Romanzo Criminale




De Italiaanse cinema is aan een heropmars bezig: met titels als
‘Io Non Ho Paura’, ‘Buongiorno, Notte’ en vooral het
verrassende kassucces ‘La Meglio
Gioventù’
, staat het land van Fellini en Antonioni weer
helemaal terug op de filmkaart. Waar overigens ook een minder
verheven reden voor bestaat dan de kwaliteit van hun films – er
lijken gewoon geen lelijke Italianen te bestaan, en als ze er wél
zijn, dan worden ze al zeker niet op een scherm toegelaten.
Prachtige blauwe ogen, gebronsde teints en getrimde lichamen
overal. Geen wonder dat we allemaal en masse naar de bioscoop
trekken. ‘Romanzo Criminale’ is zonder meer de meest ambitieuze
prent in die recente reeks spaghettifilms: een episch gangsterdrama
waarvan de plot zich uitstrekt over twee decennia, en waarin
tientallen personages elkaar voor de voeten lopen. Auto’s en
gebouwen ontploffen, er wordt gesnoven en gespoten, geschoten en
gestoken. Je zou bijna denken dat er een Amerikaan achter de camera
stond.

We beginnen ergens in de jaren zestig: de Libanees, Ijs en de Dandy
zijn drie jeugdvrienden die verliefd zijn geworden op het
romantische beeld van de gangster. Ze stelen auto’s, rijden daarmee
flikken omver en dromen ondertussen van de tijd dat ze echte
maffiosi zullen kunnen worden. Tien jaar later is het zover: samen
met enkele louche vrienden vormen ze een bende die vastbesloten is
om het gok- en drugwereldje van Rome over te nemen. Hun eerste stap
is een baron te ontvoeren, opdat ze zich met zijn losgeld zouden
kunnen inkopen in het plaatselijke milieu. Daarna beginnen ze aan
hun opmars: met meedogenloos geweld rekenen ze af met de
concurrentie, en hoewel ze continu achterna gezeten worden door de
verbeten inspecteur Scialoia, lijkt er niemand hen iets te kunnen
maken. De problemen beginnen echter wanneer de Libanees wordt
gecontacteerd door een schaduwachtige overheidsfiguur, die hen
bescherming van de politie aanbiedt in ruil voor een occasioneel
klusje. De combinatie criminaliteit en politiek zal de bende van de
Libanees steeds verder in de miserie helpen.

De intentie van regisseur Michele Placido is duidelijk: hij wil een
groots opgezet verhaal vertellen, in de stijl van Martin Scorsese’s
misdaadepossen ‘Goodfellas’ en
‘Casino’. Een mooi plan, maar je
hebt als filmmaker bijzonder veel zelfbeheersing nodig en een zeer
grote controle over je bronmateriaal om zo’n grootschalig project
tot een goed einde te brengen. Net als roemruchte voorgangers genre
Altman of Anderson, wil Placido ons aanvankelijk overdonderen met
een enorme hoeveelheid personages en verschillende plotlijnen, die
dan steeds beter in elkaar klikken naarmate de film vordert. Maar
hij mist de zelfzekere hand van zijn grote voorbeelden. Kijk, zo’n
Robert Altman is daar geweldig in: die strooit met personages en
situaties, maar hij weet altijd perfect waar hij naartoe wil en
wanneer hij wie nog eens moet laten zien om aan z’n publiek
duidelijk te maken wie nu eigenlijk wie is in het verhaal, en hoe
de plot nu eigenlijk in elkaar zit. Ondanks die wijd vertakte plot
en die vele personages, raak je nooit de draad kwijt. Dàt is een
teken van een goeie regisseur. In ‘Romanzo Criminale’ bewijst
Placido dat hij zo ver nog niet staat: tijdens het eerste uur
springt zijn film ongelooflijk van de hak op de tak. We zien
personages vanalles doen zonder dat we helemaal zeker zijn wat hun
rol in de plot is en er wordt verwezen naar mensen die nog niet
eerder geïntroduceerd werden in het verhaal. Breng een notablokje
mee.

Na dat eerste uur kalmeert de film een beetje: het tempo neemt
ietsje af en de plotwendingen volgen elkaar net iets logischer op.
Maar het blijft, wat het scenario betreft, een vrij chaotische
bedoening, die niet alleen van u verlangt dat u het kluwen aan
personages en plotwendingen weet te ontwarren, maar ook dat u
redelijk op de hoogte bent van de recente Italiaanse geschiedenis.
Als u nog nooit hebt gehoord van Aldo Moro of van de explosie in
het station van Bologna in 1980, dan raad ik u aan om eerst even te
blokken voordat u gaat kijken.

Voor de rest is er weinig nieuws onder zon: Placido heeft duidelijk
goed gekeken naar Scorsese en Coppola, en tapt dan ook lustig van
hetzelfde vaatje: ongeschoren criminelen houden zichzelf op de been
met drank en drugs terwijl ze paranoïde uit hun raam turen, zich
afvragend of er mensen onderweg zijn om hen neer te knallen.
Afrekeningen vinden plaats, oude vriendschappen worden verraden, er
wordt zelfs iemand neergeschoten terwijl hij zijn moordenaar
omhelst – hoe Sicilliaans kun je worden? De personages praten af en
toe alsof ze zelf naar teveel gangsterfilms hebben gekeken en nu
hun voorbeelden van het witte doek imiteren: ‘Je bent een hoer,
maar je bent mijn hoer,’ is het eerste pareltje dat me zo meteen te
binnen schiet, maar er zijn er nog veel meer die het cliché-alarm
lieten afgaan.

Technisch gezien is de film wél dik in orde: Placido brengt alles
met zwier in beeld, weet hoe hij een actiescène moet monteren
zonder dat z’n publiek er hoofdpijn van krijgt en ondanks alles
weet hij er toch voor te zorgen dat een prent van 152 minuten aan
een stevige pas vooruit gaat. De acteurs zijn ook oké: vooral
Pierfrancesco Favino als de Libanees straalt een enorm charisma uit
vanonder zijn groezelige baard.

‘Romanzo Criminale’ is ongeveer de film die ‘Goodfellas’ geweest zou zijn indien Martin
Scorsese het talent niet had gehad om zijn prent fatsoenlijk te
structureren, zodat het verhaal samenhangend was en er zelfs een
emotionele betrokkenheid mogelijk werd. Waar we mee overblijven, is
een enorme brok ambitie die nergens wordt waargemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 2 =