Bush’s Brain




Indien over de loop van de komende weken, in de aanloop naar de
presidentiële verkiezingen in de VS, plots mocht blijken dat
democratisch kandidaat John Kerry z’n tegenstanders heeft
bespioneerd, partijgeld op z’n bil heeft geslagen of eigenlijk een
fetisj heeft voor luiers en/of zweepjes, zou u er niet slecht aan
doen om de naam Karl Rove eens op te zoeken via Google. In ‘Bush’s
Brain’, een allesbehalve perfecte, maar niettemin fascinerende
documentaire, krijgen we immers een uitgebreide kennismaking met
deze politieke pitbull – een man die volgens de filmmakers steelt,
liegt en bedriegt om z’n kandidaat verkozen te krijgen. Een
volstrekt immoreel, maar briljant politicus – zo briljant zelfs,
dat hij een intellectueel kneusje als George W. Bush een
succesvolle politieke carrière heeft kunnen bezorgen. U hoort wel
eens spreken van “de mannen achter de schermen”? Dit is er
één.

Karl Rove raakte voor het eerst betrokken in de politiek tijdens
z’n studies – hij was een typische nerd, fysiek tenger en met een
enorme bril op z’n neus, maar gezegend met een geweldig intellect
dat hem toeliet om zich toch te laten opmerken door bepaalde
mensen. Hij werd eerst ondervoorzitter van het College Republican
National Committee, en vervolgens nationale voorzitter van de
College Republicans – een promotie die volgens z’n tegenstanders
niet zonder een aantal smerige trucjes tot stand kwam. Het was in
die functie dat hij voor het eerst kennismaakte met George Bush
senior, toen (begin jaren zeventig), hoofd van het CIA. De relatie
tussen hem en de familie Bush duurt nog steeds voort – Rove is
momenteel Senior Advisor van Dubya, en zijn voornaamste politiek
strateeg. Volgens deze film is hij de enige reden waarom Bush
momenteel president is en waarschijnlijk de volgende verkiezingen
ook zal winnen. Zoals één van de getuigen zegt: ‘To Karl,
winning wasn’t everything. It was the only thing.’
Een
politicus met Karl Rove achter zich kan erop rekenen dat alle vuile
was van de tegenpartij gevonden en buitengehangen zal worden – en
als er geen vuile was is, dan verzint Rove wel wat.

In 1986 steunde Rove een zekere Bill Clements als kandidaat voor
het senatorschap van Texas tegen democraat Mark White. Vlak voor er
een debat tussen de beide kandidaten zou plaatsvinden, ontdekte
Rove plots afluisterapparatuur in z’n bureau. Hij maakte nooit
openlijke beschuldigingen, maar de implicatie was duidelijk: de
Democraten hadden hem willen bespioneren. Het probleem met die
beschuldiging was dat de apparatuur in kwestie werkte op een
batterijtje dat slechts zes uur meeging – iemand zou vier keer per
dag het ding hebben moeten vervangen om enig resultaat te krijgen.
En voordat het schandaal losbarstte, waren de cijfers van Clements
fors aan het dalen. Een dergelijk sensationeel verhaal was precies
wat hij nodig had. Het debat deed er plots niet meer toe – het
waren de sappige verhalen die de krantenkoppen haalden.

In 2000 lag Dubya himself achter in de race om de
presidentiële nominatie tegen senator John McCain, en Rove begon
een fluistercampagne tegen hem – hij stuurde een gerucht de wereld
in dat McCain een buitenechtelijk, zwart kind op de wereld zou
hebben gezet. Daar was niets van aan, maar wat doet de waarheid
ertoe wanneer je een goeie roddel hebt? Nog een voorbeeld van zijn
genadeloze politieke tactieken, is de manier waarop hij
karaktermoord pleegde op Max Cleland, een Viëtnamveteraan die z’n
beide benen én een arm verloor tijdens de oorlog, om vervolgens
toch nog een vruchtbare politieke loopbaan uit te bouwen. In een
pro-Bush reclamespot werd de man echter gelijkgesteld met Osama Bin
Laden en Saddam Hoessein, omdat hij tegen de voorstellen voor de
Homeland Security-wet gestemd zou hebben. Niets was minder waar:
Cleland had vóór de versie van Homeland gestemd die de Democraten
hadden gesuggereerd, maar tégen de versie van de Republikeinen.
Niet dat dat ertoe deed: zijn politieke leven was voorbij. De
waarheid is hetgeen waar we genoegen mee nemen wanneer we geen
sensationeel gerucht kunnen krijgen.

Op die manier schetst ‘Bush’s Brain’ een beeld van Rove’s loopbaan
als een eindeloze zoektocht naar macht, ten koste van wie en wat
dan ook. George Dubya zou door Rove en een team experts gemaakt
zijn tot wie en wat hij is – wanneer Dubya spreekt, zie je Rove’s
lippen bewegen. Volgens de filmmakers is Rove een gevaarlijk man,
die enkel z’n eigenbelang nastreeft en geruïneerde carrières en
levens achterlaat. Kan dat allemaal bewezen worden? Natuurlijk niet
– als het bewezen kon worden, zou hij waarschijnlijk al lang in de
bak zitten. Maar filmmakers Joseph Mealy en Michael Shoob laten
althans weinig twijfel bestaan over hun eigen standpunten.

Als film op zichzelf bevat ‘Bush’s Brain’ enkele onweerlegbare
gebreken. De film opent met beelden van Dubya die met z’n meest
ernstige koorknaapjesgezicht de president uithangt, gevolgd door de
titel: “how did this happen”? Laat dàt nu net een vraag zijn
waarop de prent geen antwoord biedt. We krijgen de éne vunzige
anekdote uit Rove’s carrière na de andere, maar de twijfelachtige
manier waarop Bush uiteindelijk president werd, wordt niet nader
uit de doeken gedaan. Hoe hij z’n nominatie verkreeg wél, maar
verder… Bovendien wijken Mealy en Shoob naar het einde van hun
film behoorlijk af van de kern van de zaak – we krijgen een lang
segment over een vrouw die haar man verloren is tijdens de huidige
oorlog in Irak, en uiteraard weten we wel dat Rove een
hoofdrolspeler is in het ontwerp van die oorlog. Maar er is geen
rechtstreekse link – het verdriet van die vrouw, hoe tragisch en
oprecht dan ook, doet niets ter zake voor het punt dat de
regisseurs proberen te maken. Bovendien gebruiken Mealy en Shoob,
in tegenstelling tot andere recente documentaires (ik verwijs nog
maar eens naar ‘Fahrenheit 9/11‘),
een weinig opmerkelijke structuur, wat het gebruik van
archiefbeelden of muziek betreft. In sé heeft een prent als ‘Bush’s
Brain’ dat ook niet nodig, maar het zorgt er wel voor dat dit een
werk is dat eerder thuishoort op televisie dan in de
bioscoop.

De filmmakers vertellen u allicht niets nieuws wanneer ze zeggen
dat politiek een smerige business is, waarin het belangrijker is
dat je je tegenstander een kloot weet af te draaien dan dat je zelf
ook iets te zeggen hebt, maar gezien het huidige politieke klimaat
is het ongetwijfeld positief dat we dat soort van algemene
platitudes kunnen omzetten in en illustreren met praktijkgevallen
zoals Rove. Iedereen kan zeggen dat de politiek vol smeerlapperijen
zit, maar hier krijgt u het bewijs. Steeds meer bieden de media ons
een kans om geïnformeerd te blijven, niet enkel over het simpele
feit dàt er politiek gefoefel plaatsvindt (want dat is maar weinig
schokkend nieuws), maar ook over de precieze vorm die dat gefoefel
aanneemt. ‘Bush’s Brain’ is misschien geen grootse cinema, hij
bevat zeker en vast enkele hiaten, maar hij behandelt ook een
belangrijk thema op een coherente, inzichtelijke manier. Een
complexe materie wordt hier op een heldere manier duidelijk
gemaakt, zodat we nog maar eens met onze neus op de feiten worden
gedrukt: macht corrumpeert. En absolute macht corrumpeert
absoluut.

http://www.bushsbrain.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vijf =