Nick Cave and The Bad Seeds :: Abattoir Blues/The Lyre of Orpheus

Le nouveau Cave est arrivé. Twintig jaar lang al spuit hij
gitzwarte songs over liefde, geloof en dood. Het labelde Nick Cave
met een imago van macabere en hermetische liedjesschrijver. Een
imago dat de weerbarstige zwartkijker overigens graag in stand
hield. Om de zoveel jaar verscheen een nieuw album met zijn vaste
begeleidingsband The Bad Seeds en gestaag bouwde hij een reputatie
op als een van de grotere songschrijvers van zijn tijd. Het zou een
artiest op veilig kunnen laten spelen of langzaam in slaap sussen.
Maar niet zo de Australische nachtraaf. Cave bleef onrustig,
zoekend. Na ‘No More Shall We Part’ uit 2001, waar twee vrouwen nog
voor vocale versterking zorgden, gooide Cave het roer om. Hij legde
zichzelf en de band een nieuwe, verschroeiende werkethiek op.
Gedaan met eindeloze studiosessies en gesleutel aan songs. Aan een
strikt tempo zouden nieuwe songs gepend en daarna zo snel mogelijk
opgenomen worden. Bedoeling was om tot een ongepolijster,
embryonaal geluid te komen. De nieuwe levensstijl van Cave speelde
daar dankbaar op in. Met vrouw en kinderen nestelde hij zich enkele
jaren geleden in Brighton, een rustig kuststadje waar hij elke dag
plichtsgetrouw een nine-to-five job (Cave houdt het bij ten-to-six)
als songsmid vervult. En dat levert resultaat op: twee à drie
nummers per week om precies te zijn. Niet te verwonderen dat een
jaar na Nocturama een nieuw album
– een dubbelaar! – klaarligt. Kritische fans hielden misschien hun
hart vast bij zoveel ijver en plichtsbesef.
Voorbarig, want ‘Abattoir Blues/The Lyre of Orpheus’ veegt alle
twijfel van tafel en mag prompt tot het beste werk van Nick Cave
gerekend worden. Het album valt uiteen in twee aparte platen.
‘Abattoir Blues’ bundelt ruige songs, die zwelgen in een fusie van
rock, blues, soul en gospel. Jawel, Cave, die zijn bewondering voor
warmbloedige gospelmuziek met ballen nooit onder stoelen of banken
stak, nam voor de opnames The London Community Gospel Choir onder
de arm. De dialoog die hij aangaat met het koor (luister
bijvoorbeeld naar opener ‘Get Ready For Love’) is schitterend en
een verrijking voor het geluid van de band. Want ook The Bad Seeds
zijn niet meer wat ze geweest zijn. Blixa Bargeld, de trouwe vriend
en rechterhand van Cave, stapte onverwachts op om zich voortaan
uitsluitend toe te leggen op zijn Einstürzende Neubauten. Woorden waren er
niet gevallen, maar met het vertrek van de man die een weerbarstig
en extravagant trekje in het geluid van The Bad Seeds liet
binnensluipen, was de groep tot herbronnen genoodzaakt. Violist
Warren Ellis krijgt voortaan meer armslag en maakt daar dankbaar
gebruik van. Onder meer door een bouzouki (een Griekse luit met
lange hals) en een mandoline door geluidseffecten te jagen, wat
voor een krachtig en indrukwekkend geluid zorgt in de potiger
nummers.
‘The Lyre of Orpheus’ doet een stuk lichtvoetiger en jazzier aan.
De Orpheusmythe ligt aan de basis van dit deel van het tweeluik.
Maar Cave zou zichzelf niet zijn als hij geen eigengereide versie
zou brengen van deze Griekse tragedie over een zanger die zelfs
stenen tot tranen toe kon bewegen. “Eurydice appeared brindled
in blood / And she said to Orpheus / If you play that fucking thing
down here / I’ll stick it up your orifice
“, zingt hij in het
titelnummer, met een ironische knipoog naar de net genoemde Ellis
en zijn gemuteerde instrumentarium. Humor, zonder grimmige
ondertoon: we troffen het niet eerder aan bij Cave.
De opnames vonden plaats in een lenteovergoten Parijs. Een omgeving
die heel inspirerend werkte, aldus Cave. De hoes van de plaat toont
een bloesem in bloei. Passender kan haast niet voor een artiest die
zichzelf heruitvindt zonder zijn verleden te verloochenen. Cave is
een hele grote.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + zestien =