Raiders of the Lost Ark

Grof gezegd kun je stellen dat er twee mensen zijn die de
Amerikaanse blockbuster hebben uitgevonden: Steven Spielberg en
George Lucas. In 1975 scoorde Spielberg een immense hit met
‘Jaws’ – twee jaar later nam
Lucas revanche door àlle records te breken met ‘Star Wars’. En de
cinema zou nooit meer helemaal hetzelfde zijn. Niet dat er voordien
geen merchandising bestond – ik zag ooit een documentaire rond het
draaien van de film ‘Ben-Hur’, in 1959, en bij de release van dat
epos verkochten ze in de foyer boterhammendozen met Charlton
Hestons uit graniet gehouwen gelijkenis erop. Niet dat er voordien
geen aandacht werd besteed aan de box office, wel in tegendeel –
mensen hebben altijd films gemaakt om er geld aan te verdienen.
Maar na ‘Star Wars’ en Spielbergs kassuccessen, waaronder deze
‘Raiders’, werd dat blijkbaar het enige waar nog naar werd gekeken.
De originele ‘Star Wars’-trilogie waren geen slechte films, maar ze
hebben ook veel kapot gemaakt, omdat ze de formulefilm in z’n
(voorlopig) definitieve vorm introduceerden – de bonzen van de
filmindustrie zagen dat dit soort actie- en avonturenprenten
aansloegen, en ze gingen vervolgens steeds opnieuw op zoek naar
meer van hetzelfde. In essentie is dat wat ze nu nog altijd doen,
met steeds onwelriekender gevolgen.

‘Raiders of the Lost Ark’, de eerste Indy-film, was ook een gevolg
van het succes van ‘Star Wars’ – Spielberg had net naam gemaakt met
‘Jaws’ en ‘Close Encounters
of the Third Kind’, Lucas, van wie het idee afkomstig was, was na
het eerste deel van z’n ruimtesaga zo’n beetje de heilige van
Hollywood geworden, die àlles kon en mocht. Samen waren ze
verantwoordelijk voor misschien wel de beste, meest genietbare
avonturenfilm ooit gemaakt. Een film die trots is op z’n eigen
onnozelheid en liefdevol de conventies van het genre bespot,
terwijl hij er zich óók keurig aan houdt.

De plot mag als gekend beschouwd worden: Indiana Jones,
archeoloog-avonturier, gaat op zoek naar de Ark des Verbonds
vooraleer de nazi’s hem te pakken kunnen krijgen. Samen met een oud
lief, Marion Ravenwood (Karen Allen) reist hij van Nepal naar
Egypte om te voorkomen dat de Führer dit bijbels relict aan z’n
wapentuig zou kunnen toevoegen.

‘Raiders of the Lost Ark’ is één van de meest absurde films die je
ooit zult tegenkomen. Neem alleen al dat gegeven: nazi’s die op
zoek gaan naar het ultieme joods artefact, niét om het te
vernietigen, maar om het te gebruiken als wapen. Uh-huh, ik geloof
dat ik de bullshit buzzer heb horen afgaan. Kleinere, maar
niet minder lachwekkende voorbeelden van een vrolijk gebrek aan
respect voor elke vorm van logica duiken op in individuele scènes:
tijdens de openingsscène wordt Indy, legendarisch, achterna gezeten
door een enorme stenen kei. Nu kun je je al eerst afvragen hoeveel
mensen er voor nodig waren om die steen op z’n plaats te krijgen,
maar wat mij dwarszit, is dat Indy aan het einde van die scène uit
die grot springt… En die steen verdwijnt gewoon, hij wordt niet
meer gezien of gehoord. Nog zo eentje: Indy springt vanop een schip
het water in, zwemt naar een nazi-duikboot toe, en wordt voor het
laatst in die scène gezien terwijl hij bovenop die onderzeeër
loopt. Allemaal goed en wel, maar hoe geraakt hij die boot in? Of
houdt hij zich gewoon de hele tijd vast aan de periscoop?

Dat soort opmerkingen kun je als storend ervaren, maar in dit geval
maken ze juist deel uit van de onweerstaanbare charme van de film –
de ‘Indiana Jones’-reeks is gebaseerd op ouderwetse avonturenfilms
uit de jaren dertig, die zich niets aantrokken van logica, maar
zich alleen bezighielden met de vraag hoe ze het publiek op de rand
van hun stoel konden houden. Dat was àlles waar ze in
geïnteresseerd waren – ‘Raiders of the Lost Ark’ is een
opeenstapeling van set pieces, grootschalige
actiesegmenten die met bijzonder veel helderheid en gevoel voor
humor in beeld werden gebracht. Het feit dat het uiteindelijk
allemaal nergens op slaat, is daarbij van minder belang.

Die actiescènes zijn overigens echt indrukwekkend – zowat elke
avonturenfilm die sinds 1981 is gemaakt, was in feite een poging om
‘Raiders of the Lost Ark’ te evenaren of overtreffen, en
ondertussen heb ik er nog maar weinig gezien die in de buurt
kwamen. Spielberg kent z’n filmgrammatica ongelooflijk goed, hij
weet hoe hij een actiescène in elkaar moet steken om én de vaart
erin te houden én er toch voor te zorgen dat het publiek
georiënteerd blijft. Neem een eenvoudig voorbeeld: Indy is
verwikkeld in een vuistgevecht met een massieve kleerkast van een
Duitser, terwijl op de achtergrond een vliegtuig start. Onze held
kan het niet winnen van de soldaat, maar met meer geluk dan
verstand weet Indy het zo te regelen dat z’n tegenstander met z’n
kop in de rotors van het vliegtuig terechtkomt. Praktisch heel die
scène is gefilmd in wide shots of z’n best medium shots, zodat we
altijd een overzicht behouden van wat er gaande is. De camera
beweegt nauwelijks, en de overgangen naar een volgend beeld komen
er altijd wanneer een bepaalde actie vervolledigd is – de Duitser
mept Indy tegen de grond. Dàn cut je naar een andere camerapositie.
Je toont hoe Indy weer rechtkomt. Dàn heb je weer een cut.
Vergelijk dat met meer recente actiefilms à la ‘Elektra’: in die films monteren ze
binnenin een actie, dus je ziet één persoon uithalen – cut – dan
zie je de mep aankomen – cut – dan ga je alweer terug naar de
andere persoon. Ze maken er ook een punt van om constant te werken
met close-ups, en het gevolg daarvan is dat die scènes zeer
verwarrend worden. Niet zo in ‘Raiders of the Lost Ark’. Spielberg
bouwt z’n film visueel zeer helder op, er zit geen enkele
overbodige cut in de film.

De humor in die actiescènes behoeft nauwelijks betoog – Indy wordt
uitgedaagd door een onheilspellende Egyptenaar, die vervaarlijk met
z’n zwaard staat te spelen. Onze held trekt een geërgerd gezicht,
neemt z’n pistool en schiet de man zonder boe of ba neer. Ook
elders in de film geeft Spielberg constant knipoogjes dat we het
allemaal niet te serieus dienen te nemen, met heerlijke dialogen,
zoals Marion die tegen Indy zegt: ‘Jij bent ook niet meer de man
die ik twintig jaar geleden kende.’ Antwoordt Indy: ‘Het ligt niet
aan de jaren, maar aan de kilometers.’

‘Raiders of the Lost Ark’ is nu nog steeds het toppunt van wat je
kunt bereiken in het actie- en avonturengenre. Het is bullshit,
maar bullshit met een ongelooflijke flair. Visueel zit het
fantastisch ineen, het is geestig, Harrison Ford is een
charismatische Indy en de muziek van John Williams is één van die
deuntjes geworden die mensen overal ter wereld meeneuriën. Nog één
voorbeeld van de onnozelheid van de film, om het af te leren? Kijk
naar het einde van de prent. De Ark wordt geopend, er komt een hoop
geesten uitgevlogen die iedereen die z’n ogen niet dicht heeft,
stante pede doet smelten. Als je dat hebt gezien, kun je je de
vraag stellen waar heel die Indiana Jones nu eigenlijk voor nodig
was – had hij de nazi’s rustig hun gang laten gaan, dan hadden ze
op exact dezelfde manier geëindigd, alleen had hij er dan niet
bijgestaan, vastgebonden aan een paal. Yup, Indiana Jones blijkt
aan het einde volkomen overbodig te zijn geweest in z’n eigen film.
Hoe kun je nu niét gek zijn van zo’n prent?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + negentien =