This Beautiful Mess :: Temper The Wind To The Shorn Lamb

Sommige albums vallen in als een bom op klaarheldere dag, en de eerste gitaaraanslag is amper voorbij of het einde is al in zicht. ’Gewoon goed’, zou men dan zeggen. Gewoon? Om in de juiste sfeer te raken lieten wij de puinhoop in de kamer alvast voorbeeldig voor wat ze was, en lieten we ons — met wasknijper op de neus en lapjes voor de ogen — inwijden door de nieuwe van This Beautiful Mess.

Pluk vijf Nederlanders — vier mannen, één vrouw ter compensatie — uit de achtertuin, geef hen een stel basgitaren, wat drums, een akoestische gitaar in handen, als toetje nog een snuifje strijkers, en laat ze enkele jaartjes sudderen in hun experiment. Verwacht u twee jaar later aan een muzikale baringswee die een tweede full-cd op Muziekland dropt. U raadt het al: de verwachtingen zijn hooggespannen, de nieuwsgierigheid groot. Wij luisterden en bevonden dit inderdaad Beautiful, naar de Mess was het nog even zoeken.

This Beautiful Mess is al een paar jaar onderweg om groot te worden. Na hun debuut Falling On Deaf Ears in 2001 tourde het combo met namen als Glory Box en Ozark Henry, en de band ontving een Essent Award voor z’n veelbelovende prestaties. De huidige muzikanten speelden daarvoor al in verschillende andere groepen, en dat hoor je.

Temper the wind to the shorn lamb, maffe titel misschien voor een emorock-groepje. De zinsnede verschijnt letterlijk in een Bijbelfragment uit Jeremiah: "(…)He will not allow "the rough wind" to be let loose at the same time from its chambers. He will moderate adversity! (…) He will temper the wind to the shorn lamb." De interpretatie daarvan laten we liever aan u over.

Dit schijfje staat bol van melancholische, bezielde rocknummertjes die nu eens Coldplay of Red House Painters, dan weer Radiohead tegen de schenen schoppen. Hoeveel verschillende links met andere (grote) bands ook mogelijk zijn: This Beautiful Mess heeft weldegelijk — wars van alle associatiespelletjes — een eigen sound, en heeft die van de nodige magie voorzien door het engelenstemmetje van Lydia Weber.

Zowel de (semi-) akoestische nummers (’Refugee’, ’For Me Ten Others’) als de meer naar rock neigende nummers (’Don’t Go There’, ’Wood For Trees’) zijn uitgegraven en afgewerkt, technisch geperfectioneerd zeg maar. Hier en daar schuwen de songs een ietwat barokke instrumentatie niet: viool, cello, trompet en andere koperblazers passen er zonder problemen naast intimistische gitaren en idem piano’s, zonder dat het geheel schreeuwlelijk of onoverzichtelijk wordt.

Elk nummer afzonderlijk staat ijzersterk op technisch en inhoudelijk kwaliteitsvolle pootjes, zonder dat ze daarom afgeborsteld of té clean in het oor ruisen. Integendeel zelfs: scherpe kantjes en fragiliteit blijven subtiel gekoesterd als ornamentele tâches de beauté. Dit is vakmanschap, het resultaat van vele jaren zoeken naar een eigen geluid en invulling. Alles is zorgvuldig stukje per stukje opgebouwd en samengesmolten tot een mooi aansluitende puzzel die vlotjes in het oor ligt.

Als we nog dieper zouden graven en zelfs een klein beetje gemeen uit de hoek zouden komen, zouden we misschien kunnen zeggen dat This Beautiful Mess zich ietwat verliest in navelstaarderij. De meeste songs zijn min of meer parallel opgebouwd, netjes volgens de regels van de zelf opgebouwde structuur, en dat kan hier en daar gaan zorgen voor een gebrek aan afwisseling. Maar — zoals gewaarschuwd — dan zijn we niet alleen gemeen, maar ook nog eens vitterig. Het songmateriaal is meer dan aardig, de vastberadenheid waarmee het gebracht wordt bijzonder knap. De Nederlanders hebben (nog meer) muziek in de vingers, en dan hoeven we geen veelbelovend blad voor de mond te nemen: mogelijks wordt een volgende plaat nog sterker, veelzijdiger en eigenzinniger. Zeg nu nog eens dat Zootjes Ongeregeld geen Schoonheid kunnen zijn?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 2 =