The Assassination of Richard Nixon




Sean Penn kan er schijnbaar maar geen genoeg van krijgen: nadat hij
er één won voor ‘Mystic River’ en er
één verdiende voor ’21 Grams’,
levert hij opnieuw een acteerprestatie die schrééuwt om een oscar
in ‘The Assassination Of Richard Nixon’. Debuterend regisseur Niels
Mueller neemt een waargebeurd incident uit 1974, en maakt er een
intense, claustrofobische film van, waarvan het succes evenwel voor
minstens de helft afhangt van Penns prestatie. Mueller had wellicht
geen betere acteur kunnen treffen voor de job.

Penn speelt Sam Bicke, een man die anno 1973 zijn leven langzaam
maar zeker aan diggelen ziet vallen. Hij is verwikkeld in een
echtscheiding van zijn vrouw Marie (Naomi Watts), die niets meer
met hem te maken wil hebben en hij moet elke dag tegen z’n zin gaan
werken als verkoper in een winkel met kantoorbenodigdheden. Zijn
baas, Jack (Jack Thompson), is een typische, wezelachtige zakenman
met steeds een valse glimlach op z’n gezicht, die probeert om Sam
duidelijk te maken hoe hij moet liegen en vleien om een bureaustoel
verkocht te krijgen – we zien Sam in elkaar krimpen telkens wanneer
die neerbuigende eikel in z’n buurt komt.

Overal waar Sam gaat, ziet hij hypocrisie, leugens en
onverdraagzaamheid. Met de moed der wanhoop probeert hij
vriendschap en troost te zoeken bij z’n ex, die hem bekijkt alsof
hij een groot insect is dat ongevraagd haar huis is binnengekropen,
en bij Bonny (Don Cheadle), de laatste vriend die hij nog heeft.
Samen met Bonny wil hij een eigen zaak op poten zetten – een
eerlijke onderneming, vrij van alle verkoperstrucs en leugens, dat
spreekt voor zich. Wanneer de lening die hij daarvoor nodig heeft
hem echter geweigerd wordt, gaat Sam finaal over de rooie. Hij
begint een wanhoopsdaad te plannen.

Op de achtergrond van dit alles zien we de escalerende
Watergate-affaire zich ontwikkelen, die uiteindelijk Richard Nixon
het presidentschap zou kosten. De hele film lang zien we op
tv-schermen de beruchte hoorzittingen en de verklaringen van een
corrupte wereldleider die er zichzelf onderuit probeert te lullen.
Sam gaat al z’n frustraties, al z’n woede fixeren op Nixon, wat
leidt tot z’n uiteindelijke poging om een vliegtuig te kapen en die
op het Witte Huis te crashen.

Die laatste plotwending (als je het zo kunt noemen, gelet op het
feit dat dit waargebeurd is), resoneert natuurlijk op een nogal
oncomfortabele manier met de gebeurtenissen van 11 september 2001.
In de VS gingen er al stemmen op die zich vragen stelden bij de
politieke strekking van de film of van hoeveel goede smaak het
getuigde om dit verhaal juist nu te verfilmen. Het feit blijft
echter dat Mueller al met de plannen voor deze prent rondliep van
in 1999 en dat ‘The Assassination…’ absoluut geen politieke film
is. In de eerste plaats is dit een portret van een man die langzaam
maar zeker z’n verstand verliest en gefixeerd raakt door de figuur
van Richard Nixon – daar heeft politiek niets mee te maken.

De manier waarop Mueller die mentale ondergang in beeld brengt,
getuigt overigens van een grote controle over het materiaal – voor
iemand die z’n eerste film in elkaar steekt, is dit een zeer
beheerste prent die heel goed weet waar hij naartoe gaat en waar
hij vandaan komt. ‘The Assassination…’ beweegt zich aan een zeer
rustig tempo voort – het is een langzame, doelbewuste film. Het
lijkt wel alsof Mueller zorgvuldig een kaartenhuisje aan het bouwen
is – elke kaart is een nieuwe teleurstelling, een nieuwe frustratie
die Sam verder drijft naar het onvermijdelijke. Als publiek zie je
het aankomen, je weet dat die kerel foute dingen gaat doen, maar er
is niets dat je eraan kunt doen om het te vermijden.

Dat lijzige tempo van de prent kan soms evenwel een obstakel
vormen: ‘The Assassination…’ vertoont opvallende gelijkenissen
met films als ‘All The President’s Men’ en andere klassiekers uit
de jaren zeventig, in de zin dat hij erg low-key blijft, we
krijgen nergens een gewelddadige uitbarsting of hoog oplopende
emoties tot op het einde. Er wordt van het publiek verwacht dat het
geduldig is, dat het de aandacht bewaart ook al gebeurt er dan niet
zoveel opmerkelijks. Je moet het maar durven, in het tijdperk van
de grote blockbuster. De kans dat de helft van de toeschouwers nog
voor de film halfweg is al op z’n horloge zal zitten kijken, is dan
ook niet denkbeeldig.

Sean Penn steelt opnieuw de show in de hoofdrol. Het mooie aan zijn
vertolking is dat Sam niet louter wordt voorgesteld als een
slachtoffer, of als de laatste moralist in een immoreel tijdperk.
Nee, Sam is wel degelijk een soortement griezel, die niet in staat
is om succesvol te communiceren met andere mensen, die zich op een
vreemde manier gedraagt en bijna autistisch lijkt in z’n omgang met
andere mensen. De film weet een zekere sympathie, of op z’n minst
begrip los te weken voor het personage, maar iedereen die zo iemand
ontmoet in het echte leven, zou hem zoveel mogelijk willen
vermijden. Sean Penn verdwijnt helemaal in z’n personage en toont
hem aan ons als een meelijwekkende figuur, maar ook als een eminent
onaantrekkelijk persoon van wie we kunnen begrijpen waarom hij
buiten de samenleving staat. Penn moet de klus overigens voor een
groot deel alleen klaren – ongeveer de helft van de film brengt hij
in z’n eentje door, zonder tegenspelers die de last mee kunnen
helpen dragen. Naomi Watts als z’n ex en Jack Thompson als z’n baas
hebben de voornaamste bijrollen, maar ook zij verdwijnen al gauw
weer van het toneel. In hoge mate is dit een one-man show voor Penn
en reken maar dat hij dat aankan.

Visueel kiest Mueller voor een relatief eenvoudige stijl – er wordt
niet onnodig met de camera heen en weer gezwaaid, maar de regisseur
kiest er wel voor om dezelfde truc toe te passen die Steven
Soderbergh ook al gebruikte voor ‘Erin Brokovich’: in plaats van de
camera gewoon op een statief te zetten, gebruikt hij handgehouden
camera’s om shots te filmen die anders mét een statief gedraaid
zouden worden. Zo krijg je doodeenvoudige shots waarin personages
frontaal of over de schouder van een andere figuur worden gefilmd,
maar in plaats dat het beeld volkomen stabiel is, kunnen we net een
beetje beweging waarnemen, de lens is niet helemaal stil. Dat zorgt
voor een subtiel gevoel van onrust bij de kijker – er wordt niet
opzichtig met de camera gezwierd zoals dat in een film van de
gebroeders Dardenne het geval zou zijn, maar het heeft wel allemaal
een ruw randje. De prent ziet er niet gepolijst, niet afgelikt uit,
wat goed is.

‘The Assassination…’ is wat je dan “een interessante prent”
noemt: een film vol met intelligente, goed doordachte keuzes en een
spetterende acteerprestatie van de hoofdacteur, maar het gaat soms
toch zo langzaam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − vijftien =