Star Wars Episode IV :: A New Hope




Aah, ‘Star Wars’. De film die Hollywood voorgoed veranderde, door
het tijdperk van de blockbuster definitief in te luiden. Die
overduidelijk in een rubberen kostuum gehulde figuranten die
moesten doorgaan voor aliens. Die Stormtroopers die nog geen
olifant konden raken vanop een meter afstand. Die typische
seventies computerschermpjes en flikkerende lichtjes die de
illusie van een hoogtechnologische controlekamer moesten geven. Dat
kapsel van Mark Hamill. Om nog maar te zwijgen van de twee
koffiekoeken die Carrie Fisher tegen het hoofd geplakt kreeg. Hoe
kan iemand die film nu niét graag zien?

Of je nu een fan bent van de serie of niet, niemand kan ontkennen
dat deze space opera de manier heeft veranderd waarop wij naar
films kijken – elke grote publieksfilm wordt op de één of andere
manier wel met ‘Star Wars’ vergeleken. De nieuwe afleveringen in de
reeks waren een teleurstelling – ‘The
Phantom Menace’
was een ongeïnspireerde bedoening met gedoemde
pogingen tot humor, ‘Attack of the
Clones’
was beter, maar uiteindelijk ook maar zouteloos. De
originele films blijven echter de standaard voor science fiction
actiespektakels – werkstukjes die zodanig indrukwekkend waren dat
ze zich een weg hebben geboord tot in het collectief bewustzijn van
heel Amerika, en bij uitbreiding de cinemabezoekende wereld.
Verdient ‘Star Wars’ die status? Ach ja, het is een leuke film,
daar niet van. Ik zal wellicht nooit over de bevreemding heenraken
die ik altijd ervaar wanneer mensen helemaal mesjogge worden
omwille van een film met wookies, ruimteschepen, tovenaars, hobbits
of trollen (waarom eens geen échte mensen in de hoofdrollen?), maar
als je dan toch al een prent moet uitkiezen om waanzinnig over te
doen, dan zijn er slechtere keuzes dan deze.

Eén van de redenen waarom ‘Star Wars’ zo populair is geworden, is
dat de film terugvalt op de conventies van oudere genres. ‘Star
Wars’ valt terug te voeren naar uiteenlopende invloeden, zoals de
Kurosawafilms (vooral ‘Hidden Fortress’), oude John Wayne-westerns,
mantel- en degenfilms en natuurlijk de campy science fictionprenten
uit de jaren vijftig – van die ouderwetse wij komen in vrede (of
misschien ook niet)
-films, u kent ze wel. George Lucas plundert
in feite al die stukjes cinema waar hij zelf gek van is en
combineert de leukste elementen om er ‘Star Wars’ uit te
fabriceren. Het gevolg daarvan is dat de prent, zelfs bij een
eerste visie, vaagweg vertrouwd overkomt. We begrijpen instinctief
in wat voor wereld deze film speelt, en welke wetten er gelden. Het
is alsof we hem al eens eerder hebben gezien, hoewel we hem voor de
eerste keer onder ogen krijgen. Dat is een erg comfortabel gevoel,
dat zeker en vast heeft bijgedragen tot het succes: we moeten geen
moeite doen, de film geeft ons immers niks dat we al niet kennen,
zij het dan in een andere vorm.

Eén van de conventies die Lucas heeft overgenomen van zijn
inspiratiebronnen, is de manier waarop hij de logica regelmatig
vaarwel zegt, wanneer dat zijn verhaal ten goede komt. ‘Star Wars’
is vaak een monument van luchtige bullshit: neem bijvoorbeeld een
scène waarin C3PO en R2D2 in de Death Star bewaakt worden door een
Stormtrooper. C3PO zegt simpelweg tegen de Stormtrooper: “Vindt u
het erg als we even weggaan, ik wil mezelf laten repareren.” De
Stormtrooper: “Oké, ga maar.” Nou, dàt was eenvoudig. Eerder in de
film zagen we Obi-Wan Kenobi (Alec Guinness) The Force gebruiken om
een stel andere Stormtroopers mentaal te controleren. Hij maakt een
handbeweging, zegt hardop wat hij wil dat de Stormtroopers denken,
en de mannen in blik herhalen dat. Zo gaat dat dan. George Lucas
weet best wel dat dat onzin is, maar het kan hem niet schelen – dat
hoort nu eenmaal bij het genre.

Het hele gegeven van The Force wordt trouwens opvallend goed
aangepakt. In principe is dat natuurlijk ook maar
mumbo-jumbo – “The Force is een energieveld dat overal
doorheen stroomt. Je moet passief worden en jezelf erdoor laten
leiden.” Met andere woorden: relax en kijk gewoon wat er gebeurt.
Dat is nu niet bepaald een erg diepzinnige filosofie, gelet dat die
blijkbaar honderden jaren lang werd gebruikt als basis voor de rust
en vrede in het Melkwegstelsel. Maar toch is het niet slecht dat
Lucas het zo eenvoudig (en vaag) houdt – voor je ‘t weet zit je met
een geval als ‘The Matrix’, waarin de makers zichzelf in een hoek
lulden met hun onsamenhangende pogingen tot diepzinnigheid. Hier is
The Force gewoon The Force en verder geen gezeik. Iedereen heeft
een instinctief besef van wat het is, maar er zijn geen lange,
pretentieuze monologen nodig om het uit te leggen.

Seventies-iconen Mark Hamill en Carrie Fisher hebben de nominale
hoofdrollen, en doen het niet slecht, maar het is Harrison Ford die
de show steelt als Han Solo. Het is pas met zijn intrede in de
film, 45 minuten na het begin, dat de boel écht tot leven komt.
Alle andere personages zijn onveranderlijk vreselijk serieus en
hebben ernstige motivaties. Prinses Leia probeert haar volk te
redden, enkel om haar hele planeet voor haar ogen te zien
ontploffen. Heavy. Luke Skywalker, op zijn beurt, is
opgegroeid zonder ouders, bij z’n oom en tante, die aan het begin
van de film ook nog eens worden vermoord. En Obi-Wan is natuurlijk
weinig meer dan een wijsheden prevelende oude man die ten alle
tijden sereen dient te blijven terwijl hij in z’n baard krabt. Han
Solo daarentegen, heeft absoluut geen zwaarmoedige achtergrond. Hij
is een huurling, die enkel uit is op geld, en dat geeft hem de
vrijheid om one-liners te spuien zoveel hij wil, om zijn scheve
grijns de camera in te laten blinken en de andere personages te
schofferen als hij daar zin in heeft. ‘Star Wars’ is een reeks die
steeds opnieuw neigt in de richting van bombast, van opgezwollen,
pathetische situaties en dialogen. Misschien is dat wel
onvermijdelijk gezien het genre van de films. De functie van Han
Solo’s personage, is dat hij dat bombast doorprikt. Telkens wanneer
het allemaal over de top dreigt te gaan, hoef je hem enkel een
scène te geven, en onmiddellijk wordt de sfeer luchtiger,
plezieriger. Dat is, denk ik, wat de laatste ‘Star Wars’-films meer
dan wat ook misten: Han Solo, of een gelijkaardig personage. Samuel
L. Jackson leek een voor de hand liggende keuze om die functie in
de reeks over te nemen, als badass Jedi motherfucker, maar
niks daarvan. De zuivere lol ging voor een groot deel
verloren.

‘Star Wars’ is ontegensprekelijk een stukje filmgeschiedenis waar
niemand naast kan kijken. Een meesterwerk zou ik het niet willen
noemen, eerder een zeer goed gemaakt stukje entertainment. Er is
niks mis mee, maar de hysterie die er rond de prent heerst zal ik
allicht nooit begrijpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 9 =