Final Fantasy :: Has a Good Home

Als groepslid van The Arcade Fire verzorgde hij eerder dit jaar het voorprogramma van hun (nu al legendarische) concert in het Koninklijk Circus. Als eenzame jongeling kon Owen toen al vrij snel het publiek voor zich winnen met een charmant gespeelde nervositeit en best wel intrigerend vioolwerk. Na een half uurtje kwam er echter al behoorlijk wat sleet op te zitten. Gelukkig kon een spetterende cover van Joanna Newsoms "Peach, Plum, Pear" nog voor een stevige afsluiter zorgen. Dat het sterkste nummer uit de hele set een cover bleek, was misschien een vaag teken aan de wand.

Al bij al leek het toch veeleer op een lang uitgesponnen gimmick dan op een volwaardig soloproject. Ook de naam, gepikt van een Japanse gameserie met enorme cultstatus, spreekt niet meteen bijzonder hard tot de verbeelding van al wie niet langer tot het pokdalige rijk der nerds behoort. Zelfs nu het zilveren schijfje Final Fantasy Has a Good Home dat ’s mans debuut vormt reeds een hele poos in onze cd-speler ligt te tollen, kunnen we ons moeilijk van de indruk ontdoen dat de muziek zonder "het verhaal erachter" een heel stuk minder stevig zou staan.

Final Fantasy Has a Good Home opent behoorlijk zweverig met een korte intro, maar gaat al snel over naar het bruisender "This Is The Dream Of Win & Regine", dat verwijst naar de frontman en -lady van The Arcade Fire. Van bij de eerste noten hoor je dat Has a Good Home geen doordeweekse indiekost is. Enerzijds is Pallett een goed geschoold klassiek violist, anderzijds een behoorlijk songsmid. Als Final Fantasy combineert hij beide elementen in songs met een pizzicato onderlaag, wat vloeiend vioolspel erbovenop en ten slotte zijn vlakke stem die zonder enige twijfel de zwakste schakel vormt.

’s Mans stem weet immers slechts zelden te verrassen en vertoont een voortdurend gebrek aan emotie en betrokkenheid. Dat de teksten even vaak over onbereikbare liefdes gaan als over Owens kookkunst (!) en zijn blasé fantasiegezeur, voegt nog toe aan de gemaakte indruk die alles nalaat. De gemiddelde Final Fantasysong heeft daarbij ook nog eens zwaar te lijden onder overdreven schuchterheid, waardoor de nummers vaak veel te lang aanslepen en maar heel zelden echt open bloeien.

Door de aard van het beestje is de muziek van Final Fantasy vaak de gekunsteldheid zelve: een stukje spelen, zichzelf samplen, een volgend laagje spelen, opnieuw samplen, dan nog wat zang erbovenop – en ga zo maar door. Rock-’n-roll is het alvast niet, en spontaneïteit lijkt dan ook ver te zoeken. Op zich hoeft die gemaaktheid geen reëel bezwaar tegen de muziek zelf te zijn, maar dat is het deze keer wel. Het dramatische hoogtepunt van een dergelijk onecht muzikaal snobisme komt tegen het einde van de cd met het pretentieuze "That’s When The Audience Died". Bij ons gingen de nekharen alvast uit pure ergernis overeind staan bij het horen van zoveel pseudo-diepzinnig gebral en berekend getokkel.

Hoewel heel wat van Final Fantasy’s werk naar diezelfde gemaaktheid neigt, wordt het album toch nog recht gehouden door enkele sprankelende uitschieters die je verrassend kunnen vastgrijpen en raken. Afsluiters "Please Please Please", met zijn eerlijke tekst en verfrissende structuur, en het rustige "Better Than Worse" bevatten meer ongeveinsde emotie dan de rest van het album samen. Pas bij het beluisteren van deze songs kan je het talent van Owen Pallett als singer-songwriter naar waarde beginnen schatten. Daar waar Palletts teksten vaak gezwollen staan van protserige hoogdravendheid, worden ze hier net meer down-to-earth en meteen ook een stuk krachtiger: "Your head is shouting Please Please Please / Please Please Please / Don’t let your cock do all the work / Where did you bottle up the gentleman / Give me your hands." Voor een keer laat hij niet veel aan de verbeelding over.

Dit debuut van Final Fantasy overtuigt nauwelijks. Dat Pallett talent heeft als veelzijdig artiest staat als een fallus boven water. Gewapend met enkel een viool en looping pedal kan hij echter niet meer dan een one-trick-pony blijven. Zolang Pallett niet op zoek gaat naar een bredere band rond zich en zijn muzikaal spectrum gaat verbreden, is Final Fantasy gedoemd om in een doodlopend straatje te blijven sukkelen. De frisheid en vernieuwende geest die bij een eerste beluistering door het hele album waaien, blijken uiteindelijk van veel te korte duur te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − vier =