Te Doy Mis Ojos




Neem er gerust een weekblad bij, en kijk eens wat het onderwerp is
van de zondagnamiddagfilm. Veel kans dat het over een verslaving
gaat, incest of partnergeweld. Deze thema’s worden zozeer
uitgemolken dat niemand op een zoveelste poging zit te wachten.
Zeker niet om in een filmzaal te aanschouwen – dat ze zo’n dingen
toch gewoon onmiddellijk in de videotheek dumpen, of beter, éénmaal
op tv vertonen, en dan de prullenbak in. Maar dan bestaat de kans
natuurlijk dat je net die éne, zeldzame parel ertussen mist, en dat
is ‘Te doy mis Ojos’, eentje die niet uitblinkt in clichés, die
niet overgeromantiseerd en ondergeacteerd is.

We vallen de film binnen met een doodsbange Pilar, die in allerijl
haar zoontje Juan wekt. Deze valt letterlijk om van de slaap, en
heeft geen idee wat hem overkomt. Toch slaagt Pilar erin hem aan te
kleden, en neemt ze hem mee in haar vlucht. Ze komt een huis
uitgelopen, schichtig om zich heen kijkend, opgeschrikt en gejaagd
door elk geluid, elke schaduw. We volgen haar vlucht tot bij haar
zus, Ana, waar ze ontdekt dat ze nog steeds haar slippers aanheeft,
en in huilen uitbarst.

Na een tijdje komen we de reden van deze angst te weten, Ana wordt
met de regelmaat van de klok mishandeld door haar man Antonio.
Wanneer hij haar tracht terug te halen merken we dadelijk dat hij
een opvliegend persoon is, en ook dat hij een enorme invloed
uitoefent op Pila – bijna bezwijkt ze onder zijn pleidooi, maar
wanneer hij zijn beheersing verliest, ziet ze toch nog kans
weerstand te bieden. Haar zus beidt haar onderdak, maar op steun
kan ze niet echt rekenen: zij heeft nooit met haar schoenbroer
kunnen opschieten, en ziet Pila liever scheiden, dan nog energie in
het huwelijk te steken. Haar moeder vindt dan weer dat een vrouw
bij haar man hoort, en verder is er geen discussie mogelijk. In
deze omstandigheden moet Pila zien uit te maken wat ze verder met
haar leven wilt.

Wat ongewoon is voor een film met deze premisse, is dat het geen
zwart-wit verhaal is. We leren beiden kennen, zowel de mishandelde,
als de mishandelaar. Antonio belooft zijn leven te beteren, en we
zien hoe hij in groepstherapie gaat. Het is hem dus duidelijk
menens, hij wil veranderen. Stilaan wordt de reden van zijn woede
duidelijk, hij is letterlijk in zijn leven gerold – hij is
terechtgekomen in de zaak van zijn vader, kreeg de rol van oudere
broer toebedeeld, alles lijkt te zijn uitgestippeld voor hem, bijna
alsof hij geen eigen keuze heeft. Zijn grootste angst is dan ook
dat zijn vrouw hem boven het hoofd groeit, dat ze hem niet meer
nodig heeft, en de enige manier die hij weet om haar te domineren
is met geweld. Hij wordt getormenteerd door zijn
minderwaardigheidscomplex, en ook al ziet hij dat daardoor zijn
relatie op de klippen dreigt te lopen, is hij niet in staat er
verandering in te brengen.

Het is werkelijk een huzarenstukje dat regisseuse Icíar Bollaín
hier aflevert. Gedurende de hele film is de onderhuidse spanning
duidelijk merkbaar, maar toch zijn er enkele lichtpunten. Het
verjaardagsfeestje van de zoon bijvoorbeeld. Wanneer Antonio er
binnenwandelt, daalt de sfeer naar een dieptepunt, maar net wanneer
het ondraaglijk wordt, komt een moeder met de verjaardagstaart te
voorschijn, een typische uitstraling van nietsvermoedende vreugde
op het gezicht. Het zijn mensen die we observeren, er straalt zo’n
natuurlijkheid vanaf dat je alleen maar bewondering kunt hebben
voor de opzet. Nog een staaltje van grootse cinema is de vrijscène,
tederheid, angst, lust, overheersing, het hele gamma van menselijk
gevoelens wordt er geportretteerd. Absolute klasse, beter kan het
niet omschreven worden. Slechts éénmaal slaat Bollaín de bal mis,
de allereerst groepstherapie is te luchtig, te oppervlakkig, een
sfeerbreker, die te zeer een clichéstempel draagt, maar misschien
was die scène wel nodig om even op adem te komen, om een zekere
luchtigheid te creëren.

Icíar Bollaín mag de goden dankbaar zijn dat ze wordt bijgestaan
door twee hoofdacteurs die nergens een steekje laten vallen. De
manier waarop Pila gestalte wordt gegeven door Laia Marull is
simpelweg fenomenaal. De droefheid die ze uitstraalt, de wanhoop,
en tezelfdertijd het verlangen naar affectie, naar voldoening. Ze
acteert met heel haar lichaam, de ogen, mond, nek, alles in haar
gestalte en gedragingen klopt. Menig actrice, zelfs sommigen die al
een oscarbeeldje op de kast hebben staan, kunnen hier een puntje
aan zuigen.

Luis Tosar kreeg ook geen gemakkelijke rol in de schoot geworpen
met Antonio. Hoe speel je een man, die zijn vrouw mishandelt, en
haar toch genegen is? Hoe speel je iemand die hulp nodig heeft,
maar ze niet kan of wil aanvaarden? Het zou makkelijk zijn te
vervallen in overacting, maar hier is er geen sprake van. Ondanks
alles wat je over Antonio weet, slaagt hij erin een aimabel
personage neer te zetten.

‘Te doy mis Ojos’ is een film over een tragisch onderwerp –
partnergeweld is iets wat dagelijks voorkomt, waar velen mee
geconfronteerd worden, maar waar weinigen over durven of kunnen
spreken. Pila zou letterlijk alles geven aan Antonio, haar neus,
haar armen, haar ogen, vandaar de titel ‘ik geef je mijn ogen’.
Maar toch is het niet genoeg, Pila zal nooit goed genoeg kunnen
doen, beiden zijn een toonbeeld van menselijkheid, maar Antonio zal
nooit een voorbeeld van rede worden. Eigenlijk is een mens toch een
ondoorgrondelijk wezen.

http://www.la-iguana.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =