Sylvia




Het wordt wel eens gezegd dat mensen gaan schrijven over het
leven, omdat ze niet weten hoe ze hun eigen leven moeten leiden. De
poëten die ons het meest fascineren, zijn vaak diegenen die niet
schrijven vanuit hun persoonlijkheid, maar ondanks hun
persoonlijkheid. Van die romantische figuren die eigenlijk zichzelf
niet kunnen uitstaan, overhoop liggen met heel de wereld en
uiteindelijk jong sterven. Zo’n Jotie ‘t Hooft. Of langer geleden,
Emily Dickinson. Of Sylvia Plath.

Plath was de Amerikaanse dochter van een bijenhouder en een
lerares aan de middelbare school. Terwijl Sylvia zelf nog naar
school ging, manifesteerde zich bij haar voor het eerst de
klinische depressiviteit die epidemisch voorkwam in de familie van
haar vader. In 1953 probeerde ze een eerste keer zelfmoord te
plegen. Ze kwam er evenwel bovenop en ging studeren in Newnham
College in Cambridge. Hier begon ze voor het eerst met ernstige
intenties poëzie te schrijven en ontmoette ze de man van haar
leven: Edward “Ted” Hughes, zelf op dat moment al een gerespecteerd
dichter. De twee trouwden en kregen later twee kinderen.

Aanvankelijk blijft Sylvia thuis om haar man bij te staan met
correcties en de zakelijke kant van het dichterschap – zelf
schrijft ze nauwelijks nog iets. Dan echter, komt ze erachter dat
Hughes haar bedriegt, en naarmate hun relatie uit elkaar valt, komt
Sylvia’s muse terug. Zoals het wordt voorgesteld in de film, is dat
de ultieme tragische ironie van Plath’s leven: zolang ze gelukkig
was in haar relatie, had ze niets om over te schrijven. Het was pas
toen haar leven uit elkaar begon te vallen, dat ze de woorden vond
om dat te doen. Haar ongelukkigheid, haar woede en verdriet over de
ontrouw van Ted Hughes, voedde haar inspiratie. Uiteindelijk bleek
niemand in staat om haar te helpen: op 11 februari 1963 pleegde
Plath zelfmoord – ze nam eerst een handvol slaappillen in en
draaide vervolgens ook nog eens de gasoven aan.

Biopics van literaire figuren zijn een riskante onderneming; in
2001 kregen we ‘Iris’, waarin we
over Iris Murdoch wel te weten kwamen hoe haar seksleven eruit zag
in haar jonge jaren en hoe ze op het einde ten onder ging aan
Alzheimer, maar niet wat ze had geschreven of waarom. ‘Sylvia’ liep
een enorm risico om in dezelfde val te trappen – dit had maar al te
gemakkelijk een eenvoudig melodrama over een depressieve madam met
een slechte smaak in kleren kunnen worden. De belangrijkste
prestatie van regisseur Christine Jeffs is dan ook dat we aan het
einde van de film écht het idee hebben dat we Plath hebben leren
kennen. Zoals het geval is voor elke biografische film, twijfel ik
er niet aan dat er enorme hoeveelheden informatie zijn weggelaten
of veranderd, maar binnen de grenzen van wat het genre toelaat,
krijgen we een mooi uitgewerkt personage te zien. Jeffs is niet
geïnteresseerd in Plath als een halve zottin die zichzelf ten
slotte van kant maakt. Waar het haar wél om te doen is, is Plath
als één van de meest gerespecteerde en gelezen dichteressen van de
twintigste eeuw. En om te weten te komen waar die poëzie vandaan
kwam, wat Plath’s drijfveren waren, kom je dan vanzelf uit bij haar
turbulente relatie met Hughes en haar depressies. Dat betekent een
enorm verschil in mentaliteit tegenover de film ‘Iris’: Jeffs weet op z’n minst waar haar
prioriteiten liggen.

Dat zit dus wel goed – die Plath is als persoon interessant
genoeg om een film aan op te hangen, en Jeffs benadert haar
onderwerp met opvallend veel respect en goede smaak. Plath’s
mentale ziekte wordt niet uitgebuit om er goedkope melodramatische
effecten mee te sorteren (géén gruwelijke scènes van
elektroshocktherapieën, hoewel ze die wél heeft ondergaan), maar
wordt in functie gezet van haar werk als dichteres. Dat is aardig
om te zien. Het jammere is alleen dat Jeffs geen bijster opwindende
regisseur is – het hele verhaal kabbelt zonder noemenswaardige ups
of downs over het scherm. Vooral visueel is ‘Sylvia’ maar een
voorspelbare bedoening. Jeffs doet nergens iets bijster opvallends
met haar camera – de indruk die je krijgt, is die van een ambitieus
in beeld gezette televisiereeks. Het mag dan wel grotere aspiraties
hebben, maar het blijft tv.

Gwyneth Paltrow, die met haar kapsels aan het einde van de film
verdomd sterk op Mia Farrow lijkt, doet zichtbaar haar best als
Plath – ze is geen actrice waar ik veel respect voor voel, maar
goed, ik veronderstel dat ze niet ongeloofwaardig is in deze film.
Hier en daar kon ik zelfs even vergeten dat ik naar Gwyneth Paltrow
aan het kijken was. Veel enthousiaster zult u me over deze actrice
niet snel horen doen. Dan liever Daniel Craig als Ted Hughes.
Hughes is sindsdien met de weinig benijdenswaardige reputatie
blijven zitten van “de man die Sylvia Plath tot zelfmoord dreef” –
zelf heeft de dichter altijd de lippen stijf op elkaar gehouden
over zijn relatie met Plath, tot hij in 1998, slechts enkele weken
voor zijn dood aan kanker, een bundel publiceerde over hun leven
samen. Zoals Craig hem speelt, is Hughes een maar al te feilbare
man, die z’n pik niet in z’n broek kon houden wanneer het nodig
was, maar die met al dat wél van Sylvia hield. Plath had op een
bepaald moment ongetwijfeld zelfmoord gepleegd, ongeacht met wie ze
samen was – het was, zoals men zegt, een accident waiting to
happen.
Haar depressies waren er tenslotte al voor ze Hughes
onmoette. Craig weet aan Hughes een soort van onderkoelde tristesse
mee te geven, het idee dat hij de hele tijd op een stapel
onderdrukte emoties zit, die hij verborgen houdt onder een
nonchalante levensstijl. Die man zegt dat hij een dichter is, en je
gelóóft hem ook.

Blijft daar nog de muziek, van Gabriel Yared, die hier de bal
ongelooflijk misslaat. Het is onvoorstelbaar hoe de man die
verantwoordelijk was voor de subtiele, prachtig uitgekiende score
van ‘The Talented Mr. Ripley’, er
ditmaal zo’n voorspelbaar, pathetisch soepje van heeft kunnen
maken. Een orkest met schijnbaar uitsluitend strijkinstrumenten
valt uw trommelvliezen frontaal aan en kauwt u daarmee werkelijk
élke emotie van de film voor. Zou Anthony Minghella geen jobje voor
hem hebben? Misschien dat hij zich dan nog eens kan herbronnen.

‘Sylvia’ is al bij al een matige film geworden, die ongetwijfeld
had geprofiteerd van meer cinematische flair – kijk maar hoe Julie
Taymor leven wist te blazen in het nogal stoffige genre dat de
biopic uiteindelijk is, met ‘Frida’.
Natuurlijk ging het daar sowieso al over een beeldende kunst, en ik
veronderstel dat dat vanzelf meer mogelijkheden biedt, maar toch…
Wat extra creativiteit, wat meer lef kan worden doen.

http://www.sylviamovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 5 =