervolg op ‘Back to the Future’ te
maken. De laatste scène, waarin Doc Marty en zijn vriendin komt
oppikken, was toegevoegd bij wijze van grap, maar nu er toch een
tweede film zou komen, zagen Zemeckis en zijn schrijfpartner Bob
Gale zich verplicht om te vertrekken vanuit die scène. Het gevolg
is dat ze eerst iets moesten doen rond Marty’s kinderen, eender
wat, vooraleer ze de echte plot op gang konden trekken. Natuurlijk
hadden ze dat probleem eleganter kunnen oplossen, door die
beginsituatie meer gewicht te geven in de rest van de film, maar
zoals het is, doet het verhaal wat het moet doen: de film is
consequent met deel één, Marty’s liefje wordt keurig van het toneel
afgevoerd (anders zou ze voor de rest van het verhaal een blok aan
het been zijn) en de echte intrige kan vervolgens beginnen.

Een intrige die zo complex wordt, dat op een bepaald moment
Christopher Lloyd simpelweg aan een schoolbord wordt gezet om het
allemaal uit te leggen, met een tekeningetje erbij. We krijgen een
trip naar de toekomst, een alternatieve versie van het heden
(1985), én een terugkeer naar 1955 waarbij Marty voorzichtig moet
zijn om zichzelf niet tegen het lijf te lopen terwijl hij probeert
om z’n ouders bij elkaar te krijgen. Veel mensen vonden die
verwikkelingen maar niks, maar persoonlijk kan ik er de humor wel
van inzien. De meeste films waar tijdreizen aan te pas komen,
proberen wanhopig om de aandacht van het publiek af te leiden van
de paradoxen die tijdreizen inhouden. Neem nu ‘The Terminator’: de
terminators moeten toch geweten hebben dat het niet zou lukken om
John Connor in het verleden te vermoorden, aangezien hij in het
heden nog leeft? Waarom sturen ze dan toch Arnold Schwarzenegger
terug in de tijd om hem preventief te vermoorden? Je mag allemaal
niet teveel over nadenken, en er vooral geen vragen over stellen
wanneer je je in het gezelschap van filmfreaks bevindt, aangezien
er altijd wel één irritante eikel tussenzit die je een uur lang
doodverveelt met een antwoord. Maar in ‘Back To The Future Part II’
doen de makers net het tegenovergestelde: ze aanvaarden die
paradoxen en buiten ze uit voor al wat ze waard zijn. In plaats van
te gaan lopen voor het probleem, maken ze daar juist de crux van
hun film van. Zemeckis en Gale amuseren zich geweldig met al die
hysterische scenario’s. Op een bepaald moment zegt Doc tegen Marty:
‘Als Jennifer zichzelf tegen komt als 47-jarige vrouw, kan er een
kettingreactie ontstaan die het hele universum vernielt. Of
misschien alleen ons melkwegstelsel.’ Reactie van Marty: ‘Oh, da’s
een opluchting.’ Jà, de plot is er een heel end over, maar dat werd
dan ook bewust gedaan, het maakt deel uit van de humor van de
film.


Zemeckis is ook nog steeds even goed in het opzetten van set
pieces, actiesequensen waar uitgebreid naar werd toegewerkt en die
ontworpen zijn om het hele publiek recht te doen veren. Ditmaal
krijgen we een confrontatie tussen Biff en Marty, terwijl Marty aan
Biff’s wagen hangt te slingeren. Als je die scène vergelijkt met
wat we tegenwoordig meestal krijgen in actiefilms, valt het op hoe
bescheiden ze eigenlijk is – geen explosies, geen hypersnelle
montage, geen continu gebruik van close-ups om te verhullen dat de
regisseur geen choreografie in z’n scène weet te leggen. Zemeckis
laat z’n scène geen seconde langer duren dan noodzakelijk en
monteert in de eerste plaats om de overzichtelijkheid te bewaren
(iets dat hij waarschijnlijk van Spielberg geleerd heeft). Inzicht
in de geografie van een scène is één van de belangrijkste dingen
die je kunt hebben in actiecinema, en Zemeckis is daar geweldig
goed in.

‘Back to the Future Part II’ is een film die barst van de energie.
De personages koersen over en weer aan ruwweg lichtsnelheid, het
verhaal is (bewust) de onnozelheid zelve en, in tegenstelling tot
de eerste film, krijgen we hier af te rekenen met
wall-to-wall special effects (die voor z’n tijd echt wel
indrukwekkend zijn). Voor sommige mensen zal het inderdaad wel
allemaal wat te ver over de top gaan en dit vervolg heeft zeker en
vast een deel van de retro-charme van deel één verloren, maar het
blijft onschuldig, plezierig vermaak zoals dat tegenwoordig maar al
te zelden wordt gemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 9 =