Oneida :: The Wedding

Moet een plaat per definitie origineel zijn om echt goed te zijn?
Natuurlijk niet, maar het is verdomd mooi meegenomen! Zeker nu de
meeste artiesten hun albums lijken te vullen met meer van
hetzelfde, is een vleugje originaliteit meer dan welkom. Niet dat
ik hier de degelijkheid van pakweg de nieuwe Goldfrapp of X&Y van Coldplay wil betwisten,
verre van. Maar ik voel wel af en toe flink de drang om mijn
muzikaal gehoor op de proef te stellen met iets onvoorspelbaars.
Een band als Oneida, die het aandurft om de geijkte paden resoluut
achter zich te laten, mag dus zeker op aandacht rekenen. Als die
band voor zijn nieuwste album ‘The Wedding’ dan ook nog eens
gebruik maakt van een enorme muziekdoos ineengeknutseld uit oude
zaagbladen, motoronderdelen, industrieel ijzerwerk, cilinders en
een handvol spijkers, ben ik één en al oor.

Nog nooit van Oneida gehoord? Geen reden tot schaamte, want ondanks
een stevige output van zes studioalbums in acht jaar kreeg dit
drietal uit Brooklyn pas vorig jaar met ‘Secret Wars’ enige voet
aan de grond in onze contreien. Oneida maakt muziek die je
gemakshalve in het hokje indie-rock zou kunnen stoppen, maar de
band uit New York is ook niet vies van krautrock, noiserock en
psychedelische muziek van obscure eind-jaren-zestig bandjes. De
combinatie van al deze invloeden zorgt voor het unieke
Oneida-geluid, dat zowel fans van alternatieve rockmuziek als
liefhebbers van meer experimentele muziek moet aanspreken. Op ‘The
Wedding’ voegt Oneida daar zelfs nog een flinke scheut honingzoete
pop aan toe. Bovendien wipt dat vreemde drietal in ware Ween-stijl
van de ene muziekstijl naar de andere, alsof dat de normaalste zaak
van de wereld is. Zo worden introverte luisterliedjes (‘High Life’
en ‘Know’) en pastorale popsongs (opener ‘The Eiger’ en ‘You’re
Drifting’ ) ondersteund door strijkers en orgeltjes, afgewisseld
met verzengende geluidsmuren – dat moet die gigantische muziekdoos
zijn – en stevige gitaarriffs kenmerkend voor oosters getinte
psychedelische rock (‘Havenly Choir’ en absoluut hoogtepunt ‘The
Beginning is Nigh’) en hardrock uit de sixties (‘Did I Die’).

Ondanks de grote onderlinge verscheidenheid vloeien de nummers
naadloos in elkaar over. De zorg waarmee het album gemaakt is,
straalt er vanaf. Dat zorgt voor een verbluffend gevarieerd maar
coherent geheel. Bovendien blijft ‘The Wedding’ ondanks het
overduidelijk experimentele karakter en het soms bizarre,
eigengereide geluid bijzonder toegankelijk. Veel meer woorden hoef
ik er dan ook niet aan vuil te maken. Aanschaffen en koesteren dit
extravagant meesterwerkje! Albums als ‘The Wedding’ zijn er immers
veel te weinig, bands als Oneida overigens ook!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =