La Meglio Gioventu




Regisseur Marco Tullio Giordana scoorde één van de grootste
verrassingshits van de voorbije jaren met ‘La Meglio Gioventu’. Dit
zes uur durend familie-epos werd oorspronkelijk gedraaid als een
tv-reeks voor de RAI, maar kreeg een bioscooprelease in twee delen
die art-housecinema’s in heel Europa deed volstromen. Het is niet
makkelijk om het succes van de film te verklaren: wie zit er immers
te wachten op een Italiaans drama dat zo lang duurt? Misschien had
het er wel wat mee te maken dat Giordana hier, middenin een storm
aan opgeblazen actiefilms, domme komedies en loodzware drama’s, de
moed heeft gehad om een verhaal te vertellen over (stel u voor!)
gewone mensen. Een film die drijft op een lyrisch sfeertje, die de
recente geschiedenis bekijkt maar erin slaagt om niet cynisch te
worden. Een film, kortom, die haaks staat op al die overspannen
producties die we de laatste jaren en masse over ons heen
hebben gekregen.

‘La Meglio Gioventu’ vertelt het verhaal van twee broers, Nicola
en Matteo Carati. We ontmoeten hen voor het eerst in de jaren
zestig – Nicola studeert medicijnen, Matteo literatuur – en blijven
hen volgen tot in 2002. In de tussentijd zien we hoe Matteo zijn
emotionele problemen probeert te onvluchten door eerst het leger in
te gaan en vervolgens een logische overstap naar de politie te
maken. Hoe Nicola na de overstromingen in Firenze Giulia ontmoet,
een vrouw die er gevaarlijke banden met de Rode Brigade (een
communistische terroristische organisatie) op nahoudt. Belangrijke
historische gebeurtenissen (de studentenopstand, de sluiting van
Fiat, politieke corruptie, de macht van de maffia in Sicilië, de
hervormingen in de medische sector enz.), dienen als achtergrond
voor een kleiner, persoonlijk verhaal van geboortes, sterfgevallen,
huwelijken en vriendschappen. Een persoonlijk verhaal dat
onmogelijk samen te vatten is gezien de lengte ervan, maar dat zich
in ieder geval genoeglijk uitstrekt over zes uur en ons gaandeweg
meer dan genoeg gelegenheid biedt om de personages te leren kennen
en betrokken te raken bij hun leven.

In principe is dat natuurlijk het uitgangspunt van eender welke
soap: je neemt een familie van “gewone mensen” en je verzint
situaties die “uit het leven gegrepen” zijn opdat de kijker zich er
optimaal mee zou kunnen identificeren. Maar als ‘La Meglio
Gioventu’ al een soap is, dan is het er in ieder geval eentje waar
de cast en crew van ‘Familie’ nog een puntje aan kan zuigen. In de
eerste plaats omdat het scenario erg goed in elkaar gestoken is –
schrijvers Sandro Petraglia en Stefano Rulli slagen erin om hun
personages een plaats te geven in zowat alle notenswaardige
hoofdstukken uit de recente geschiedenis, zonder dat je als kijker
het gevoel krijgt dat de plot geforceerd wordt om het toch maar zo
te doen uitkomen. Er spreekt een opvallend gevoel van
vanzelfsprekendheid, van ongedwongenheid uit de film – de
gebeurtenissen volgen elkaar zeer logisch en geloofwaardig op, de
manipulerende handen van de regisseur en scenaristen zijn
nauwelijks voelbaar.

Giordana, zelf een vijftiger die (dat merk je uit de film)
ongetwijfeld al wel eens verlangend zal hebben teruggekeken naar de
tijd toen hij nog dertig jaar jonger was, belaadt zijn film
daarenboven met een allesoverheersende melancholie. ‘La Meglio
Gioventu’ begint met een stel jonge twintigers die er schijnbaar
van overtuigd zijn dat ze eeuwig zullen leven. Tegen het einde
hebben ze zelf kinderen van die leeftijd. Aan het begin van de film
zien we Nicola, Matteo en twee vrienden in een auto sjezen en
lachend de oude zakken voorbijsteken die niet te snel durven
rijden. Meer dan vier uur later, aan het einde, zien we Nicola, nu
dik in de vijftig, die wordt voorbijgestoken door een claxonnerende
wagen. ‘Gek,’ mompelt hij voor zichzelf uit. Dat is dan wat ouder
worden betekent, veronderstel ik. Het leven is niet meer zo’n
avontuur en je hebt méér om op terug te kijken dan om naar uit te
kijken, maar je bent nog steeds jezelf. Dat besef van vervlogen
tijden, van een jeugd die nooit meer terug zal komen, domineert de
tweede helft van ‘La Meglio Gioventu’, maar dat zonder dat er
bitterheid bij komt kijken. De personages weten dat ze een dagje
ouder worden en ze aanvaarden het – nu zijn het hun kinderen die op
reis gaan en hun eigen avonturen beleven. Hey, zelfs Elton John
zong al over ‘The Circle Of Life’, of niet? De melancholie van ‘La
Meglio Gioventu’ heeft iets berustends, wat regelmatig voor
bijzonder mooie cinema zorgt.

De acteurs helpen ons ook door de zes uur heen – Luigi Lo Cascio
steelt de show als Nicola, een figuur die onmiddellijk onze
sympathie oproept en die, meer dan wie ook, de hele film moet
dragen. Lo Cascio speelt z’n rol met een enorme naturel – je
ziet hem nooit acteren – maar ondertussen is hij wel perfect
geloofwaardig als twintiger én als vijftiger. Over de loop van de
film moet hij bijna veertig jaar aan levenservaring opbouwen en
tóch de indruk geven dat hij nog steeds hetzelfde karakter speelt.
Ik zie het die melkmuil die nonkel Jan speelt in ‘Familie’
bijvoorbeeld nog niet snel doen. Ook Adriana Asti, als de moeder
van Nicola en Matteo, maakt veel indruk. Neem bijvoorbeeld een
scène aan het einde, waarin ze voor het eerst haar achtjarig
kleinkind ziet waarvan ze nooit eerder geweten heeft dat het
bestond: géén hysterische huilbui, geen pathetische melodramatiek,
maar één trillende mondhoek. Dat is alles, maar het is meer dan
genoeg om een wereld aan emoties op te roepen.

Giordana filmt zijn epos zoals het een tv-reeks betaamt:
professioneel, maar weinig opmerkelijk – de cameravoering eist
nergens expliciet de aandacht op, blijft steeds in functie van het
verhaal staan. Maar daar staat wel tegenover dat hij een paar van
de mooiste steden van Italië heeft uitgekozen als setting: Firenze,
Rome, Turijn… Misschien is het echte hoofdpersonage van ‘La
Meglio Gioventu’ wel het land Italië zelf en reken maar dat het er
mooi uit tevoorschijn komt.

‘La Meglio Gioventu’ is een warmbloedige, bovenal zeer mooie
film die emotioneel is zonder te vervallen in goedkoop sentiment,
die episch is zonder bombastisch te zijn, breedvoerig zonder
geforceerd over te komen. Jà, naar het einde toe lijkt het allemaal
wel wat té lang te duren, maar who cares? Na zes uur zou ik
er zonder een seconde na te denken opnieuw aan beginnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =