Bruno Deneckere :: Crescent Of The Moon

Waarom gemakkelijk doen als het ook moeilijk kan? We zijn niet meteen een sucker voor een Idool dat meteen na zijn overwinning beweert dat de wedstrijd eigenlijk niet representatief is voor wat hij wil doen, wel voor artiesten die in het zweet van hun aanschijn, koppig en overtuigd van het eigen kunnen een integere koers varen waarbij de eindmeet niet altijd op wandelafstand ligt.

Nee, geef ons maar iemand als singer-songwriter Bruno Deneckere, een bijna rasechte Gentenaar — hij is afkomstig van St. Amandsberg — die haast vijf jaar moest wroeten vooraleer zijn nieuwe solo-album een weg naar de winkels vond. Deneckere is opgelucht. Crescent Of The Moon heeft mede dankzij de hulp van Johan Verminnen, één jaar na de opnames, een onderkomen gekregen bij platenfirma HKM, het label dat destijds Clouseau ontdekte.

Dat de opvolger van het in 2000 verschenen Down The Road omwille van een gebrek aan steun in de rug zo lang op zich liet wachten, was op den duur nefast voor de creativiteit van Deneckere. "Ik kon geen nieuwe songs schrijven, zolang dit album niet was uitgebracht", zo vertrouwde hij ons toe.

Wie Deneckere een beetje kent, weet dat de man al een aardige discografie bijeen heeft geschreven. Niet alleen is er nu zijn derde solo-album Crescent Of The Moon, maar was hij ook frontman van The Pink Flowers. Toen was garagerock met de versterker op tien zijn muzikale idioom.

Na The Pink Flowers begaf hij zich meer en meer op een ingetogen solopad waar traditionele alt.country en een Amerikaans accent de dienst uitmaken. Zo ook op Crescent Of The Moon, een plaat die zachtjes van wal steekt met het sloffende titelnummer waarin Deneckere zingt: "Nighttime, daytime, anytime, many a time/But mostly in the afternoon/everytime I’m on my own/I think about the crescent of the moon."

Het pleit voor Deneckere dat hij zijn songs live, in één dag, heeft opgenomen. De puike teksten van de man die klinkt als een kruising tussen Bob Dylan en Willie Nelson en een enkele keer Jackson Browne krijgen de organische productie die ze verdienen: met dank aan zijn begeleidingsband The Herods waarin de rasmuzikanten Nils De Caster (viool, pedal steel, mandoline), pianist Yves Meersschaert (beter bekend als Vis van het duo Derek&Vis), contrabassist Mario Vermandel en de Belgische Ier Perry Rose (percussie) huizen.

Vernieuwend kan je de muziek bezwaarlijk noemen: Deneckere zoekt aansluiting bij Steve Earle, Townes Van Zandt en de bio vermeldt Lyle Lovett en Delbert McClinton als referentiepunten. We krijgen wel iets anders in de plaats: ijzersterke songs. "Bed Of Roses" dat naar Calexico lonkt en het zeer aanstekelijke "Suitcase", bijvoorbeeld. Of het wondermooie afscheidslied "Will You Miss Me". Geen enkele andere Belgische artiest kan zo’n tekst zo geloofwaardig zingen: "You were so high on coke, I was drunk/But we knew what it was all about/will you miss me, little light of mine/now I’m off to a faraway town." klasse!

En dan hadden we het slotnummer "It Took So Long For Me To Find You" nog niet gehoord: kippenvel van hier tot in Tokyo. En in één take opgenomen: straf! Bruno Deneckere is tijdloze klasse van eigen bodem. Waar wacht u nog op?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 5 =