Buongiorno, Notte




Oliver Stone heeft ooit gezegd dat hij zo vaak politieke
onderwerpen aansnijdt in zijn films, omdat politiek de essentie van
drama zo dicht benadert: fundamenteel gaat het over conflict – wat
wil ik bereiken, wat wil mijn tegenstander? – maar dat dan
gekoppeld aan de persoonlijke belangen die er onvermijdelijk bij
komen kijken én met de toekomst van een heel land, misschien zelfs
de hele wereld op het spel. Misschien heeft hij gelijk, maar met al
dat betwijfel ik dat de woorden ‘Italiaans politiek drama’
voldoende zullen zijn om u naar de bioscoop te doen racen.

In 1978 werd de Italiaanse eerste minister Aldo Moro ontvoerd
door de Rode Brigade, een extreme communistische organisering die
tot laat in de jaren tachtig actief zou blijven. Moro, een
christen-democraat, stond bekend als een man van goede wil, die
niet veel eerder pogingen had ondernomen om een coalitie te
bereiken tussen zijn partij en de reguliere communisten. Een
dergelijke samenwerking tussen rechts en links, zou echter een
doodsteek betekenen voor diegenen die radicale actie verkozen boven
diplomatie en Moro’s ontvoering was het gevolg. Na 55 dagen
gevangenschap werd de premier door een zogenaamd “proletarisch
tribunaal” schuldig bevonden aan misdaden tegen het volk en
geëxecuteerd. In de tussentijd was er evenwel een volschalig
mediacircus rond zijn verdwijning losgebroken – Moro kreeg
toelating om brieven naar huis te schrijven en richtte zich zelfs
tot de paus om hulp te vragen. Maar niets mocht baten.

Een dramatisering van deze gebeurtenissen roept haast
onvermijdelijk beelden op van de cinema van Oliver Stone of
Costa-Gavras: venijnige politieke pamfletten, visueel overdonderend
en inhoudelijk uit z’n voegen barstend met nauwelijks ingehouden
woede over de onrechtvaardigheid in de wereld. Maar dat is niet wat
we krijgen: regisseur Marco Bellecchio gaat helemaal de andere
richting in. In plaats van een grootschalige politieke thriller,
geeft hij ons een claustrofobisch drama over een vijftal mensen die
met elkaar opgescheept zitten in een enkele flat. Eén van de
belangrijkste politieke gebeurtenissen van de voorbije dertig jaar
uit de Italiaanse geschiedenis, wordt hier niet opgeblazen voor
extra entertainmentwaarde, maar in tegendeel geminimaliseerd,
teruggebracht tot de essentie. Eén gevangene en zijn
gijzelnemers.

De toon van dit benauwend kamerspel wordt vanaf het begin gezet
– Chiara (Maya Sansa) huurt een appartement in een rustige
voorstad, waar ze vervolgens samen met twee zwijgzame, bedrukt
uitziende mannen, aan verbouwingen begint te werken. De drie zeggen
weinig, we krijgen nauwelijks een idee van wat ze van plan zijn,
maar het is wel duidelijk dat ze niet gesteld zijn op bezoek. De
ontvoering van Moro wordt niet getoond – we zien hoe Chiara juicht
wanneer ze ervan hoort op tv. Enkele uren later wordt de eerste
minister in een houten kist binnengebracht en opgesloten in de
kamer die ze voor hem hebben ingericht. En met uitzondering van
twee of drie scènes later in de film, blijven we ook in dat
appartement. De buitenwereld wordt gereduceerd tot de televisie die
continu op de achtergrond staat te spelen.

Wanneer de regisseur dan tóch scènes buiten de flat filmt,
voelen die op een eigenaardige manier fake aan, alsof ze niet in de
film passen – de structuur ervan wordt verbroken. Zo krijgen we te
zien hoe Chiara er een gewone, legale job in een bibliotheek op
nahoudt en hoe een collega daar van plan is om een scenario te
schrijven over de hele ontvoeringsaffaire. Chiara panikeert – weet
hij misschien méér dan hij wil loslaten? Maar die plotlijn gaat
absoluut nergens naartoe en had net zo goed verwijderd kunnen
worden. Ook een scène waarin we de paus de brief van Moro zien
lezen, betekent weinig meer dan een overbodige breuk met de
claustrofobische opzet van de film. We hadden net zo goed de
reactie van de kerkvader kunnen te weten komen via de televisie die
de communisten in hun flat hebben staan.

De eerste helft van ‘Buongiorno, Notte’ verloop daarenboven soms
tergend traag. De personages praten over hun politieke idealen, ze
gaan in de clinch met elkaar en met Aldo Moro, voor wie ze steeds
meer respect gaan krijgen. Ze praten, en praten, en praten. Waar de
essentie van cinema schuilt in het tonen van dingen, kiest
Bellecchio er schijnbaar voor om helemaal niets te tonen, maar
enkel uit te leggen. Na de eerste veertig minuten ben je bijna
bereid om ‘Buongiorno, Notte’ mee op het lijstje ‘strontvervelende,
intellectualistische Euro-shit’ te zetten, maar dàn vindt de film
goddank alsnog zijn ritme.

En de gebeurtenis die daarvoor zorgt, is simpelweg de
terdoodveroordeling van Moro. De leiders van de Rode Brigade hebben
beslist dat hij moet sterven en vanaf dat moment begint er onder
alles wat er in de film gebeurt, een soort van tijdbom te tikken.
Het is niet helemaal duidelijk wanneer de executie zal
plaatsvinden, maar veel tijd is er niet meer. Moro gaat door met
het schrijven van brieven naar zijn familie, vrienden en zelfs de
paus, maar in plaats van pogingen om zijn vel te redden, zijn die
schrijfsels enkel een manier geworden om de tijd te verdrijven
zonder helemaal gek te worden.

Met de zekerheid dat Moro moet sterven, komen er trouwens ook
interne spanningen op gang tussen de communisten – allemaal hebben
ze een zekere sympathie opgevat voor de minister, ze willen hem
helemaal niet vermoorden. Voor het eerst komt er een geloofwaardig
conflict op gang in de film: die tussen de menselijkheid van de
ontvoerders en de orders die ze hebben gekregen. Niet toevallig is
dat één van de weinige conflicten die niet uitgebreid
geverbaliseerd worden, maar enkel getoond. Neem bijvoorbeeld een
scène waarin Moro een brief voorleest terwijl z’n gijzelnemers
luisteren – heel zachtjes begint Chiara te huilen, en dat simpele
beeld zegt meer dan alle dialogen uit de eerste helft van de film
tesamen. Ook mooi is een beeld aan het einde, waarin de terroristen
voor het eten, haast onbewust, een kruisje slagen. Ze zijn
misschien communisten, maar de katholieke reflex zit er diep
ingebakken.

Die tweede helft is niet voldoende om de film helemaal te
redden, maar ‘Buongiorno, Notte’ bevat wel voldoende interessante
elementen om een trip naar uw plaatselijke arthouse-cinema de
moeite waard te maken. En laten we eerlijk zijn: het staat ook
bijzonder goed om te kunnen zeggen dat u naar een Italiaanse film
bent gaan kijken, of niet soms? Wel dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 16 =