Sahara




Bij wijze van kleinschalig, persoonlijk antropologisch project, heb
ik mezelf voorgenomen om twee pakketjes samen te stellen en die
naast elkaar te begraven voor toekomstige generaties. Het éne
pakket moet de mensheid op z’n best voorstellen, de prestaties
waartoe we in staat zijn – een reproductie van een schilderij van
Magritte (een origineel zou te duur zijn), een cd met de
Brandenburgse concerto’s en één van de Rolling Stones, een boek van
Nabokov en een dvd van ‘A Clockwork
Orange’
. In het andere pakket stop ik relicten van de mateloze
stupiditeit die mensen soms eigen is – kwestie van ons ras te laten
zien op z’n best en op z’n slechtst. Een cd van Eddy Wally. Een
exemplaar van het partijblad van het Vlaams Belang. Ik zocht alleen
nog naar een film die onnozel genoeg was erin te stoppen (ik was in
de richting van ‘Confituur’ aan het
denken, maar stel dat de archeologen van die tijd over de tachtig
jaar oud zijn, dan loop je nog kans dat ze ‘t prachtig vinden),
maar groot jolijt, mijn zoektocht is voorbij. ‘Sahara’, een
avonturenfilm van Breck Eisner, is zo ongegeneerd debiel en
ongeloofwaardig dat je bijna respect moet opbrengen voor de
consequente hersenloosheid die de makers hier tentoon
stellen.

De plot draait rond Dirk Pitt (geweldige naam, vindt u ook niet?),
een avonturier die werkt voor NUMA, een privé-organisatie die de
wereld afreist op zoek naar archeologische schatten in de zee. Pitt
zelf is echter bezeten van zijn zoektocht naar een duikboot uit de
Amerikaanse Burgeroorlog, die in 1865 spoorloos verdween. Hij heeft
redenen om te geloven dat de oplossing van het raadsel in de
Afrikaanse staat Mali te vinden is en gaat er dan ook achteraan,
ondertussen uiteraard zweet, testosteron en hunkiness lekkend uit
elke porie. Pitt wordt gespeeld door Matthew McConaughey,
overigens, dus u kunt zich meteen met een lichte siddering
inbeelden welk afgrijselijk accent zijn quasi-ruige verschijning
zal vergezellen. Onderweg maakt hij kennis met Eva Rojas (Penelope
Cruz), een artse voor de Wereld Gezondheidsorganisatie, die in Mali
de oorsprong hoopt te vinden van een vreselijke ziekte die niet
alleen Afrika, maar op termijn ook de rest van de wereld
bedreigt.

Jaja, zo gaat dat dan. Een duikboot die plots in het midden van een
woestijn opduikt (“150 jaar geleden was dat hier allemaal water!”),
onze hoofdpersonages die een neergestort sportvliegtuigje
probleemloos omvormen tot een soortement flink uit de kluiten
gewassen surfplank, slechteriken die voor de duvel niet kunnen
richten, de obligate comedy sidekick (Steve Zahn)…
‘Sahara’ is voor honderd procent samengesteld uit
ongeloofwaardigheden en clichés. Niet dat de film zichzelf serieus
neemt – wel integendeel. Breck Eisner geeft nadrukkelijke knipogen
naar het publiek om duidelijk te maken dat het allemaal maar om te
lachen is, dat we niet verondersteld worden om hier ook maar iéts
van te geloven. Maar daar ligt juist een belangrijk probleem met de
film: je kunt met die zelfspot immers maar zover gaan, vooraleer je
een parodie op je eigen prent begint te maken. Een goeie
avonturenfilm moet, denk ik, altijd een beetje tongue in cheek
zijn, je mag en moet aan het publiek laten weten dat het grappig
bedoeld is. Maar op een bepaald punt moet je daarmee ophouden, want
anders wordt het onmogelijk om nog iets te geven om de personages
of de situaties waarin ze verzeild raken. Dat punt komt en gaat
hier en niemand die ernaar omkijkt. Tegen het einde van de film
slagen onze helden er zelfs in om een kanon af te vuren vanop een
duikboot die 140 jaar lang in het zand heeft gelegen.

De plot, ontleend aan een boek van Clive Cussler, is een
eigenaardig samenraapsel van onversneden actiefilm-bullcrap, zoals
het gegeven van de verdwaalde duikboot, en meer eigentijdse
elementen, die duidelijk dienen te refereren aan de actualiteit:
chemisch afval, milieurampen, corrupte zakenmannen, dictaturen in
Afrika en medische problemen in de derde wereld passeren allemaal
de revue. Het probleem hiermee is dat die twee werelden – die van
de pulp fiction zoals Cussler die schrijft en de echte –
zich maar moeilijk laten verzoenen. Aan het begin van de film wordt
de plotlijn rond de onderzeeër geïntroduceerd, enkel om totaal
vergeten te worden gedurende het volgende anderhalf uur, tot ze de
boot weer nodig hebben voor de finale van het verhaal. (Nuja, voor
één daarvan dan toch – ‘Sahara’ kent meer climaxen tijdens de
laatste 40 minuten dan eender welke pornofilm.) De structuur van de
prent is wat dat betreft een absolute bende, alsof de schrijvers
(en er waren er maar liefst vier), zich kort voor het einde van hun
script plots realiseerden dat ze nog iets moesten doen met die
boot, en er dan maar snel een mouw aan hebben gepast.

De acteurs lopen voornamelijk zichzelf te wezen, zoals ze dat in
talloze andere films ook al hebben gedaan. Matthew McConaughey
kijkt met een priemende blik de zon in en laat ondertussen een
fotogeniek stoppelbaardje groeien, Steve Zahn hangt de clown uit en
slaagt erin om slechts matig irritant te worden en Penelope Cruz
kan nog steeds niet acteren (toch niet in het Engels), maar biedt
alweer regelmatig een gulle blik in haar décolleté om dat gebrek
goed te maken. Al bij al is het de schuld van de acteurs niet –
indien ‘Sahara’ een ietwat getrouwe weergave van de roman is, was
dit project al gedoemd zodra iemand de beslissing nam om het te
verfilmen, lang voor er een castingsessie aan te pas kwam.

De actiescènes, toch de reden waarvoor u gaat kijken, zijn af en
toe geinig (de achtervolging met de bootjes zit tamelijk goed in
elkaar), maar hebben ook weer te lijden onder die hyperkinetische
montagestijl waar zowat alle recente actiefilms last van hebben.
Waarvoor is het nodig om vier keer te cutten in een scène van
dertig seconden waarin twee mannen met elkaar op de vuist gaan in
een kleine boot? Eisner wilde waarschijnlijk hip en energiek uit de
hoek komen, maar het werkt enkel storend. Het is gek dat ‘Sahara’
uitkomt in dezelfde week als Gus Van Sants ‘Last Days’, een film die is opgebouwd uit
immense blokken van vijf tot tien minuten in één shot. Dit is het
volmaakte tegenovergestelde daarvan – op de beginaftiteling na, zit
een geen enkel shot in ‘Sahara’ dat langer duurt dan twee of drie
seconden.

Breck Eisner heeft hier zo’n enorme klucht van gemaakt dat die
andere recente woestijnfilm, ‘Flight of
the Phoenix’
, opeens een stukje cinéma vérité lijkt. Kun je
nagaan.

http://www.saharamovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − zeven =