Omagh




Een tweetal jaar geleden maakte Paul Greengrass Bloody Sunday, een docudrama over een in
opzet geweldloze Ierse protestmars in 1972, die eindigde in een
bloedbad. Die film scoorde beter dan verwacht, werd zelfs een
soortement arthouse hit, en dat succes heeft ertoe bijgedragen dat
we nu naar ‘Omagh’ kunnen gaan kijken. Greengrass was de producent
en co-scenarist van deze prent, die oorspronkelijk enkel voor
televisie bedoeld was, maar na lovende reacties toch een kans kreeg
in de bioscopen, en de goeie reputatie die de filmmaker plotseling
vergaard had, zal ongetwijfeld hebben meegespeeld in die
beslissing. De Ierse kwestie is pakweg de voorbije vijftien jaar
goed geweest voor een aantal filmische bommen van formaat,
inclusief ‘In The Name of the Father’. ‘Omagh’ mag dan wel niet tot
het grof geschut van dat oeuvre behoren, maar het is een
verdienstelijke film met een sterke emotionele kern.

Op 15 augustus 1998 liet een splintergroepering van het IRA (“the
real IRA”) een autobom ontploffen in het winkelcentrum van het
stadje Omagh, op de grens tussen de republiek en Noord-Ierland. 29
mensen kwamen om, meer dan honderd anderen raakten gewond. Onder de
doden bevond zich Aiden Gallagher, een 21-jarige jongen die samen
met z’n vader een garage openhield. Enkele maanden na de explosie
hebben de familieleden van de slachtoffers nog steeds geen
sluitende antwoorden gekregen van de overheid rond het hoe en
waarom van de aanslag, en zijn er nog steeds geen officiële
aanklachten gekomen tegen mogelijke daders. Ze besluiten zich dan
ook te organiseren – Aidens vader Michael (Gerard McSorley) wordt,
bijna tegen z’n wil, in de rol van woordvoerder geduwd, en samen
gaan ze op zoek naar eerlijke antwoorden van de autoriteiten.

Die zoektocht levert regelmatig beklijvende cinema op, met als
hoogtepunt een scène op het einde, waarin ombudsvrouw Nuala O’Loan
(een gastrol van Brenda Fricker) een niets of niemand ontziende
analyse geeft van de politieactiviteiten rond de bomaanslag – tips
van een informant dat er een aanslag zou komen, werden simpelweg
genegeerd en ook achteraf was het onderzoek schijnbaar een
amateuristische bende, die de slachtoffers in de kou liet staan.
Regisseur Pete Travis weet moeiteloos empathie op te roepen voor
zijn personages – hoe steenhard moet een mens al niet zijn om niét
mee te voelen met een familie in die situatie? – en hij houdt het
tempo er continu in, maar hij kan niet vermijden dat de geest van
Bloody Sunday een wel zéér donkere
schaduw over z’n film werpt.

Want in essentie is ‘Omagh’ identiek aan wat Greengrass twee jaar
geleden al deed: de film behandelt een gelijkaardig onderwerp, de
hoofdacteur zit in beide films en de visuele stijl is krék
hetzelfde. Net als in ‘Bloody Sunday’ wordt alles gefilmd met een
zenuwachtige, handgehouden camera die op geen enkel moment een
rustpunt vindt. Net als in ‘Bloody Sunday’ ziet alles er nogal
korrelig uit, wat allicht bedoeld is om een cinema vérité-gevoel
aan de prent te geven, en overheersen koele blauwe en grijze
kleuren, om de emotionele kilte in de levens van de personages uit
te drukken. Net als in Bloody Sunday
vertoont de regisseur een eigenaardige neiging om personages te
filmen doorheen deuropeningen, zodat we regelmatig het gevoel
krijgen dat we echte mensen zitten te begluren. Enfin, “‘net als in
Bloody Sunday” is wel zo’n beetje de
slagzin van ‘Omagh’.

Niet dat dat per definitie een slechte film oplevert – op zichzelf
bekeken wérkt die stijl wel, en Pete Travis weet hier en daar een
aantal zeer slimme dingen te doen met z’n camera. Kijk eens hoe er
aan het begin van de film veel meer kleur inzit: het is zomer,
iedereen voelt zich goed en plotseling boem – die bom gaat
af en à la minute verdwijnen alle kleuren uit de film, de
wereld is gereduceerd tot asgrijs en onherbergzaam blauw. Dat is
mooi gedaan, maar het is niet meer dan een verderzetting van wat in
Bloody Sunday zat. Let ook op de
manier waarop de scène met de explosie zelf gemonteerd werd –
Travis maakt er een punt van om eerst een soort van rondje rond de
bomauto te maken. We krijgen alle personages te zien die vlak rond
die wagen staan, eerst in een medium shot, daarna in close-up.
Volgt er een close-up van de auto en dàn komt de ontploffing.
Daarmee zorgt Travis ervoor dat we al die mensen die nog maar
enkele seconden te leven hebben, eerst in de ogen moeten kijken
voordat de explosie komt. Als publiek weten we naar wat voor film
we zijn komen kijken, we weten wat er gaat gebeuren – maar voor het
zover is, krijgen we de slachtoffers eerst van dichtbij te zien,
zodat ze niet zomaar gezichtloze figuren kunnen zijn. Dat is een
ongelooflijk krachtig moment. Wie eens een mooi voorbeeld wil zien
van hoe montage kan bijdragen aan de emotionele kracht van een
film, weet waar naartoe. Maar opnieuw… Tja, dat soort van
momentjes had je dus óók in Bloody
Sunday
(hoewel ik me er niet meteen één kan herinneren dat zo
krachtig was als de explosie in deze prent, eerlijk is eerlijk). In
feite is er niets mis met wàt Pete Travis doet in ‘Omagh’ – het
enige probleem is dat het al eens eerder is gedaan. Nog niet zo
lang geleden, en op een meer dan gelijkaardige manier.

Voor de emotionele connectie met de kijker hangt de film
grotendeels af van de acteerprestatie van Gerard McSorley, een
Ierse karakteracteur, die ook al te zien was in het afgrijselijke
Veronica Guerin (een film die
aantoont wat er gebeurt wanneer Hollywood z’n klauwen op deze
thematiek legt). McSorley is een zeer indrukwekkende aanwezigheid
hier: op geen enkel moment geeft hij toe aan theatrale emotionele
uitbarstingen, op geen enkel moment gaat hij over de top. Als
acteur een situatie moeten spelen waarin je het dode lichaam van je
eigen zoon officiëel moet herkennen, hoe doe je dat? McSorley doet
het met een plotse glazige blik in z’n ogen en twee lichtjes
opgetrokken wenbrauwen – en dat is voldoende, er spreekt meer
emotie uit die simpele blik van ontstelling, dan een lange monoloog
of huilbui ooit zou kunnen uitdrukken.

‘Omagh’ is een integere film, goed gemaakt en prachtig geacteerd.
Maar het is en blijft Bloody Sunday
all over again, en als dusdanig is het een film zonder
persoonlijke identiteit. Wie die eerdere prent niet gezien heeft of
‘m juist zó goed vond dat-ie wel trek heeft in meer van hetzelfde,
mag zich in ieder geval niet laten tegenhouden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + 17 =