Star Wars Episode V :: The Empire Strikes Back




‘The Empire Strikes Back’ is het punt in de reeks waarop de hele
‘Star Wars’-setup fameus begint te renderen. De personages zijn
geïntroduceerd, we weten hoe het verhaal in elkaar zit, bijkomende
plotelementen zoals “The Force” moeten niet meer uitgelegd worden,
en bijgevolg zitten we vanaf de eerste momenten van de prent klaar
om middenin de actie gesmeten te worden. ‘Star Wars’ had de ietwat ondankbare taak om
het voorbereidend werk te verrichten, dàt was de film die een
eerste investering moest doen voor de rest van de reeks. ‘The
Empire Strikes Back’ mag incasseren op die investering, wat allicht
de reden is waarom deze episode door de fans gewoonlijk als de
beste wordt beschouwd.

Eén van de redenen voor de grote aantrekkingskracht van ‘Empire’,
is het feit dat George Lucas zijn epos voor het eerst opentrok voor
invloeden van anderen. ‘Star Wars’
was helemaal zijn persoonlijke project, net als de jongste
trilogie, maar voor ‘Empire’ en ‘Return
of the Jedi’
haalde hij er een bevriende regisseur bij én liet
hij het scenario schrijven door anderen. In dit geval stond Irvin
Kershner achter de camera en schreven Leigh Brackett en Lawrence
Kasdan mee aan het verhaal. Wat die mensen naar de film brengen, is
een frisse kijk op het materiaal. Lucas is – nog steeds, trouwens –
een goeie producent, maar als schrijver en regisseur heeft hij
nooit echt veel induk op me gemaakt. Zijn films, inclusief z’n vaak
bejubelde debuut ‘THX-1138’ bevatten regelmatig houterige dialogen
en de structuur ervan is dikwijls allesbehalve subtiel. Nu viel dat
in ‘Star Wars’ allemaal nog goed
mee, maar vergelijk dat met de ongedwongen zwierigheid waarmee ‘The
Empire Strikes Back’ gemaakt is. We krijgen speels geflirt tussen
Han Solo en Prinses Leia, dat wordt ondersteund door een paar
geweldige dialogen. (Leia: “Why, you stuck up, half-witted,
scruffy-looking nerf-herder.”
Han Solo: “Who’s
scruffy-looking?”
) Harrison Ford en Carrie Fisher hebben hier
een geweldige chemistry, waarvan zeer weinig viel terug te
vinden in de originele ‘Star Wars’.
Ook in de recentere films heeft Lucas moeite met dat soort dingen –
heel de romance tussen Hayden Christensen en Natalie Portman in
‘Attack of the Clones’ bevatte
minder passie en energie dan één scheve glimlach van Han Solo. Voor
een schrijver als Kasdan echter, die kort daarvoor ook al ‘Raiders
of the Lost Ark’ had geschreven, met een gelijkaardige
wisselwerking tussen Ford en Karen Allen, is een dergelijke relatie
mét bijbehorende dialogen gefundenes fressen.

Ook de structuur van ‘Empire’ is beter. De helden worden uit elkaar
gehaald om verschillende parallele verhaallijnen te introduceren.
Luke Skywalker gaat met R2D2 naar Degobah, waar hij les krijgt van
Yoda, de anderen zoeken onderdak bij Lando Calrissian (Billy Dee
Williams), een oude vriend van Han Solo. Dat maakt het per
definitie moeilijker om de film aan de gang te houden, om het tempo
hoog te houden – Solo en compagnie zijn constant op de vlucht voor
het Empire, er is daar altijd wel iets aan het gebeuren.
Ondertussen zit Luke echter op de één of andere moerasplaneet met
een klein groen ventje met grote oren, en gebeurt er al bij al
bitter weinig. Maar dat is dan buiten Yoda gerekend, die hier wordt
geïntroduceerd als een excentrieke kluizenaar die een zaklampje wil
afpakken van Luke en tijdens diens training z’n eigen lichaam als
ballast gebruikt voor loopoefeningen. Opnieuw een staaltje degelijk
schrijfwerk – er gebeurt niet veel, dat is waar, maar dat personage
is zo sterk dat hij het gebrek aan actie ruimschoots goedmaakt.
Bovendien wordt de informatie rond de plot grotendeels gegeven
terwijl de actie bezig is. In ‘Star Wars’ onderbrak Lucas de film om z’n
personages rond een tafel te plaatsen en hen te laten uitleggen hoe
het verhaal in elkaar zat. Hier is dat veel minder het geval –
terwijl de Millennium Falcon, Solo’s ruimteschip, zware klappen
incasseert van vijandige lasers of asteroïdenvelden, horen we de
personages elkaar toeschreeuwen wat nu precies het plan is. Op die
manier krijgen we de nodige informatie, terwijl de actie
verdergaat. Dé grote onthulling van ‘Empire’, waar iedereen
destijds de mond van vol had (“Luke, I am your father!”),
vindt plaats vlak na een gevecht met de lichtzwaarden, terwijl Luke
aan de één of andere antenne hangt. De film wordt nooit
stilgelegd.

De speciale effecten zijn er ook op vooruitgegaan sinds ’77. In de
eerste film was het regelmatig maar al te duidelijk dat er mannen
in een pak rondliepen om voor aliens door te gaan, en ook de
optische effecten waren dikwijls toch maar behelpen. Zo kregen we
elke keer dat één van de personages z’n lichtzwaard activeerde een
snelle cut, die naadloos had moeten zijn maar dat niet altijd was.
Voor ‘Empire’ daarentegen, was het budget aanzienlijk groter, en
dat valt eraan te zien. De aanval met de Imperial Walkers, Cloud
City… Lucas kon z’n fantasiewereld vrijwel zonder financiële
beperkingen vormgeven en het resultaat is een film die er, ook nu
nog, verrukkelijk uitziet. Het is trouwens heerlijk om Yoda aan het
werk te zien voor hij helemaal uit CGI werd opgetrokken – die
simpele pop die van een stem voorzien werd door Frank Oz, zag er
duizendmaal geloofwaardiger en sympathieker uit dan die
computergeanimeerde groene blubberbal van tegenwoordig.

Het is in ‘Empire’ dat de soap opera-aspecten van ‘Star Wars’ ook
duidelijk tot uiting komen – Han Solo en Prinses Leia die
stilletjesaan verliefd worden, Luke die ontdekt dat de slechterik
z’n vader is, Solo die ingevroren wordt… Indien ‘A New Hope’ geflopt was, had men het in
principe bij die éne film kunnen laten en het einde zou bevredigend
genoeg zijn geweest (hoewel de plot natuurlijk nog heel wat losse
draadjes gehad zou hebben). ‘Empire’ daarentegen heeft écht
‘Return of the Jedi’ nodig om een
afgerond geheel te vormen, het is maar één aflevering in een groter
verhaal. De manier waarop Lucas z’n films situeert aan het begin
(lang geleden in een melkwegstelsel hier ver, ver vandaan),
versterkt dat gevoel. ‘Star Wars’ speelt zich niet af in de
toekomst, maar in een mytisch verleden, en bijgevolg krijg je dan
ook een grootschalig, melodramatisch verhaal, een space
opera.

In ‘The Empire Strikes Back’ durfde George Lucas te doen wat hij
misschien met de laatste films ook had moeten doen: hij liet andere
mensen toe in het proces, mensen die beter waren dan hij in het
schrijven van dialogen en het structureren van een verhaal. Het
verschil is duidelijk te merken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + een =