The Arcade Fire :: Funeral

Wie nieuwjaar zegt, zegt onvermijdelijk ook eindejaarslijstjes. Een
album dat op heel wat van die lijstjes een plaatsje zal weten te
veroveren, is ‘Funeral’ van The Arcade Fire. Al weken gonst de naam
van deze Canadese band door de ondergrondse wandelgangen van de
indierock. Nochtans kreeg de eerste langspeler van het vijftal uit
Montreal bij de Canadese release ergens begin september niet
overdreven veel aandacht. Maar dat veranderde al snel toen de
populaire Amerikaanse MP3-blog ‘Teaching The Indie Kids to Dance
Again’ twee nummers uit ‘Funeral’ op de site plaatste. En toen even
later ook Pitchforkmedia – toch al even één van de meest
toonaangevende Amerikaanse internetmagazines voor
muziekbesprekingen – de plaat met een hallucinante 9.7/10 bedacht,
barste de hype rond The Arcade Fire in alle hevigheid los.
Ondertussen ligt de plaat ook bij ons in de rekken en het valt te
verwachten dat ook de populaire media in ons landje de komende
weken massaal voor de bijl gaan.
Bij enola zijn we altijd wat argwanend als het om hypes gaat en al
helemaal als ze van Amerikaanse makelij zijn. Maar het moet gezegd:
The Arcade Fire lost de hooggespannen verwachtingen op ‘Funeral’
helemaal in. Nochtans staat het album in het teken van de
tegenslagen die er aan de release voorafgingen. De leden werden één
voor één geplaagd door het overlijden van vrienden en familie. Niet
meteen een luchtige thematiek voor een plaat die een hype
teweegbrengt, denken wij dan. Maar ‘The Arcade Fire’ weet er met in
tragiek zwelgende nummers een meesterlijk dramatische draai aan te
geven. De boodschap die we meekrijgen is: “Verwerk het verlies door
de doden te vieren en beleef er plezier aan. Koester de liefde van
achtergebleven familieleden en geliefden, want verder valt er toch
weinig aan te veranderen”. Een catharsisboodschap die kan
tellen.
En die boodschap wordt meesterlijk ondersteund door het
meeslepende, excentrieke geluid van de band. Het grootse,
opzwepende, theatrale indierockgeluid in de nummers is vooral de
verdienste van het koppel Régine Chasset en Win Butler, dat zowat
de creatieve spil van The Arcade Fire vormt. Duidelijk een stel dat
de dramatiek en theatraliteit niet schuwt maar gelukkig ook heel
wat oog voor detail en vooral een voorliefde voor pakkende
melodieën heeft. Daarnaast telt de band nog drie andere vaste
bandleden en een aantal gastmuzikanten en -vocalisten. Dat zorgt
voor een enorme variatie aan instrumenten die het geluid van de
groep uitmaken. Het is evenwel niet zozeer de hoeveelheid
instrumenten die opvalt, wel het aantal eigenzinnige arrangementen
en bij momenten vreemde overgangen die uit die instrumenten worden
getoverd.
Openingsnummer ‘Neighborhood #1 (Tunnels)’ zet op sublieme wijze de
toon en begint langzaam met een groteske waterval aan tranerige
piano- en strijkerarrangementen die menig keel zal dichtsnoeren.
Verderop in het nummer volgt dan plots een ommezwaai van een
simpel, pakkend melodietje naar een grandioze tussenspurt en even
later een nog grotere finale. Ook tekstueel weten we meteen waar we
aan toe zijn. “…and if the snow buries my, my neighboorhood.
and if my parents are crying then i’ll dig a tunnel from my window
to yours, yeah a tunnel from my window to yours.
“, klinkt het.
Het gaat in dezelfde lijn verder met ‘Neighborhood #2 (Laïka)’, dat
draait op een heerlijk orgelmelodietje. De gevoelige ballade ‘Une
Année Sans Lumière’ is in zijn ingetogenheid een heerlijk
rustpuntje voordat de storm van ‘Neighborhood #3 (Power Out)’
opsteekt. Het nummer steunt op een zoet xylophoondeuntje dat dapper
probeert stand te houden tegen chaotische bas en gitaarpartijen. De
rust keert terug met het laatste Neighborhooddeel. En dan is het
tijd voor wat meesterlijk gecontroleerde pathetiek. Eerst is er
‘Crown Of Love’ dat zachtjes walst op subtiele strijkers en daarna
gooit ‘Wake Up’ er een magistraal “haa haaaa haaa haaa”-koor
tegenaan. Het magistrale slot met tempowisseling en xylofoon brengt
ons definitief in vervoering. Een gevoel dat bestendigd wordt door
de Franse zang van Régine in ‘Haiti’, het enige warmbloedige nummer
op ‘Funeral’. Het tropisch sfeertje maakt plaats voor het milde
melodramatische van ‘Rebellion (Lies)’. De plaat sluit op passende
wijze af met ‘Backseat’, waarin na een rustig begin nog eens alles
uit de kast wordt gehaald.
The Arcade Fire vergelijken met andere groepen of artiesten is geen
makkie. Als we dan toch parallellen moeten trekken, dan houden wij
het op The Pixies of Blonde Redhead in combinatie met een scheutje
Bright Eyes. Of aan Neutral Milk Hotel, met de donkere sfeer van
Black Heart Procession en de dramatiek van The Cure. Maar
vergelijkingen met andere bands maken, is afbreuk doen aan de
eigenheid die The Arcade Fire op ‘Funeral’ tentoonspreidt. Het vuur
dat ze in de nummers doen oplaaien is nu eens hartverwarmend, dan
weer allesvernietigend en bezit een bizarre aantrekkingskracht die
blijft intrigeren. Als de hype nu maar niet té groot wordt, dan
kunnen we nog lang van hun onvoorspelbare theatrale gekte genieten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 13 =