De-Lovely




Soms gebeurt het wel eens dat je na een film nog een paar minuten
in je bioscoopzeteltje blijft zitten, eens in je haar krabt en je
jezelf oprecht afvraagt: “wat was hier nu eigenlijk de bedoeling
van”? Regisseur Irwin Winkler heeft me dat geflikt met ‘De-Lovely’
– is het een poging om de ouderwetse MGM-musical uit de jaren
vijftig terug tot leven te wekken? Is het een biopic van één van de
grootste Amerikaanse liedjesschrijvers van deze eeuw? Of is het
gewoon een mislukte hybride van beide, omlijst door een geforceerde
flash-back structuur die eigenlijk niets ter zake doet? Na
zorgvuldige overweging zal ik toch voor dat laatste moeten
kiezen.

Cole Porter (Kevin Kline) was tijdens de jaren dertig en veertig
één van de meesters van het liefdeslied – zijn deuntjes bleven
ogenblikkelijk plakken, z’n teksten waren gevat en geestig. De fans
van Woody Allen zullen Porters muziek nog wel kennen uit de
beginaftiteling van zowat al diens films – ‘Anything Goes’, ‘Let’s
Fall In Love’, ‘Begin the Beguine’, ‘Let’s Misbehave’, enzovoort.
Zijn carrière leidde hem van Parijs naar Venetië, New York en
uiteindelijk Hollywood. Hij oogstte triomfen met musicals zoals
‘Kiss Me, Kate’ en ‘Silk Stockings’. Maar ondertussen was hij ook
een heimelijke biseksueel, die dan wel jarenlang getrouwd was met
Linda Lee Thomas (hier gespeeld door Ashley Judd, die schijnbaar
even ontsnapt is aan de horde seriemoordenaars die steeds achter
haar aanzit), maar er met de regelmaat van een klok affaires met
mannen op nahield.

De relatie tussen Porter en Linda is de drijvende kracht achter de
film – de prent opent met hun kennismaking, op de tonen van ‘Well
Did You Evah’, en concentreert zich vervolgens haast continu op de
manier waarop Linda met zijn avontuurtjes probeert te leven.
Aanvankelijk is ze zo verliefd op hem dat ze denkt dat ze de mannen
in Cole’s leven er wel bij kan nemen, maar uiteindelijk blijkt de
last op hun huwelijk toch te zwaar. Naarmate de jaren voortgaan,
wordt het steeds moeilijker om te doen alsof het haar niet raakt.
In pure Hollywoodstijl, is het een tragedie die hen opnieuw
verenigt: Porter valt van z’n paard en het beest komt bovenop z’n
benen terecht. Er zijn meer dan 25 operaties voor nodig om hem
opnieuw aan de wandel te krijgen (en dan nog maar zeer moeizaam,
met krukken), maar Linda keert wel naar hem terug en zal hem ook
nooit meer in de steek laten, tot aan haar dood aan
longkanker.

Dat alles lijkt stof voor een traditionele biopic, maar Winkler
heeft – ook wel begrijpelijk – ervoor gekozen om het verhaal van
Cole Porter te vertellen via de muziek van Cole Porter, wat wil
zeggen dat de personages elke vijf minuten wel in zang uitbarsten.
Die aanpak kàn werken (kijk maar naar ‘Moulin Rouge’), indien de regisseur het lef
heeft om van het gebruik van die muziek een consequente keuze te
maken waarmee hij zijn verhaal vertelt. Neem uit ‘Moulin Rouge’ de liedjes weg, en je houdt
niets meer over, die film is ondenkbaar zonder de muziek. In het
geval van ‘De-Lovely’ ben ik daar nog niet zo zeker van. Neem
bijvoorbeeld een vroege scène, waarin Porter en Linda door Parijs
wandelen, kort nadat ze elkaar hebben leren kennen. (We weten
overigens dat we in Parijs zijn, omdat in deze film vanop werkelijk
élke locatie en vanuit werkelijk élk raam in de stad, de
Eiffeltoren zichtbaar is.) Porter maakt, in een gewone dialoog,
duidelijk hoeveel hij wel van Linda houdt. Daarna ziet hij plots
een “onbemande piano” staan, hij gaat eraan zitten en begint een
liefdesliedje te spelen. Wat je daar krijgt, is een scène waarin
hetzelfde punt twee keer duidelijk wordt gemaakt – één keer zonder
muziek, één keer mét. En precies datzelfde probleem duikt
regelmatig op, over de loop van een film. De muziek wordt niet
gebruikt om plotpunten duidelijk te maken die we anders niet
begrepen zouden hebben, maar om informatie te herhalen die we toch
al konden opmaken uit de rest van de film. De acteurs zeggen iets,
daarna komt de muziek en die zegt het nóg eens. Het gevolg is een
prent die in een oncomfortabele schemerzone bestaat tussen volbloed
musical en eenvoudige biopic én die bovendien veel te lang duurt.
Wat had je dan ook verwacht, als alle relevante informatie twee
keer (of vaker) wordt herhaald?

Bovendien kiest Winkler voor een raamvertelling die nergens op
slaat: als stokoude man wordt Porter door een theaterregisseur
(gespeeld door Jonathan Pryce), uitgenodigd om een repetitie bij te
wonen van een musical over zijn leven. En die musical is dan het
gros van de film, dat spreekt voor zich. Maar dat is nog lang niet
alles – alleen de regisseur kan Porter immers zien – de acteurs
zijn zich niet van zijn aanwezigheid bewust, alsof Porter al dood
is en als spook getuige is van de show die zijn eigen leven is
geworden. Tot tijdens de laatste scène, wanneer de acteurs het
podium afkomen, en de oude, pookachtige Porter een ware serenade
brengen, waarbij ze hem met stoel en al de lucht inheffen. Die
finale is één van de meest bizarre stukjes cinema die ik het
voorbije jaar heb gezien – geen enkele beschrijving kan de
potsierlijkheid van dat moment recht aandoen.

Komt daar nog bij dat we een regelrechte pleiade aan hedendaagse
popartiesten krijgen in cameorolletjes als zangers of
musicalacteurs die de beste nummers van Cole Porter komen zingen:
Sheryl Crow, Robbie Williams, Elvis Costello, Alanis Morissette
enz… Aanvankelijk is dat wel nog aardig om naar te kijken –
celebrityspotting is een hobby als een andere – maar na een
tijdje gaat het behoorlijk in de weg lopen. Het is een gimmick, en
eens die is uitgewerkt zou je enkel willen dat ze eens wat
opschoten met het verhaal.

Alléén maar slecht nieuws dus, die ‘De-Lovely’? Tja, het scheelt
niet veel. Natuurlijk zijn er een paar heerlijke liedjes om naar te
luisteren – ‘Let’s Misbehave’ en ‘De-Lovely’ zelf zijn mijn
favorieten – en we krijgen Kevin Kline in een zeer sterke hoofdrol.
Waar de meeste acteurs tegenwoordig underplayen tot op een punt dat
er nauwelijks nog een zichtbare emotie overblijft, heeft Kline
altijd al iets theatraal gehad (denk maar aan z’n prestaties in
zowel ‘Sophie’s Choice’ als ‘A Fish Called Wanda’, om maar eens
even twee tegengestelde films aan te halen – allebei grootschalige,
uitbundige vertolkingen). En hier is het weer van dat – je zou dat
overacting kunnen noemen, maar deze rol in dit soort film heeft dat
juist nodig, denk ik.

Maar goed, ‘De-Lovely’ is en blijft een enorme teleurstelling – de
film had zo goed moeten zijn als de muziek. Zoals het is, kunt u
veel beter nog eens een oude plaat opleggen – We’re all alone /
no chaperone can get our number… The world’s in slumber / let’s
misbehave.

http://www.delovelymovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 6 =