Man on Fire




Met wat goede wil kan je in elk filmjaar een soort van rode draad
ontdekken. In 2004 lijkt het er sterk op dat “wraak” de leidraad
is. We hebben Kill Bill Vol. 2
gezien, Walking Tall, The Punisher, en die gingen allemaal over
veredelde wraakengelen. ‘Man on Fire’ mag u nu ook aan dit lijstje
toevoegen.
Nochtans laat het eerste uur van de film niet vermoeden dat hij
gaat uitmonden in een spiraal van geweld. En dat is dan ook de
grootste verdienste aan deze prent: we krijgen een uitgebreide
opbouw, en dat maakt het des te jammer dat de pay-off niet
van eenzelfde kaliber is.

Laat ons echter beginnen bij het begin. John Creasy (Denzel
Washington) is een uitgebluste ex-militair met een drankprobleem.
Op vraag van zijn vriend Rayburn (Christopher Walken) komt hij naar
Mexico, en neemt een job aan als bodyguard van Pita (Dakota
Fanning). Gaandeweg groeit er een band tussen de stuurse Creasy en
het kleine meisje, waardoor Creasy weer zin in het leven krijgt.
Maar dan slaat het noodlot toe. Pita – je zou er zowaar honger van
krijgen -nvdr. – wordt ontvoerd, Creasy gevaarlijk gewond. Na een
korte revalidatie gaat Creasy op zoek naar de verantwoordelijken,
en laat hen kennis maken met zijn vorm van gerechtigheid.

Zoals eerder vermeld, is deze prent opdeelbaar in twee stukken. Een
eerste helft met de opbouw, en een tweede met de afrekening. En het
klinkt misschien raar, maar het eerste deel is vrijwel het meest
aangename om naar te kijken. Tony Scott heeft blijkbaar lessen
getrokken uit de kritieken op Spy
Game
, en geeft de kijker ruimschoots de tijd om een emotionele
band te krijgen met de protagonisten. Ditmaal is er tijd om te
leren wat de personages denken, en waarom ze zo handelen. Maar je
kan ook stellen dat hij er wat teveel tijd voor uittrekt. 50
minuten zonder actie in een actieprent is enorm veel, maar vergeet
dan ook niet dat de hele rit maar liefst 147 minuten duurt.

Wanneer de uitbarsting van geweld zich uiteindelijk toch aandient,
verliest Scott zichzelf weer in zijn eigen, pretentieuze stijl. We
worden van de ene naar de andere shoot-out meegesleurd, en
hoe verder de film vordert, des te gewelddadiger de sfeer wordt.
Martelpraktijken worden van begin tot einde in beeld gebracht, en
het bloed vloeit overdadig. Om zijn eigen kunde nog meer te tonen,
gebruikt hij het hele scherm om ondertitels in beeld te brengen,
soms ben je dan ook de Engelse vertaling aan het zoeken, maar geen
nood, iets wat belangrijk is, wordt meer dan éénmaal
herhaald.

Dat is nog zoiets waar veel hedendaagse regisseurs zich aan
vergrijpen. Blijkbaar hebben ze geen al te hoge indruk van hun
doelpubliek, want alles wat maar enigszins symbolisch bedoeld is,
wordt met neonletters in de verf gezet. Neem nu deze: een personage
zegt dat Pita Creasy toonde dat het goed was weer te leven, waarop
de ander antwoordt: “En de kidnappers namen dit weg”. Of een non
die aan Creasy vraagt of hij de hand van God ziet in de dingen die
hij doet, met daarop het antwoord: “Ik ben het schaap dat verdwaald
is.” Heel de film is op die manier doorspekt met pompeuze dialogen,
en nergens wordt ook maar iets aan het gezond verstand van de
kijker overgelaten. Uw brein mag u dus gerust thuislaten.

Er zijn twee acteurs die het waard maken deze film te zien, en in
de eerste plaats is dat Dakota Fanning. Nu speelt ze een negenjarig
meisje, u merkt het, ze gaat er op vooruit sinds I Am Sam en Uptown Girls. Ditmaal heeft men beter over
haar rol nagedacht, en dat straalt dan ook af op het scherm. Op
haar leeftijd heeft ze al aardig wat ervaring, maar al te vaak
bestond haar rol eruit het perfecte kind te spelen, maar haar rol
in ‘Taken’ zorgde voor een kleine kentering. Er zit meer diepgang
in haar karakter. Natuurlijk zijn sommige levenslessen verstrekt
door een negenjarig kind aan een oorlogsveteraan er een beetje
over, maar al bij al blijft het binnen de grenzen. Meer nog, haar
vertolking zorgt bijna voor een volledige geloofwaardigheid.

De persoon die het gehele project moet dragen is Denzel Washington.
U zal niet verrast worden door het soort rol dat hij speelt. Meer
dan dertig films staan er al op zijn conto, niet moeilijk dat hij
dit soort rol dan ook met de ogen dicht kan spelen. Gelukkig is hij
vakman genoeg om dit niet te doen, en voldoet hij ruimschoots. Geen
uitzonderlijke prestatie, maar goed genoeg om te beklijven.

In een bijrol zien we Christopher Walken rondlopen, die tracht de
smet van The Stepford Wives van zich
af te wassen. Ook Mickey Rourke maakt zijn opwachting. Die twee
zorgen ervoor dat ook in de bijrollen uitstekend werk wordt
geleverd. Van de gegeven schermtijd maken ze dan ook gretig
gebruik. Zanger Marc Anthony komt zo weinig in beeld dat het
moeilijk is om een oordeel te vellen, maar storen doet hij
alleszins niet. Zijn tegenspeelster Radha Mitchell daarentegen
faalt grotendeels. Haar accent verandert voortdurend, net als de
invulling van haar rol, van devote moeder naar luxedame en terug.
Een beetje consistentie zou geen kwaad gekund hebben.

Tot slot belanden we bij het einde. Scott filmde maar liefst drie
verschillende eindscènes, en van die drie heeft hij waarschijnlijk
de slechtst mogelijke gekozen. Het kan gewoon niet anders, niemand
kan me overtuigen dat de twee overige nog slechter zouden zijn.
Bekruipt u een gevoel van: “Zat ik hier dan twee en een half uur op
te wachten?”, dan kan ik u geruststellen; u was bijlange niet de
enige.

Halfweg de film wordt over Creasy gezegd dat zijn kunst doden is,
en dat hij bezig is zijn meesterwerk te creëren. Tony Scott zal in
elk geval nog veel moeten leren voor hij het zijne kan afleveren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vijf =