Modern Family




Huis-, tuin- en keukensociologen die in deze
moderne tijden en vogue willen zijn, moeten maar over één ding
kunnen meepraten: nieuwe gezinsvormen. We worden ermee om de oren
geslagen. In toenemende mate ruimt het traditionele gezin (ook wel
kerngezin genoemd, door kenners) plaats voor nieuw samengestelde
gezinnen, eenoudergezinnen, homogezinnen, pleeggezinnen of
co-ouderschap. Het lijdt geen twijfel: nieuwe gezinsvormen zijn de
toekomst. Dat die boodschap ondertussen ook tot in de tv-wereld is
doorgedrongen, bewezen Steven Levitan en Christopher Lloyd toen ze
in 2009 de sitcom losweekten van haar eeuwenoude partner, de
disfunctionele familie, en het genre eindelijk weer verfrissend
eigentijds maakten. Enter ‘Modern Family’.

De serie is opgevat als een mockumentary. Een
cameraploeg volgt drie gezinnen voor een tv-show en registreert,
zoals dat meestal gaat met reality, hun niet altijd even normale
dagelijkse leven.

Phil & Claire: min of meer conventioneel gezin,
twee dochters en een zoon. Mama (Julie Bowen) is de
verantwoordelijke en een beetje een controlefreak. Papa (Ty
Burrell) heeft een opvoedingstheorie die voornamelijk draait rond
één ding: ervoor zorgen dat je kinderen je cool vinden. Die
kinderen zijn Haley, de populaire whatever-tiener, haar
absolute tegenpool Alex (slim en weinig vrienden) en jongste zoon
Luke, wiens eigen wereldje vaak enkel verbonden is met ons aardse
rijk via zijn pa, die eigenlijk net zo kinds is als hij.

Jay & Gloria: nieuw samengesteld gezin, één
(stief)zoon. Een oldtimer (Ed O’Neill ofte Al Bundy) die van zijn
oude dag wil genieten met zijn kersverse vrouw, een dertig jaar
jongere Colombiaanse furie (Sofia Vergara). Dat dat niet altijd
even vanzelfsprekend is, is grotendeels te danken aan Gloria’s zoon
uit haar vorige huwelijk Manny, een romanticus van de oude stempel
gevangen in het lichaam van een 11-jarige.

Mitchell & Cameron: homogezin, één dochter.
Herkenbaar stereotiep van de rustige, nette, lichtjes timide homo
(Jesse Tyler Ferguson) meets nog herkenbaarder stereotiep
van de extravagante, zelfbewuste drama queen (Eric Stonestreet).
Met andere woorden: een complementair homokoppel, dat na vijf jaar
beslist om samen een Vietnamees baby’tje, Lily, te adopteren.

De rode draad die de drie gezinnen met elkaar
verbindt, is de Pritchett-bloedlijn. Jay Pritchett is de vader van
Mitchell en Claire, die dus broer en zus zijn, waardoor de drie
totaal verschillende, moderne gezinnen ook nog eens één grote
familie vormen. En nu Jay hertrouwd is met Gloria leidt dat tot een
kronkelige stamboom waarin Phils tweede schoonmoeder een tijger van
jewelste is en Manny de stiefbroer van Claire en Mitchell en dus de
nonkel – volgt u nog? – van Haley, Alex en Luke.

Er valt veel voor ‘Modern Family’ te zeggen, te
beginnen bij de haast perfect getypeerde personages. Elk lid van de
Pritchett-clan is griezelig herkenbaar. Dat was natuurlijk de
bedoeling van de schrijvers en die zijn daarbij ontzettend
zorgvuldig te werk gegaan. Wanneer een personage voor de eerste
keer in beeld komt, kan je als kijker al na tien seconden exact
zeggen wat voor iemand het is. Tegen het einde van de eerste
aflevering heb je je hele kennissenkring onderverdeeld in Phils,
Alexen, Glorias enzovoort. Dat is mooi. En erg grappig. Bij elke
kijkbeurt hoor ik mezelf twintig keer denken ‘that is só
Cameron
‘ of ‘that is such a Phil thing to say!‘,
compleet met de gay intonatie van Mitchell erbij. Gelukkig houdt
het daar niet op; hoe hilarisch herkenbaar die typetjes ook zijn,
ze kleuren vaak genoeg buiten hun haarfijn getrokken lijntjes om
verrassend te blijven. In tegenstelling tot de
platgetredenpadensitcom valt er bij ‘Modern Family’ doorheen de
afleveringen een evolutie op te tekenen in het gedrag en karakter
van de familieleden. En dat is meteen de reden waarom de zeker in
de eerste afleveringen kleverige moraal die op het einde vaak met
een voice over (!) geëxpliciteerd wordt toch verteerbaar blijft. Er
viel écht iets bij te leren.

Met de keuze voor een mockumentary namen de makers
een risico. Te veel vrijblijvendheid had gemakkelijk kunnen
resulteren in de uitholling van een genre dat alleszins voor mij
altijd gelijk is blijven staan met ‘The Office’. Maar de
toegevoegde waarde is er wel degelijk. Het meest herkenbare
formatelement van ‘Modern Family’ zijn wel de zogenaamde
dagboekfragmenten waarin de personages alleen of met een paar voor
de camera zitten en uitleg geven bij hun doen en laten. De makers
springen er inventief mee om. Door die fragmenten slim tussen
beelden van de gewone ‘volgcamera’s’ te monteren, kunnen ze
bijvoorbeeld een statement dat iemand overtuigd lanceert meteen
weer onderuit halen. Dat wordt ook wel humor genoemd, door kenners.
Bovendien is het een ideaal platform voor oneliners (“I’ve
always said that if my son thinks of me as one of his idiot friends
then I’ve succeeded as a dad.
“). Wat de serie wel van ‘The
Office’ heeft overgenomen, zijn de blikken die de personages op een
onbewaakt moment wel eens in de camera durven werpen. En het werkt
even goed: wanneer de camera’s draaien – en ze draaien altijd – wil
iedereen zich van zijn beste kant laten zien. Eigenlijk spelen ze
een rolletje en het is maar een kwestie van tijd voor ze daar
onvermijdelijk even uit vallen…

Een laatste gegeven dat ‘Modern Family’ boven de
concurrentie hijst, zijn de steengoede acteurs. Toegegeven,
geloofwaardig beschaamd zijn is misschien niet heel moeilijk als je
gewoon met een betrapte blik in de camera kunt kijken, maar toch.
Het is niets minder dan bewonderenswaardig hoe Ty Burrell Phil als
eeuwige wannabe toch een geheel eigen cool weet mee te
geven. En ook Rico Rodriguez verdient respect voor het gemak
waarmee hij Manny geloofwaardig maakt als die weer maar eens met
een satijnen dinner jacket en een dubbele espresso de
woonkamer komt binnengesloft. Maar het zijn vooral Jesse Tyler
Ferguson en Eric Stonestreet die als gays van dienst de show
stelen. De chemie tussen de twee acteurs spat van het scherm en
hoewel Ferguson degene is die ook in het echt homo is, is het
Stonestreet die als campy Cam elke aflevering het potje heerlijke
flamboyance brengt waarop je telkens opnieuw aan het wachten
was.

Ondertussen is in de States het derde seizoen een
feit. En terecht. Feelgood-tv die ook minder voor de hand liggende
onderwerpen durft aansnijden – mét een boodschap. Toch alweer even
geleden dat we die combinatie nog eens voorgeschoteld kregen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vier =